Het rijk mist structureel deadlines bij het uitvoeren van de maatregelen uit het Deltaprogramma Zoetwater. Door de vertraging lopen de kosten flink op. Dat constateert de Algemene Rekenkamer in een donderdag verschenen rapport. De rekenkamer noemt de vertraging ‘zorgelijk’ en stelt dat minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat er strakker bovenop moet gaan zitten.
Rekenkamer: te weinig regie rijksoverheid op beschikbaarheid zoetwater
Door vertraging loopt de schade toe, voor zowel de natuur als de landbouw en de scheepvaart. En de kosten lopen flink op.
In het Deltaprogramma Zoet Water werkt het rijk samen met de zes zogeheten zoetwaterregio’s, waarin waterschappen, provincies en gemeenten zijn vertegenwoordigd. Het programma is bedoeld om ervoor te zorgen dat er ook bij lange periodes van droogte, zoals in 2018, 2022 en afgelopen zomer, voldoende zoetwater beschikbaar is.
40 procent duurder
De uitvoering van het zoetwaterprogramma loopt in fases. De eerste fase liep in 2021 af. Van de projecten in die fase bijna driekwart van de vijftien project te laat opgeleverd, met een gemiddelde vertraging van drie jaar. Ook bij de tweede fase, die dit jaar afloopt, is een groot deel van de projecten te laat af. Een deel van de projecten is nog niet eens opgestart. Door de vertraging bij de uitvoering, loopt de schade door droogte op, waarschuwt de Algemene Rekenkamer. De maatschappelijke kosten en voor natuur, landbouw en de scheepvaartsector lopen daardoor flink op. En de uitvoering werd uiteindelijk zo’n 40 procent duurder door het uitstel: de uitvoering van de eerste fase kostte uiteindelijk 512,5 miljoen euro, terwijl er in eerste instantie 364,7 miljoen voor gereserveerd was.
Volgens de Rekenkamer is de vertraging ‘zorgelijk’: veel maatregelen uit de eerste fase werden door de minister gezien als ‘laaghangend fruit’: plannen die relatief eenvoudig uit te voeren waren en waarvan een deel al eerder gepland was.
Cofinanciering
De maatregelen die wel op tijd af waren, waren plannen die in samenwerking met gemeenten en provincies werden opgesteld, en waarbij de minister meebetaalde, constateert de rekenkamer. Zulke constructies zorgen voor ‘draagvlak in de regio’. Het rijk zou de zoetwaterregio’s daarom blijvend moeten ‘cofinancieren’, aldus de rekenkamer.
IJsselmeer
Een van de onderdelen van de eerste fase, was het opstellen en implementeren van een nieuw peilbesluit voor het IJsselmeer. Dat besluit bevat regels over hoeveel water er minimaal beschikbaar moet zijn in het meer, dat geldt als ‘nationale regenton’. Het opstellen van het nieuwe peilbesluit was twee jaar eerder klaar dan gepland, maar de implementatie ervan liep vervolgens vijf jaar uit. Maatregelen om de Friese kust van het IJsselmeer robuuster te maken, waren vier jaar te laat klaar.
Volgens de Rekenkamer moet minister Karremans de regie op het zoetwaterprogramma meer naar zich toetrekken, onder meer door maatregelen strakker te monitoren. ‘Extra aandacht voor beheersing van de uitvoering van het programma is daarom nodig om te zorgen dat Nederland in 2050 weerbaar is tegen zoetwatertekorten.’
Klimaatverandering
De minister zelf zegt in een reactie op het rapport dat het vanwege de klimaatverandering steeds moeilijker is om de watertekorten op te lossen. Wel laat hij weten inderdaad de uitvoering van de maatregelen ‘beter te monitoren’.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.