Oud-burgemeester Klaas Tammes (78) is door z’n lijstje met spectaculaire burgemeesters heen. ‘Burgemeesters die vandaag de dag onmiddellijk een motie van wantrouwen aan hun broek zouden krijgen. Ik kom uit een tijd van overleg en samenwerking. Dan kijk je toch met enige jaloezie naar burgemeesters die gewoon lekker de dienst uitmaakten’, grinnikt de biograaf van ‘s lands uitzonderlijkste burgemeesters. Geen ‘bruggenbouwers en verbinders’, maar wel authentieke bestuurders die in hun tijd al een fenomeen waren: Rolly ridder van Rappard in Gorinchem, Hans Gruijters in Lelystad en Molly Geertsema in Wassenaar. Tammes heeft nu een wellicht laatste loot aan de stam van paradijsvogels toegevoegd: Wim Thomassen.
Burgemeester van de buitencategorie
Binnenkort verschijnt de biografie van de Rotterdamse burgemeester Wim Thomassen. Hij vond Rotterdam 'te groot voor dit land'.
Wim Thomassen (1909-2001) was kort na de Tweede Wereldoorlog even lid van de Tweede Kamer voor de PvdA, en daarna burgemeester van Zaandam (1948-1958), Enschede (1958-1965) en ten slotte van Rotterdam (1965-1974). ‘Thomassen was al snel een burgemeester van de buitencategorie,’ zegt Tammes. ‘Zo werd hij ook gezien, vooral door zijn angstaanjagende werkdrift. Gruijters en Geertsema waren aan de luie kant, Thomassen was het tegenovergestelde. In Twente werd hij de Duwer genoemd.’
Tammes’ biografie van Thomassen heet niet voor niets De Drijver. ‘In Zaandam streed hij voor een intergemeentelijk gasbedrijf en de bouw van de Coentunnel’, zegt de biograaf. ‘In Enschede zette hij zich als een bezetene in voor het binnenhalen van de Technische Universiteit, tot woede van zijn collega-burgemeester in Deventer die Enschede maar een uithoek vond, en voor de bouw van de snelweg naar het westen. En in Rotterdam was dat de haven. En dat hebben ze in Rotterdam en Den Haag geweten.’
Autoritair
Wim Thomassen stond oorspronkelijk niet op zijn lijstje met wonderlijke burgemeesters. Tammes: ‘Ik ben op Thomassen gekomen, omdat ik in mijn boek over de eerste tien vrouwelijke burgemeesters een hoofdstuk had geschreven over de vrouwen van burgemeesters. En toen kwam ik An Thomassen tegen. Ze was een radicale en beetje anarchistische burgemeestersvrouw die haar eigen weg ging. Via An kwam ik op Wim. En dat bleek eigenlijk een hele mooie combinatie, die twee. Ze kwamen allebei uit de socialistische geheelonthouders- en jeugdbeweging. Hij was wat rechtser, zij was wat linkser. Ze hadden heel veel ruzie, maar het was toch een goed huwelijk. In een dubbelinterview met ze zegt An in 1972: “Hij domineert van nature. Nu praten we over alles en dat maakt de zaak heel boeiend. Wat natuurlijk lastig is, is dat autoritaire van hem. Het irriteert mij niet want het is zo vertrouwd.”
Thomassen kwam uit een rood onderwijzersgezin en is altijd een onderwijzer gebleven, vindt Tammes. ‘Hij kon charmant zijn, maar zat altijd op de inhoud. De empathische kant van het burgemeesterschap was bij hem minder ontwikkeld. Er moest wat gebeuren; hand aan de ploeg. Hij had iets regentesk, maar status en aanzien deden hem niets. De ambtswoning in Rotterdam vonden An en Wim veel te groot en te chique, dus daar gingen ze niet naartoe.
Rijtjeshuis
In Zaandam was hij ook al in hun rijtjeshuis blijven wonen. Wat Thomassen typeert, is dat hij het baldakijn boven zijn stoel in de raadszaal in Rotterdam liet weghalen en op gelijke hoogte was gaan zitten met de wethouders. Hij zat ook naast zijn chauffeur, en niet achter in de dienstauto. Dat was geen pr, dat speelde geen enkele rol. De voorganger van Thomassen in Enschede liep door de stad en maakte met iedereen een praatje. Daar was Thomassen niet van. Niet omdat hij hooghartig was, maar omdat hij bezig was met z’n ideeën. Het burgervaderschap was niet aan hem besteed; hij was dé stadsbestuurder. Ik heb mensen gesproken die hem bijna adoreerden, maar bij de bevolking was hij geloof ik niet zo geliefd.’
Weggesleurd uit Enschede
Thomassen was helemaal niet van plan om neer te strijken in Rotterdam. ‘Hij dacht tot zijn pensioen in Enschede te blijven,’ zegt Tammes. ‘Ze hadden er na zijn herbenoeming in 1964 ook een bungalow laten bouwen. Probleem was dat Rotterdam een nieuwe burgemeester nodig had, maar dat de PvdA niemand kon vinden. Dus werd hij in 1965 door de partij weggesleurd uit Enschede. Al snel was Thomassen begeesterd door Rotterdam, hoewel An de stad zeker in het begin niet zag zitten.
Thomassen werd in 1974 opgevolgd door André van der Louw, de voortrekker van Nieuw Links, nadat de PvdA de absolute meerderheid in de raad had veroverd. Wim werd onder meer reizend havenambassadeur. Hij overleed op 92-jarige leeftijd, de 89-jarige An overleed acht maanden later. Tien jaar voor hun dood hadden ze nog van zich laten horen toen het de PvdA electoraal tegenzat en de gedachte van een progressieve volkspartij weer opdook.
Tammes: ‘Thomassen was al lang voorstander van een progressieve volkspartij. Wat hem betreft had de PvdA zijn langste tijd gehad. Hij vond dat de partij was ‘verschraald tot een intellectuele groep die met een veel te grote rijkdom aan woorden het bolwerk verdedigde. Je kunt Thomassen onmogelijk groen noemen. Maar dat de partij die hij tachtig jaar geleden mede heeft opgericht, 25 jaar na zijn dood fuseert met GroenLinks, zou hem toch deugd hebben gedaan.’
Het boek ‘De Drijver’ van Klaas Tammes verschijnt eind juni bij Uitgeverij Prometheus en kost €27,50.
Lees het volledige artikel in BB10 van deze week (inlog).
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.