Nederland is droog. Kurkdroog. Wat zijn de gevolgen daarvan? Hoe worden die gevolgen aangepakt? En waar liggen de grenzen van ons kunnen? Binnenlands Bestuur bezoekt vijf waterschappen en bespreekt vijf gevolgen van de droogte.
De maakbaarheid is voorbij: als het water op is, is het op
In Waterschap Brabantse Delta zijn hoge zandgronden en polders. Hoe gaat het waterschap de droogte te lijf met zo'n divers landschap?
‘Brabantse Delta is Nederland in het klein’, zegt dijkgraaf Joris Bengevoord. ‘We hebben hoge zandgronden en we hebben polders. Beiden hebben hun eigen droogteopgaven.’ In Waterschap Brabantse Delta komen verschillende landschappen samen. De hoge zandgronden zijn afhankelijk van neerslag en daarbij is het belangrijk om water vast te houden. In de polder is er meestal genoeg water vanuit de rivier. De nadruk ligt daar meer op ruimte maken voor de rivier en afvoeren van water.
Om een beeld te krijgen van de gevolgen van de droogte voor dit landschap, reizen we in dit tweede deel van deze serie af naar Brabant. In de buurt van Waalwijk staat gemaal De Slagen, de afgesproken plek waar hydroloog Jens Vloedgraven en peilbeheerder Egard Berende ook naar toe zijn gekomen. Vanaf de dijk naast het gemaal zie je de Maas stromen. Naast de Maas zie je de gebieden die overstromen als er te veel water is. Het laat de twee grote uitdagingen van dit specifieke waterschap zien. ‘Heel droog is heel erg, maar in dit waterschap is te veel water ook erg’, zegt peilbeheerder Berende. ‘Het is altijd zoeken naar de juiste balans.’
In de polders is het gebied afhankelijk van de watertoevoer door de Maas en dus van de hoeveel neerslag stroomopwaarts. Om te voorkomen dat de polders in tijden van te veel water overstromen, is het belangrijk om water af te voeren en ruimte te maken voor de rivier. Op de hoge zandgronden, die onbereikbaar zijn voor het Maaswater, ligt de nadruk juist op het vasthouden van water. ‘Vroeger liepen alle sloten recht om water zo snel mogelijk af te voeren’, zegt Berende. ‘Dat kwam ook voort uit dat mensen hier de watersnoodramp van 1953 nog kunnen herinneren. Nu moeten alle sloten meanderen, zodat we het juist zo lang mogelijk vasthouden.’
Gevolgen
Deze zomer is het juist veel te droog. Dat er te weinig water is om over de polders te verdelen, is niet alleen vervelend voor de boeren, ook voor de natuur is een probleem. Bengevoord: ‘We willen geen slechte waterkwaliteit. Als het te droog wordt, is er een groter risico op blauwalg. Dat is slecht voor de natuur, maar boeren willen ook geen blauwalg op hun land. Daarnaast is het niet goed voor dijken en kades om te droog te staan. Dijken hebben een bepaalde vochtigheid nodig om stabiel te zijn. Als het gras uitdroogt, dan doet dat iets met de stevigheid.’
Vloedgraven: ‘Sommige natuur kan alleen optimaal presteren bij een bepaalde grondwaterstand, maar die zakt steeds verder uit. Dan is het niet mogelijk om bepaalde natuur te ontwikkelen. Je ziet als inwoner dat de natuur, de vegetatie en biodiversiteit, verandert.’ Alle maatregelen die genomen worden, hebben invloed op óf de natuur, óf de landbouw óf de scheepvaart.
Maatregelen
Om de gevolgen van de droogte zoveel mogelijk te beperken, zijn er maatregelen genomen. In het beheergebied van Waterschap Brabantse Delta is het tussen negen uur ’s morgens en negen uur ’s avonds verboden het land te beregenen. ‘Overdag krijgt de polder de kans om zich te herstellen’, legt Vloedgraven uit. In een groot deel van het gebied geldt daarnaast een onttrekkingsverbod. Dat wil zeggen dat het verboden is oppervlaktewater uit bijvoorbeeld sloten of kanalen te halen.
Het waterschap neemt deze maatregelen, omdat de watervraag groter is dan de hoeveelheid water die het waterschap in het gebied kan laten via de rivier. ‘Als we geen maatregelen nemen, is er op een gegeven moment simpelweg geen water meer te verdelen’, zegt Vloedgraven.
Laatste maatregel
‘Elk waterschap kan besluiten of ze opschalen of niet en of ze nog genoeg hebben aan de reguliere maatregelen’, zegt Vloedgraven. Waterschap Brabantse Delta heeft Rijkswaterstaat gevraagd de Marksluis open te zeggen. Dit is nodig voor het doorspoelen van de stroomgebieden van de riviertjes Mark, Dintel en Vliet. Zo ontstaat er stroming waardoor blauwalg minder snel groeit en het risico op verslechtering van de waterkwaliteit wordt verminderd.
Veel kan het waterschap niet meer doen, zegt hydroloog Vloedgraven. ‘De laatste maatregel is genomen, de gereedschapskist is nu leeg.’ En wat nou als het nog droger wordt? ‘Dan wordt het scenariodenken.’ Kortom: dan gaat het waterschap nadenken over maatregelen die nog niet in het boekje staan.
‘De laatste maatregel is genomen, de gereedschapskist is nu leeg.'
hydroloog Jens Vloedgraven
Draagvlak: niet terug naar vroeger
Niet alle droogtemaatregelen vallen in goede aarde. Volgens zowel de peilbeheerder, de hydroloog als de dijkgraaf staat als een paal boven water dat communicatie onwijs belangrijk is. Uitleggen waarom maatregelen nodig zijn. ‘Ik loop al lang mee’, zegt peilbeheerder Berende. ‘Ik ben ook een beetje de ogen en de oren voor de mensen die hier wonen. Daarom snap ik ook echt goed wat er speelt. Maar ik blijf wel op afstand. Ik moet het grotere plaatje zien en alle belangen meenemen.’ Ondanks dat hij de zorgen begrijpt, is de peilbeheerder duidelijk: ‘we gaan nu eenmaal niet terug naar vroeger. Dat kan gewoon niet.’
Lees hier het eerste deel van de serie: De Veluwe is een uitgedroogde spons
Rol waterschap
‘We zijn misschien een beetje saai, maar als het misgaat, komen wij in beeld’, zegt dijkgraaf Bengevoord. Naarmate het klimaat verandert en de weersextremen toenemen, worden de waterschappen ook steeds politieker. ‘Het is allang niet meer een saaie bestuurslaag die nergens over gaat.’
Volgens de dijkgraaf worden mensen steeds vaker geconfronteerd met het waterschap. ‘De ruimte staat onder druk, dat zien we als waterschap ook.’ Er moeten dus keuzes gemaakt worden wat er wel en niet met de ruimte gebeurt. Bengevoord: ‘Het gaat om keuzes die gemaakt moeten worden en die voor langere tijd invloed hebben op in wat voor land we hier leven.’
Maakbaarheid
In dit waterschap is de maakbaarheid goed zichtbaar. Het enorme Waalwijkse gemaal, dat drie jaar geleden is opgeleverd, is van alle technische gemakken voorzien. ‘Ik kan het gewoon vanuit bed in de gaten houden hoe het ervoor staat’, lacht peilbeheerder Berende. Hij weet nog precies hoe dat in zijn begintijd allemaal ging: ‘Ik ben in 1988 gaan werken bij het waterschap. Alle collega’s hadden een fiets en brommer. Het was gewoon handwerk: sloten schoonmaken, vuil bij de roosters weghalen.’ Tegenwoordig is onwijs veel werk geautomatiseerd. En dat is ook noodzakelijk. ‘Met alles wat we willen en moeten tegenwoordig, daar kan je niet meer handmatig tegenop werken.’
Door alle systemen kan het water goed verdeeld worden over de polder. Er is ruimte gemaakt voor als het water te hoog staat. Maar ook wordt geprobeerd het water zo goed mogelijk vast te houden. Naast techniek, wordt daar ook de natuur voor gebruikt.
We willen meer, de ruimte is schaars, en we zijn afhankelijk van steeds meer technische en natuurlijke maatregelen. Dat is niet gratis. ‘Waterschapslasten zullen zeker niet lager worden. Ik besef me ook heel goed dat dat geen populaire keuzes zijn’, zegt Bengevoord. ‘We moeten dus ook als waterschap een stap naar voren zetten: uitleggen wat we doen en welke keuzes gemaakt kunnen worden.’
Minder water gebruiken
Aan die maakbaarheid en maatregelen zit ook een grens, zegt de dijkgraaf: ‘Waar die grens precies ligt, is lastig te zeggen. Maar niet alles is altijd op te lossen. Als het water op is, is het op.’ En dat terwijl volgens de dijkgraaf de watervraag alleen maar toeneemt. ‘Iedereen gebruikt steeds meer water, maar de beschikbaarheid neemt af. Dat gat wordt groter. Uiteindelijk moeten we gewoon minder water gebruiken.’
'Iedereen gebruikt steeds meer water, maar de beschikbaarheid neemt af. Dat gat wordt groter. Uiteindelijk moeten we gewoon minder water gebruiken.'
dijkgraaf Joris Bengevoord
De droogte is niet te sturen en wateroverschot is ook niet te sturen. ‘Wij bepalen niet hoeveel neerslag er valt in het stroomgebied van de Maas. Dat bepaalt niemand. Dat is de afhankelijkheid die we hebben’, zegt de hydroloog. ‘Wij zorgen dat het water binnenkomt en dat we het verdelen. Dat kunnen we doen, maar niet alles is te sturen.’
‘We zijn gewend dat water er altijd is. Zowel in ons systeem als uit de kraan’, zegt dijkgraaf Bengevoord. ‘Deze hete, droge zomer zal niet de laatste zijn. De maakbaarheid is voorbij.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.