In bijna zeventig gemeenten, verspreid over alle 25 veiligheidsregio’s, is een landelijke pilot met noodsteunpunten van start gegaan. Met deze fysieke steunpunten moeten gemeenten beter kunnen inspelen op crisissituaties en de uitval van vitale voorzieningen. De proef wordt uitgevoerd door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), in opdracht van de VNG, de veiligheidsregio’s en het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Pilot noodsteunpunten van start in 70 gemeenten
Zeventig gemeenten experimenteren met noodsteunpunten waar inwoners terechtkunnen wanneer basisvoorzieningen uitvallen.
Vier vragen
Een noodsteunpunt is bedoeld als centrale locatie waar inwoners terechtkunnen wanneer bijvoorbeeld stroom, telecom of andere basisvoorzieningen uitvallen. In elk geval ontvangen zij daar actuele en betrouwbare informatie. In de pilot wordt daarnaast onderzocht of de steunpunten ook andere vormen van ondersteuning kunnen bieden.
Vier vragen staan centraal: welke uitgangspunten en middelen zijn nodig voor een goed functionerend noodsteunpunt, hoe wordt de informatievoorziening ingericht, wat is de rol van maatschappelijke initiatieven en burgerhulpverlening, en wat is er nodig om steunpunten langdurig operationeel te houden bij aanhoudende crises?
Landelijk netwerk
Volgens de VNG vraagt maatschappelijke weerbaarheid om een sterke lokale aanpak. Gemeenten staan als eerste overheid dicht bij inwoners en ondernemers en werken daarom nauw samen met de veiligheidsregio’s. In Utrecht vond in december al een oefening plaats met een noodsteunpunt, als onderdeel van de pilot.
Het kabinet stelde bij de Voorjaarsnota 2025 middelen beschikbaar om de weerbaarheid te versterken. De ontwikkeling van een landelijk netwerk van noodsteunpunten en regionale coördinatiepunten is daarvan een belangrijk onderdeel.
Het is de bedoeling dat begin 2027 een advies uit de proef voortkomt.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.