De beloning van verschillende politieke ambtsdragers, zoals ministers, burgemeesters en wethouders, heeft in de afgelopen decennia niet meebewogen met het zwaarder worden van hun taak. Het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragercollege adviseert het kabinet daarom een inhaalslag te maken. Politieke ambten zijn volgens dat college zwaar, waardevol en essentieel. ‘Daar horen arbeidsvoorwaarden bij die dat weerspiegelen. Een gewaardeerd ambt vraagt om gewaardeerde arbeidsvoorwaarden.’
Loon naar werken
De beloning van politieke ambtsdragers, zoals burgemeesters en wethouders, heeft niet meebewogen met het zwaarder worden van hun taak.
Toename van de werklast
Uit de door politieke ambtsdragers zelf aangedragen cijfers over hun werklast komt het beeld naar voren dat het politieke ambt veeleisender wordt en voor sommigen ook meer tijd kost. Dat komt, voor wat met name de gemeenten betreft, vooral door de bestuurlijke taakverzwaring en toegenomen werklast bij decentrale overheden als gevolg van de decentralisaties, bestuurlijke schaalvergroting en door nieuwe eisen die de samenleving stelt aan overheden. Ook de intensievere regionale samenwerking van lokale overheden heeft tot nu toe niet tot aanpassingen in de arbeidsvoorwaarden van decentrale bestuurders geleid. Het is volgens het Arpa-college tijd om daar invulling aan te geven.
Inhaalslag in drie jaar
Het voorstel van het adviescollege onder voor zitterschap van Alexander Rinnooy Kan is om fasegewijs een verhoging door te voeren van de bezoldigings- en vergoedingsbedragen in drie jaren:
- 5 procent voor elk jaar voor bewindspersonen;
- 4 procent voor elk jaar voor de leden van de Eerste en Tweede Kamer;
- 6 procent voor elk jaar voor volksvertegenwoordigers en bestuurders op gemeentelijk niveau;
- 5 procent voor elk jaar voor de gedeputeerden en DB- leden (inclusief de voorzitters) van waterschappen;
- 3,3 procent per jaar voor de Statenleden, de AB-leden en de gemeenteraadsleden in kleine gemeenten. Zij werden al eerder voor de toename in taakzwaarte gecompenseerd.
Europees in de middenmoot
Een internationale vergelijking van de hoogte van het ministersalaris met het modale inkomen levert de constatering op dat de beloning van de Nederlandse minister(-president) hem of haar doet belanden in de Europese middenmoot. Het is volgens het adviescollege overigens lastig gebleken om een compleet overzicht te geven van de salarissen van ministerspresident/ politiek leiders in Europese landen. Dat komt omdat die salarissen doorgaans variëren afhankelijk van de specifieke (fiscale) wetgeving in elk land en vanwege het bestaan van diverse inkomenscomponenten naast de primaire bezoldiging, zoals een pensioenaanspraak.
Gelijk op met Jan Modaal
Voor werknemers was de afgelopen decennia sprake van structurele inkomensverbeteringen op grond van veel cao’s; los van de reguliere loonstijgingen dus. Die lagen met name op de uitruilmogelijkheden van tijd voor geld. Politieke ambtsdragers hebben de afgelopen twintig jaar volgens het adviescollege – los van de uiteraard wel doorgevoerde indexaties – niet kunnen profiteren van dergelijke structurele inkomensverbeteringen zoals veel werknemers die wel hebben ontvangen. Een vergelijking met de ratio tussen het ministersalaris en het modale inkomen in Nederland over de afgelopen vijftien jaar maakt overigens duidelijk dat er sprake is van een redelijk constant verhoudingsgetal.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.