Het aantal Utrechters dat vanuit de Wmo huishoudelijke hulp ontvangt is in negen jaar tijd gestegen van ruim 5.500 naar ruim 8.300. De kosten zijn opgelopen van 12,5 miljoen naar 23,75 miljoen euro in 2026. Toch heeft de gemeente onvoldoende zicht op hoeveel hulp inwoners daadwerkelijk krijgen, zo blijkt uit een nieuw rapport van de Rekenkamer Utrecht.
Utrecht heeft onvoldoende zicht op huishoudelijke hulp
Ook staat de gemeentelijke werkwijze haaks op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep uit 2018, zegt de Rekenkamer Utrecht.
Het cliëntenbestand is niet compleet, de gemeente weet niet hoeveel uur hulp individuele cliënten krijgen en vanwege de wachtlijsten melden cliënten zichzelf niet aan. Volgens de rekenkamer heeft de gemeente Utrecht onvoldoende grip op de Wmo.
Langer wachten
Hulp bij het huishouden wordt aangevraagd via het Wmo-loket van de gemeente. Na een huisbezoek brengt een medewerker van het buurtteam de ondersteuningsbehoefte van een inwoner in kaart en komt met een advies. Volgens de rekenkamer komt het regelmatig voor dat het Wmo-loket het oneens is met het advies van het buurtteam. Als dit gebeurt, duurt het lang voordat uiteindelijk een besluit wordt genomen over het wel of niet toekennen van poetshulp. ‘Inwoners moeten dan langer wachten op ondersteuning dan nodig’, aldus de onderzoekers.
Geen beschikking
Utrecht kampt al jaren met wachtlijsten voor de huishoudelijke hulp. In sommige jaren liep dat aantal op tot 750 inwoners die soms maanden moesten wachten, stelt de rekenkamer. Cliënten krijgen ook geen beschikking meer thuis waarin staat op hoeveel uur huishoudelijke hulp zij recht hebben. Het exacte aantal uren wordt afgesproken tussen de cliënt en de aanbieder. Volgens de rekenkamer krijgen nieuwe cliënten daarbij regelmatig minder ondersteuning dan de minimale vastgestelde twee uur per week.
Lastig aankaarten
Deze werkwijze staat volgens de onderzoekers haaks op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep uit 2018. Daarin is vastgelegd dat niet de aanbieder, maar de gemeente zelf moet bepalen op hoeveel uren ondersteuning een cliënt recht heeft. ‘Deze verantwoordelijkheid mag niet worden belegd bij een aanbieder’, schrijft de rekenkamer.
Uit het onderzoek blijkt verder dat inwoners die vinden dat zij te weinig huishoudelijke hulp krijgen het lastig vinden om dit aan te kaarten bij de aanbieder.
Recordbedrag
Niet alleen Utrecht ziet de kosten voor de huishoudelijke hulp de pan uit rijzen. Gemeenten geven steeds meer uit aan Wmo-maatwerkvoorzieningen. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) liepen de gemeentelijke uitgaven in 2024 op tot een recordbedrag van zes miljard euro, 32 procent meer dan in 2017. Vooral huishoudelijke hulp draagt bij aan die stijging.
Het aantal mensen dat gebruik maakt van hulp bij het huishouden is de afgelopen jaren het sterkst gestegen: van 394.000 in 2017 naar 556.000 in 2024, een toename van 41 procent.
Vooral in 2019 en 2020 nam de vraag snel toe. Die groei heeft alles te maken met de invoering van het Wmo-abonnementstarief in 2019, waardoor alle cliënten een vaste, relatief lage eigen bijdrage per maand gingen betalen. Het kabinet werkt nu aan plannen om huishoudelijke hulp vanaf 2029 uit de Wmo te halen voor inwoners die de ondersteuning zelf kunnen betalen.
Focus op minder uren
In 2022 bracht Utrecht het aantal aanbieders terug van negentien naar vier en stapte om de kosten binnen de perken te houden over op een andere vorm van financiering. Daarbij krijgen aanbieders een vast budget en moeten zij binnen dat budget blijven. Volgens de rekenkamer heeft dat geleid tot een sterke focus op het beperken van het aantal uren.
Cliënten merken dat ook, hoorden de onderzoekers. Zij hebben het gevoel dat aanbieders niet kijken naar wat er nodig is, maar er vooral op gericht zijn om minder uren te leveren.
Tevreden?
De lokale rekenkamer onderzocht ook of de Utrechtse cliënten tevreden zijn over de huishoudelijke hulp. Uit een enquête blijkt dat 78 procent van de cliënten in 2026 het huis schoon en leefbaar kon houden met het aantal geboden uren ondersteuning. In 2016 was dit nog 51 procent. De onderzoekers waarschuwen wel dat elke aanbieder de cliënttevredenheid weer op een eigen manier meet, waardoor de gemeente volgens de rekenkamer de kwaliteit niet goed in beeld heeft.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.