Zelfs al lukt het landbouwminister Jaimi van Essen om tot aan 2035 zijn hele stikstofpakket uit te voeren, dan nog komen niet meer dan 14 van de 120 stikstofgevoelige natuurgebieden in de veilige zone. Dat staat in een reflectie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) op de stikstofplannen die het kabinet-Jetten afgelopen juni naar buiten heeft gebracht.
Stikstofpakket Van Essen lost probleem vergunningen niet op
Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft een ontnuchterende reflectie geschreven op de stikstofplannen van het huidige kabinet.
Dat betekent dat de vergunningverlening ook op langere termijn uiterst moeizaam blijft. De Veluwe is één van van de gebieden die ook in richtjaar 2035 nog altijd te veel stikstofneerslag zal ervaren. Dit natuurgebied vormt het overgrote deel van het Natura 2000-areaal in Nederland dat stikstofgevoelig is.
43 procent
Met het stikstofbeleid van het kabinet-Jetten neemt het percentage beschermd natuurgebied waar de Kritische Depositiewaarde niet meer wordt overschreden toe van 30 procent in 2023 tot 2035 in 43 procent. Daarmee haalt het kabinet lang niet de doelen die ten tijde van Rutte-III door toenmalig landbouwminister Carola Schouten in de wet zijn gezet: ten minste 40 procent in 2025, 50 procent in 2030 en 74 procent in 2035.
Overigens wil de regering van premier Jetten deze doelen uit de stikstofwet halen, zoals eerder ook het kabinet-Schoof. In plaats daarvan komt een wettelijk reductiedoel van 42-46 minder ammoniakuitstoot in 2035 ten opzichte van 2019, zelfs al weet het kabinet dat de rechtszaken voerende milieugroep MOB dit onvoldoende vindt. Dat beklemtoonde MOB in de tijd van het kabinet-Schoof.
Additionaliteit
Een groot en al lang bekend juridisch probleem is dat de vergunningverlening moet voldoen aan de zogenaamde ‘additionaliteitsvereiste’. Dit vereiste werd op scherp gesteld door een uitspraak van de Raad van State, aan het eind van 2024, die leidde tot het instellen door toenmalig premier Schoof van een veelkoppige ministeriële commissie die de knoop moest ontwarren.
In de praktijk betekent deze eis dat de rechter wil dat alle stikstofruimte die vrij komt eerst naar natuurherstel gaat, daarna pas naar vergunningen. Deze voorwaarde is ook in 2035 nog relevant, omdat dan in het gunstigste geval slechts 43 procent van het stikstofgevoelige natuurareaal niet overbelast is.
Het planbureau schrijft daarom over de ook in 2035 nog lastige voorwaarden: ‘Alleen als kan worden aangetoond dat in die gebieden via andere maatregelen voldoende wordt gedaan voor natuurbehoud, ontstaat voor die gebieden geleidelijk weer perspectief voor vergunningverlening, omdat aan de zogenoemde additionaliteitsvereiste kan worden voldaan.’
Waarschuwing
Met het goed uitvoeren van het huidige stikstofpakket kan het kabinet-Jetten in 2035 wel degelijk in de buurt komen van het eigen reductiedoel in 2035: 42 tot 46 procent minder ammoniakuitstoot. Dit is een doel dat door Van Essens voorganger, landbouwminister Femke Wiersma, is vastgesteld.
Het kabinet zet voor de komende tien jaar 20 miljard euro opzij, dat volgens het kabinet goeddeels op het boerenerf terecht komt: voor betere stallen, een andere omgang met mest, en bijvoorbeeld uitkoopregelingen. Het planbureau schat echter dat alsnog het reductiedoel op een paar procentpunten na niet gehaald wordt, wat betekent dat het kabinet een landsbrede korting op de dierrechten moet uitvoeren. Het planbureau waarschuwt dat dit ook boeren treft die tegen die tijd zelf niet meer te veel ammoniak uitstoten. Zij voldoen dan aan hun bedrijfsspecifieke eis, maar raken rechten kwijt doordat het nationale doel wordt gemist.
Tussen de regels door krijgt het kabinet het advies daar nog eens over na te denken. ‘De dreiging van een generieke korting ondergraaft niet alleen het verdienmodel van individuele boerenbedrijven, maar waarschijnlijk ook de aanvaardbaarheid van beleid’, beargumenteren de onderzoekers. ‘Als wordt gekozen voor een generieke korting als sluitstuk van het pakket, dan kan het kabinet daarmee beter garanderen dat het doel wordt gehaald, maar voor ondernemers ontstaat er investeringsonzekerheid.’
Financiële gevolgen?
Het planbureau kan niet beschrijven wat het, ingrijpende, stikstofpakket financieel doet met de agrarische sector, en met individuele boeren. ‘Duidelijk is wel dat de aangekondigde bedrijfsspecifieke emissienorm voor melkvee betekent dat melkveehouders hun ammoniakemissie per fosfaatrecht uit stallen en mestopslagen gemiddeld nagenoeg zullen moeten halveren.’
In de begeleidende Kamerbrief meldt landbouwminister Van Essen dat Wageningen University & Research (WUR) gevraagd is die financiële gevolgen van het stikstofpakket in kaart te brengen. Dit onderzoek komt voor de begrotingsbehandeling van het ministerie naar buiten. ‘Het kabinet heeft veel aandacht voor het verdienvermogen van ondernemers. Om die reden maken diverse regelingen en fiscale instrumenten onderdeel uit van de aanpak’, schrijft hij. ‘De inzichten die de WUR aanlevert zullen we betrekken in de uitwerking van het flankerend en ondersteunend beleid.’
Lees hierover ook eerdere stukken van Binnenlands Bestuur:
‘Plotsklaps weer hele groep bedrijven in de illegaliteit’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.