Ook de Raad van State heeft belangrijke kanttekeningen bij de uitwerking van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie. De adviesafdeling voegt zich daarmee in het kritische koor van gemeenten en netbeheerders.
Raad van State twijfelt over ‘vrijblijvende karakter van de warmtetransitie’
De afdeling brengt advies uit over Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie.
De Raad van State heeft haar advies uitgebracht over de algemene maatregel van bestuur die vastlegt hoe gemeenten mogen besluiten dat een wijk van het aardgas wordt afgesloten. De gemeenten en netbeheerders reageerden afgelopen zomer al kritisch op een ministeriële regeling die voorschrijft hoe zij moeten gaan berekenen of de overstap van een wijk op een collectief warmtenet voldoet aan de formele eisen van ‘betaalbaarheid’. Want pas als die betaalbaarheid voor burgers is aangetoond, mag een gemeente het finale besluit nemen dat de gasleidingen in een wijk gaan verdwijnen.
Geen enkel huis
Hoewel het de rijksoverheid is die zich eraan verplicht heeft dat in 2050 geen enkel huis meer verwarmd wordt met fossiele brandstoffen, voeren gemeenten de regie in de warmtetransitie. Uiterlijk eind volgend jaar moeten zij een warmteprogramma hebben opgesteld, die elke vijf jaar geactualiseerd moet worden. In dit warmteprogramma staan welke wijken in de tien jaar erna van het aardgas zullen gaan. Met de nieuwe aanwijsbevoegdheid die gemeenteraden krijgen, dankzij de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, kunnen zij in het omgevingsplan vastleggen dat de gaskraan in de betreffende wijken gesloten wordt.
Daarmee maken zij het bewoners onmogelijk hun woning daarna nog met aardgas te verwarmen. Dat mag echter pas doen als ze kunnen aantonen is dat voor minstens 70 procent van de inwoners de overstap naar een collectief warmtenet of elektrische warmtepomp betaalbaar is, wat betekent dat de baten niet hoger zijn de kosten over de looptijd van de investeringen. Ook moeten zij laten zien dat bewoners financiën kunnen vinden voor de verduurzamingsmaatregelen, zoals in de vorm van een hypotheeklening.
Gaskleven
Die mogelijkheid voor gemeenten om bewoners verplicht van het gas te halen, is wettelijk geregeld omdat de praktijk leerde dat er altijd bewoners in een wijk zijn die aan het gas blijven ‘kleven’. Zij weigeren afstand te doen van aardgas, en voelen zich niet gebonden door het feit dat Nederland zich in 2015 aansloot bij het Parijs-akkoord en nu verplicht is de CO2-uitstoot tot nul te brengen.
Gemeenten hoeven die aanwijsbevoegdheid niet per se in te zetten. Veel van hen zullen vrezen dat zo’n verplichting het draagvlak van de warmtetransitie zal schaden. Maar De Raad van State blijkt er juist nerveus over dat deze verplichting niet verplicht wordt. De verschillende warmtewetten hebben al jaren vertraging opgelopen, schrijft de adviesafdeling. Bovendien hebben gemeenten maar tot 2037 om hun warmteprogramma’s te actualiseren. Want na het opstellen van een warmteprogramma mag het nog vijf jaar duren om een omgevingsplan te wijzigen, waarna bewoners acht jaar krijgen om zich voor te bereiden op de overstap. Samen is dat een periode van 13 jaar, en het finale eindjaar is 2050.
De adviesafdeling van de Raad van State drukt de regering daarom op het hart om de voortgang van de planvorming voor warmtenetten nauw te monitoren en nu alvast duidelijk te maken ‘wanneer de regering over wil gaan tot het nemen van nadere maatregelen om het vrijblijvende karakter van de warmtetransitie tegen te gaan’.
Ander pijnpunt
Een ander pijnpunt zijn de rekenregels, die gemeenten moeten hanteren om de betaalbaarheid van de warmtetransitie voor burgers in kaart te brengen. De Raad van State zegt hetzelfde als wat gemeenten eerder ook zeiden: die berekeningen zijn bijzonder complex. ‘Die complexiteit kan grote gevolgen hebben voor de uitvoerbaarheid en daarmee voor het tempo van de warmtetransitie’, staat in het advies. ‘Door de mate van detaillering van de instructie- en rekenregels in relatie tot de beschikbare uitvoeringscapaciteit, bestaat bijvoorbeeld het risico dat gemeenten terughoudend zullen zijn bij het gebruik maken van de aanwijsbevoegdheid.’
Bovendien gaat het om modelberekeningen die geen garanties aan individuele huishoudens geven. Berekeningen die bovendien onzeker zijn omdat gegokt wordt op hoe gas- en warmtetarieven zich de komende vijftien jaar zullen ontwikkelen. ‘Daardoor is de kans op teleurstelling aanwezig. Dat kan ertoe leiden dat het draagvlak verloren gaat en het bij één of enkele aanwijzingen blijft.’
Duidelijkheid
Ook blijft het onduidelijk hoe gemeenten moeten omgaan met de mogelijke 30 procent van de huishoudens die de warmtetransitie niet kunnen betalen, op basis van de modelberekeningen. Zowel huishoudens als gemeenten hebben daarnaast weinig duidelijkheid over de subsidies en financiële regelingen die de komende decennia beschikbaar zullen zijn. Zowel de Raad voor Bestuur (ROB) als de Sociaal-Economische Raad (SER) hebben hier ook al de vinger bij gelegd.
‘Deze duidelijkheid is niet alleen nodig om warmteprogramma’s op te stellen en om aan de instructieregels met betrekking tot betaalbaarheid te kunnen voldoen, maar ook belangrijk voor het draagvlak voor de warmtetransitie onder eindgebruikers en voor de positie van warmtebedrijven’, schrijft de Raad van State.
Lees ook dit stuk: ‘Met als gevolg GEEN betaalbaar aanbod aan bewoners’.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.