In de aanloop naar de definitieve Nota Ruimte wil het rijk de regie hernemen op de ruimtelijke ontwikkeling in Nederland. Maar het dreigt de plank mis te slaan door te weinig te kijken naar de bestaande samenwerking in de diverse regio’s. Dat concludeert adviesbureau Berenschot in een op verzoek van de VNG gemaakte analyse.
Nota Ruimte: zonder gemeenten geen nationale regie
Het rijk verzuimt in de Nota Ruimte voort te bouwen op al bestaande regionale samenwerking, aldus een analyse van Berenschot.
Geen gesprekspartner
‘Zeker het proces om te komen tot een ontwerp Nota Ruimte gaat gepaard met een ‘top-down’-benadering waarin de provincies een sleutelrol toebedeeld hebben gekregen’, noteert de Vereniging van Nederlandse Gemeenten als een van de aanleidingen voor de analyse. ‘Regio’s (en gemeenten) die lange tijd een gebrek aan ruimtelijke sturing hebben moeten opvangen en ervaring hebben opgedaan met gebiedsgerichte, integrale ruimtelijke ontwikkeling zijn nu geen serieuze gesprekspartner aan tafel.’
Spijtig
Een spijtige zaak, aldus de VNG. De koepel schermt met landelijk onderzoek naar de effectiviteit van regionale samenwerking dat leert dat ‘regio’s die structureel en langjarig investeren langs de lijnen van een integrale, strategische agenda er beter in slagen om de door hen gewenste ontwikkeling in brede welvaart te realiseren dan regio’s die dat niet doen.’ Met andere woorden: rijk, sluit je in je ruimtelijk beleid aan bij al bestaande (en bewezen succesvolle) regionale samenwerking.
Economie
Berenschot analyseerde onder meer de insteek van de 130 regionale ruimtelijke agenda’s. Daaruit blijkt dat gemeenten nu het meest intensief samenwerken op het gebied van ‘economie’ (55), natuurbehoud (41), wonen (39) en mobiliteit (37). Ook vergeleek het bureau 75 nationale programma’s, Kamerbrieven en andere beleidsstukken om de regierol van het rijk per domein te bepalen. Conclusie: die is het sterkst bij wonen en mobiliteit. ‘Op de thema’s water- en bodem, energietransitie en (in mindere mate) natuurbehoud tekent zich in voornamelijk af hóé er volgens het rijk gewerkt moet worden aan deze beleidsprioriteiten, in plaats van waar.’
Benoemen
Bij onderwerpen als gezonde leefomgeving en ruimte voor economische sectoren gaan de nationale programma’s vaak niet verder dan het benoemen van aandachtspunten of praktische handvatten om mee te wegen bij gebiedsontwikkelingen. Het rijk laat zich ook hier niet uit over welk ruimtebeslag waar het meest gewenst is.
NOVEX
Hoe neemt het rijk straks het stuur in handen? Berenschot maakte een vergelijking in geografische afbakening tussen de ‘gebiedsgerichte aanpakken’ van het rijk en de regionale agenda’s van gemeenten. Wat blijkt: ‘Bij slechts de helft van de 17 NOVEX-gebieden kunnen we stellen dat we de gebiedsafbakening terugvinden in regionale agenda’s die de ‘bestuurlijke logica’ volgen.’ Bij het Deltaprogramma valt de indeling die het rijk hanteert nog minder samen met de al bestaande regionale samenwerkingsverbanden.
Splended isolation
Het rijk kan volgens Berenschot beter nauw aansluiten bij de doelen en ambities die regio’s zichzelf al stellen. Dit om te voorkomen dat het rijk in ‘splended isolation’ allerlei ruimtelijke keuzes opnieuw maakt of zelfs tegenspreekt van bovenaf. Want: ‘Nationale regie op ruimtelijke ordeningsvraagstukken is dan ver te zoeken.’
Wake-up call
In een interview kort na het verschijnen van de Ontwerp Ruimte erkende directeur-generaal Marjolein Jansen van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in Binnenlands Bestuur dat gemeenten er te laat bij waren betrokken. ‘Een aantal gemeenten ziet dingen voor het eerst. Dat is voor ons een wake-up call: niet overal zijn gemeenten goed aangesloten. Dat reken ik onszelf aan.’

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.