‘We moeten niet alleen het onkruid water geven’, zegt Ellen van Selm, burgemeester van Purmerend, in haar openingswoord tijdens het door haar driehoek georganiseerde diner pensant over hoe om te gaan met de verharding van het publieke debat. Pieter Heerma, de ook aanwezige minister van BZK, was benieuwd naar de verhalen, zei hij. ‘Maar er is geen silver bullet.’
‘Blijf abnormaal gedrag benoemen’
Niet alleen de burgemeester, maar iedereen in het bestuur is verantwoordelijk voor het tegengaan van verharding van het publieke debat.
Wel conflict, geen uitsluiting
Ook Arthur van Dijk, commissaris van de koning van Noord-Holland, is die mening toegedaan, zegt hij in zijn introductie voor het diner pensant, waarbij allerlei driehoeken (burgemeester, gemeentesecretaris en griffier) uit de provincie, maar ook van elders, aanwezig zijn. Hij ziet om zich heen angst en zorgen over uitsluiting en intimidatie en hoewel er geen silver bullet is, kunnen we wel een nieuwe taal spreken ten opzichte van de omgangsvormen, vindt hij. ‘Je wilt de dialoog terug. Er mag wel conflict zijn, maar geen uitsluiting.’ Van Selm vult aan dat er behoefte is aan zachtheid en vertrouwen. ‘Maar ik hoor dat men vindt dat er ook hard op de persoon mag worden gespeeld. Dat vind ik moeilijk.’
Eerlijk zijn
Heerma merkt naar aanleiding van recente Tweede Kamerdebatten op dat niet alleen de voorzitter moet normeren, maar dat iedereen verantwoordelijk is. ‘En dus ligt dat ook niet alleen bij de burgemeester.’ Van Dijk stelt dat het begint met samenwerking in de driehoek en zelfreinigend vermogen dan belangrijk is. ‘Het ongenoegen komt ergens vandaan. We moeten een taal vinden voor het eerlijke gesprek. We moeten als politici eerlijk zijn. Voelen we in de gemeenteraad wel de sentimenten?’ Van Selm benadrukt dat politici en bestuurders zelf ook inwoners zijn van een gemeente. ‘Wij ervaren ook hoe het gaat en moeten dat ook meenemen. We moeten de inwoners serieus nemen.’
Ongewenst gedrag aankaarten
Dan komt de eerste gang en ook de eerste ronde van het gesprek. Aan iedere tafel zitten zes personen: een mix van burgemeesters, gemeentesecretarissen en griffiers. En dus de minister, de cdk en ondergetekende (de journalist). De eerste vraag is of aanwezigen voorbeelden kunnen geven van situaties waarin (en zo ja, hoe) ze ongewenst gedrag hebben aangekaart. En vervolgens of ze een dergelijke situatie klein hebben gehouden door er geen aandacht aan te schenken. En tot slot wat het verschil hiertussen is en wat de voorkeur heeft of wat noodzakelijk wordt geacht.
Een andere tip die voorbijkwam was: maak online haat offline
‘Maak onderscheid tussen de bezorgde bewoner en de relschopper’, is een uitkomst. Maar ook: ga naar het gevoel achter de boosheid. Ligt het aan het verdwijnen van sociale voorzieningen. ‘Geef die inwoners vertrouwen. Dat is een essentieel element.’ Een ander advies is te kijken naar het type mens dat tegenover je staat. ‘Neem dan de toon aan van de aangesprokene.’ Als er een collectief tegenover je staat, wordt het al lastiger, maar ook dan is het zaak om bijvoorbeeld ‘burgemeesterlijk te modereren’, aldus een van de aanwezigen. ‘Denk vooraf na over welke doelgroep je gaat ontvangen. Maak een connectie, geef een hand bij binnenkomst en leg duidelijk uit hoe het zit en wat de bedoeling van de bijeenkomst is. Wees eerlijk over wat er mogelijk is en toon oprechte interesse. Trek ook een grens als op de persoon wordt gespeeld en ga voor die persoon staan.
Begrip voor elkaars standpunt
In een reactie wijst minister Heerma op de 175 mensen die het Nationale Burgerberaad Klimaat vormden, waarbij mensen met een D66- en een FvD-achtergrond met elkaar in gesprek gingen. ‘Ze hoefden het niet met elkaar eens te zijn, maar ze kregen wel begrip voor elkaars standpunten. We moeten ons er rekenschap van geven dat we de burger daadwerkelijk moeten betrekken in het gesprek. Daar zit een deel van de oplossing.’ Ook noemt Heerma het feit dat het vertrouwen in de Haagse politiek daalt, terwijl dat voor ‘lokaal’ en ‘Europees’ niet zo is. ‘De burgemeester wordt het meest vertrouwd. Die is de hoeder van gemeenschappelijke waarden. Maar de burgemeester moet er niet alleen voor staan. Die gezamenlijke normen zijn gebaseerd op gedeelde waarden.’
Goede voorbeeld geven
De tweede gang is het hoofdgerecht en de vragen die we dan mogen bespreken gaan over mogelijke oplossingen of een aanpak. Wat staat ons te doen? En bij welke rol of bestuurslaag ligt deze actie? Aan de tafel waar ondergetekende zat, kwam al meteen ‘het goede voorbeeld geven’ naar boven. In een gemeenteraad was een code opgesteld op basis van gezamenlijke waarden en is afgesproken elkaar daarop aan te spreken. Een ander voorstel was om de straks nieuw te vormen of al gevormde colleges dit gesprek ook met elkaar te laten voeren. En ook vaker regionaal en tussen driehoeken, zoals deze avond, en eveneens met andere stakeholders: andere bestuurslagen, bedrijven et cetera.
Toon empathie
Van een van de andere tafels kwam een keurig lijstje met mogelijke oplossingen of aanpakken die de verharding in de politiek en de samenleving kunnen verzachten. Een van die punten was: benoem de keuzes die je maakt in de beleidsvoorstellen die je doet. Andere punten waren: gebruik het glazen huis-principe, wees niet bang en doe je werk, begrens ongewenst gedrag en gebruik je eigen moreel kompas: ongelijke gevallen vergen ook een ongelijke behandeling. Een andere tafel wees op het belang om jonge raadsleden erbij te houden. Een gemeente hanteert een ‘eerste hulp bij ongewenst gedrag online’. Toon dan empathie, zet bijvoorbeeld reacties onder een post uit en doe aangifte als het nodig is. Een andere tip die voorbijkwam was: maak online haat offline.
Cdk Arthur van Dijk maakt in zijn slotwoord duidelijk dat het gemeentehuis maar een kleine cirkel is en daarom reflectie van belang is. ‘Maak haast als je tijd hebt in plaats van dat je geen tijd hebt, maar wel haast.’ Wel heeft het lokaal bestuur ondersteuning nodig van het rijk en Van Dijk wijst erop dat met asielminister Bart van den Brink daar wel sprake van is. ‘Al luistert men vaak naar woorden in plaats van naar intenties.’ Hij benadrukt nog maar eens dat het de burgemeesters waren die de Spreidingswet wilden. ‘Dat vergeten mensen vaak.’ Volgens Van Dijk is er iets te doen aan verharding en dat is bijvoorbeeld abnormaal gedrag benoemen. ‘Het is een balans tussen begrenzen en contact maken. Als je transparant bent, dan kun je iedereen aanraken en ervan bewust maken dat sommige dingen echt niet kunnen.’
Alle perspectieven
Vlak voor zijn vertrek laat minister Heerma nog aan Binnenlands Bestuur weten dat hij het gesprek over dit ‘complexe en veelkoppige’ onderwerp ‘heel waardevol’ vond. ‘Wat ik ervan meeneem is vooral het verantwoordelijkheidsbesef van de burgemeesters om in hun rol erop te acteren en op te treden.’ Daarbij vindt hij het mooi dat het gezamenlijk met de driehoek wordt besproken, ‘zodat alle perspectieven worden meegenomen’. Op de vraag of we op dit punt nog iets vanuit Den Haag mogen verwachten zegt Heerma dat de manier waarop het politieke debat in Den Haag wordt gevoerd, doorwerkt in wat we lokaal op straat zien in omgangsvormen en agressie, ‘waar handhavers, raadsleden en bestuurders lokaal mee te maken hebben’.
Olie op de golven
‘We moeten dat in politiek Den Haag individueel doorleven en de verantwoordelijkheid nemen om in onze uitingen over gevoelige, maatschappelijke kwesties olie op de golven moeten gooien in plaats van op het vuur’, vervolgt hij. ‘We hebben hier allemaal individueel een verantwoordelijkheid: dragen we bij aan escalatie van polarisatie en problemen of dragen we bij aan dat tegengaan en het elkaar blijven vinden in het vreedzame beslechten van geschillen waar politiek in de democratie voor bedoeld is.’ In de debatten zelf zal Heerma er zich van bewust zijn dat hij in zijn handelen bijdraagt aan oplossingen en het uitvergroten van problemen. ‘Maar ik zal ook breder de politiek erop blijven aanspreken dat we daar allemaal een verantwoordelijkheid in hebben, dus ook de Kamerfracties in de debatten.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.