Nederland maakt momenteel een van de droogste zomers ooit mee. De effecten etteren nog maanden door: verzilting, scheuren in dijken en een tekort aan zoet water. Binnenlands Bestuur liep mee met vijf waterschappen en ziet dat de grens is bereikt.
Hoe een van de droogste zomers ooit nog maanden doorettert
‘Deze hete, droge zomer zal niet de laatste zijn. De maakbaarheid is voorbij.’
Binnenlands Bestuur
onderzocht deze zomer hoe de waterschappen omgaan met de droogte. Dit artikel is het slot van deze reeks. Lees hier alle artikelen terug:
1. Vallei en Veluwe – De Veluwe is een uitgedroogde spons
2. Brabantse Delta – De maakbaarheid is voorbij: als het water op is, is het op
3. Rivierenland – Wennen aan de droogte: ‘We hebben te hoge verwachtingen’
4. Amstel, Gooi en Vecht – Pijnlijke aanpak nodig: ‘Droogte is een ramp in slow motion’
5. Hollands Noorderkwartier – ‘We zijn zoet water verslaafd en gaan er verspillend mee om’
Half augustus werd het hitterecord uit 1947 officieel verbroken en was de zomer van 2026 de heetste ooit in Nederland. Ook qua droogte prijkt deze zomer op het recordlijstje – nu nog – op de tweede plaats. Vroeger was dat een unieke uitzondering, nu zien we steeds vaker extreem droge zomers. De zomer van 2018 was extreem droog, net als die van 2022 en dus die van dit jaar. ‘Dit is een zomer die volgens de scenario’s pas in 2050 zou voorkomen. Het is nu 2026. De vraag is dus: wat betekent dit voor de tussenliggende periode?’, zegt Sander Mager, lid van het dagelijks bestuur van waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Naast de extreme droogte heeft ons land in de winter juist weer last van extreme buien. ‘Het gaat om klimaatverandering. Dus denk aan droogte, maar ook hittestress, extreem weer, grote buien’, zegt Remco Bosma, dijkgraaf van Hollands Noorderkwartier.
Droge voeten
Welke gevolgen heeft dat voor Nederland? En vooral voor de oudste bestuurslaag, de waterschappen? Zij zijn er tenslotte (mede)verantwoordelijk voor dat we droge voeten houden bij te veel water, maar ook dat er bij droogte voldoende water wordt vastgehouden. Binnenlands Bestuur bezocht vijf waterschappen: wat is de impact van de droogte, en waar liggen de grenzen van de maakbaarheid?
Sproeiverbod
De waterschappen namen allerlei maatregelen om de gevolgen van de droogte op te vangen. Brabantse Delta kondigde bijvoorbeeld een sproeiverbod af. ‘We willen geen slechte waterkwaliteit’, zegt dijkgraaf Joris Bengevoord. ‘Als het te droog wordt, is er een groter risico op blauwalg. Dat is slecht voor de natuur, maar boeren willen ook geen blauwalg op hun land. Daarnaast is het niet goed wanneer dijken en kades droogstaan. Dijken hebben een bepaalde vochtigheid nodig om stabiel te zijn. En ook als het gras uitdroogt, dan worden de dijken minder stevig.’
Verzakkingen en funderingsschade
Bij waterschap Rivierenland staat het waterpeil in de rivieren zo laag, dat het water niet meer automatisch het gebied instroomt. Dit gebeurde in de droge zomers van 2018 en 2022 ook. Toen moest het waterschap een onttrekkingsverbod afkondigen. Om dat dit jaar te voorkomen, zwengelde Rivierenland de noodpompen aan. Hiermee kan het rivierwater toch het gebied ingepompt worden. Dat is belangrijk voor telers en boeren, maar ook voor de natuur, zegt heemraad Esther Groenenberg. ‘De gevolgen van de droogte zijn groot. Het duurt jaren voor de natuur echt goed hersteld is. Ook zorgt de droogte voor minder zichtbare schade, zoals verzakkingen en funderingsschade.’ Dat lost een regenbui niet op.’
Noodpomp
Ook het waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft een noodpomp neergezet, vooral om verzilting te voorkomen. Het zoute zeewater komt het gebied binnen via bijvoorbeeld de zeesluis bij IJmuiden. Dat zoute water is zwaarder dan zoet water. Daardoor vormt het een onderstroom die diep het gebied kan ‘inkruipen’. Met de noodpomp naast het Muiderslot wordt zoet water het gebied ingepompt om tegendruk te bieden. Verzilting kan onherstelbare schade aan de natuur en de bodem veroorzaken. ‘Ik denk dat we er nog aan moeten wennen dat zulke droge zomers gewoon gaan worden en dat de maatregelen die we moeten nemen daar onlosmakelijk bij horen’, zegt Mager.
Zandgronden
Het waterschap Vallei en Veluwe kent veel hoge zandgronden. Vroeger was het adagium hier om water zo snel mogelijk af te voeren, nu probeert het waterschap het water juist vast te houden. Dat is broodnodig in de toekomst, want het ook het zandlandschap droogt uit. Bomen op de Veluwe verliezen nu al hun blad en sloten staan droog. Daarom probeert Vallei en Veluwe gebruik te maken van de sponswerking van dit gebied. ‘Er valt over het hele jaar genomen misschien genoeg regen. Maar op het verkeerde moment en op de verkeerde plek. Onze rol is dus: bewaren en sparen van water’, legt secretaris-directeur Karl Blokland uit.
Uitzakkingen
Door het tekort aan regen drogen in Hollands Noorderkwartier de dijken uit, waardoor er scheuren ontstaan. Het hoogheemraadschap inspecteert ze daarom extra goed. ‘Die scheuren die we zien in de klei, moeten niet te erg worden’, zegt gebiedsbeheerder Theo Witteman. ‘Dan krijg je vervormingen en uitzakkingen. Dat kan voor problemen zorgen. Zeker als het water hoger komt te staan en er meer druk op de dijken komt.’ Het is dus van groot belang dat de waterkeringen stabiel blijven, anders is er risico op doorbraken.
Gletsjers in de Alpen
De diverse maatregelen laten het al zien: niet elk waterschap kampt met dezelfde problemen. Nederland bestaat namelijk uit hoge zandgronden, rivieren, delta’s en polders. Bij de hoge zandgronden is het belangrijk om water vast te houden, omdat ze meer afhankelijk zijn van regenwater. Andere waterschappen hadden altijd de luxe van meer dan genoeg zoet water in de rivieren. Maar doordat de gletsjers in de Alpen in rap tempo verdwijnen en er niet meer zo veel sneeuw valt als vroeger, worden de rivieren niet meer zo gevuld met smeltwater als voorheen. Er ontstaat meer een regenwaterdynamiek, die veel onvoorspelbaarder is omdat de buien extreem hevig kunnen zijn.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.