In 2013 wordt het politieke geloof ‘participatiesamenleving’ uitgevonden. Eigen verantwoordelijkheid voorop. De overheid is zogenaamd te duur, te log en te klantonvriendelijk, dus de markt moet alles oplossen. Slimme beleidstypes beloven efficiëntere zorg en zelfredzame burgers. De werkelijkheid? Een paar miljoen huishoudens zijn nu afhankelijk van toeslagen om rond te komen.
Zelfredzaamheid is verdienmodel over rug kwetsbaren
Steeds opnieuw moeten kwetsbare mensen hun verhaal doen, om uiteindelijk alsnog vast te lopen in de bureaucratie.
De nieuwe filosofie bleek een handige truc om verantwoordelijkheid van de overheid af te schuiven op burgers. Al in 2023 waarschuwde het Sociaal en Cultureel Planbureau dat grote groepen mensen niet gezien, gehoord of geholpen worden. Meedoen in Nederland betekent allang niet meer alleen de taal spreken maar ook digitale loketten begrijpen, tegenstrijdige regels ontwarren en bureaucratische hinderlagen ontwijken. Het liefst via een chatbot. Wie verstandelijk beperkt is, op leeftijd, of net kan meekomen met e-mail en WhatsApp is kansloos. Toch verwacht de overheid dat mensen zelfstandig ingewikkelde regelingen zoals een PGB aanvragen, compleet met portals, beschikkingen en verantwoordingsregels uitvogelen.
Vooral arbeidsongeschikt raken is een bureaucratische nachtmerrie. Mensen moeten zelf uitzoeken wat het verschil is tussen WIA, IVA, volledig, gedeeltelijk of duurzaam arbeidsongeschikt. De bijstand is een moeras van losse regelingen, uitzonderingen en inkomensgrenzen. Sommige mensen krijgen te maken met tientallen regelingen tegelijk, allemaal met eigen formulieren en bewijsstukken. Vervolgens mogen ze zelf uitzoeken of ze bij het UWV, de Sociale Verzekeringsbank, de gemeente of weer een ander loket moeten zijn.
Gemeenten saneerden hun inhoudelijke kennis weg en zijn nu overgeleverd aan thuiszorgclubs met holle slogans als ‘Alleen komen we niet verder. Samen wel.’ Ondertussen weet niemand meer wie waarvoor verantwoordelijk is. Een goudmijn voor zorgcowboys en overbodige tussenlagen. Voor een simpele hulpvraag verschijnt een complete optocht aan wijkteams, buurtcoaches, cliëntondersteuners, schuldhulpverleners en budgetcoaches. Allemaal bezig de schade te repareren dat hetzelfde systeem veroorzaakt. En steeds opnieuw moeten kwetsbare mensen hun verhaal doen, om uiteindelijk alsnog vast te lopen in de bureaucratie.
Alsof dat niet genoeg is, gelden er de ongeschreven regels. Kwetsbare mensen moeten hun problemen netjes uitleggen, zich kwetsbaar opstellen, vooral niet boos worden en precies genoeg emotie tonen om geloofd te worden. Wie wantrouwend, gefrustreerd of uitgeput is, loopt het risico als ongemotiveerd te worden gezien. Kleding, taalgebruik en huidskleur spelen ongemerkt mee. Ondertussen zijn ervaren hulpverleners vervangen door flexkrachten met afvinklijstjes.
Onderzoekers Guus Berkhout en Hans de Jongh hebben berekend dat alleen al ruim één miljoen ambtenaren aan nutteloze controleregeltjes hun brood verdienen. Het schrappen van deze overbodige banen met de gebakkenlucht-zorgbedrijfjes in hun kielzog levert gigantisch veel geld op. Geld dat niet alleen ingezet kan worden voor een menswaardige cliëntbehandeling maar voor veel meer. Is de eenvoudige oplossing een basisinkomen voor iedereen (zie mijn eerdere column hierover) misschien toch geen gek idee?
De meest weerloze mensen zijn het meest de klos in een onmenselijk systeem. Alles draait om regels, controle en wantrouwen en boven iedere hulpvraag hangt de verdenking van fraude. In het boek ‘De mening van..’ laat auteur Gerard Sangers met misselijkmakende voorbeelden zien hoe mensen die afhankelijk zijn van hulp worden behandeld alsof ze de samenleving iets proberen af te troggelen. Eerst tuigt de overheid een ondoordringbaar web van wetten en regels op waar zelfs professionals amper uitkomen. Daarna moeten kwetsbare mensen zich daar zogenaamd zelfstandig doorheen worstelen. Zelfredzaam of falend systeem?
Reacties: 1
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Het artikel bevat zonder twijfel een kern van juistheid. Met sociale wetgeving, waarbij meer wordt uitgegaan van maatwerk, zouden (wellicht) betere resultaten zijn te behalen maar of dat minder bureaucratisch kan verlopen is de hamvraag. Sommige genoemde voorbeelden zijn ook slechts incidenten en gelukkig niet structureel aan de orde.
De sinds 2013 ingeslopen verbreding van de methodiek van het verlenen van steeds meer toeslagen heeft ongetwijfeld te maken met de financieel economische positie van ons land, waarbij het de intentie was/is om 'het product arbeid' ten opzichte van andere landen zo concurrerend mogelijk te houden. Het aantal toeslagen kan echter ook worden teruggebracht via verbetering van de belastingpositie van de laagste inkomensgroepen.
Met de suggestie van het introduceren van een basisinkomen wordt 'een oud paard' van stal gehaald dat geen kans van slagen heeft:
-het heeft een veel te grote negatieve invloed op de prestaties van het op dit moment nog steeds onmisbare product arbeid.
-de haalbaarheid van een reëel basisinkomen is met de huidige bevolkingsopbouw financieel niet haalbaar. Daarvoor is het beroep op noodzakelijke sociale ondersteuning in ons land bovendien veel te groot.
-een onvoldoende hoog basisinkomen zal ongetwijfeld juist een negatieve invloed hebben op het bestaansrecht van burgers die noodzakelijkerwijs gebruik moeten maken van sociale voorzieningen (de kwetsbare mensen zouden nog kwetbaarder worden).