Minister Sterk wil de jeugdzorg hervormen. Zo wil ze een eigen bijdrage invoeren en de jeugdhulpplicht van gemeenten scherper afbakenen. Volgens haar leidt dat tot lastige dilemma’s. Tegelijkertijd waarschuwt ze voor al te hoge verwachtingen: ‘Ook deze wet gaat natuurlijk niet zaligmakend zijn.’
Minister Sterk over jeugdzorg: ‘Ik zit daar met een dilemma’
‘Diverse partijen hebben verschillende wensen en verwachtingen van de wet. En dat is best wel ingewikkeld.’
Al ruim honderd dagen staat het kabinetJetten aan het roer. En hoewel de minderheidscoalitie vooralsnog weinig grote resultaten heeft geboekt, wil CDA-minister Mirjam Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) gemeenten naar eigen zeggen ‘echt helpen met de uitdagingen die er zijn als het gaat om jeugdzorg.’ Voor de oud-gedeputeerde van Utrecht is het een ‘heel belangrijk dossier’. Bovendien ziet ze voldoende draagvlak voor hervormingen. ‘Er is nu ook wel momentum om er wat aan te doen. Bij alle partijen is er de wil om stappen te zetten’, meent Sterk. Eén van haar maatregelen is de invoering van een eigen bijdrage in de jeugdzorg.
Waarom is die eigen bijdrage in de jeugdzorg noodzakelijk?
Sterk: ‘Volgens mij is die eigen bijdrage voor gemeenten nog niet eens het belangrijkste. De echte vraag is hoe we meer regie krijgen op de jeugdzorg. Ik zie dat heel veel gemeenten zich daarover zorgen maken. En als je kijkt naar de cijfers, dan is daar alle reden toe. Eén op de zeven jongeren krijgt jeugdzorg, dus daar moeten we echt iets mee. We moeten er vooral voor zorgen dat jongeren die echt thuishoren in de jeugdzorg worden geholpen. Veel van de vragen die nu in de jeugdzorg terechtkomen, zijn eigenlijk geen vragen die daar beantwoord zouden moeten worden. En wat betreft die eigen bijdrage: het gaat, net als in heel het zorgstelsel, om solidariteit. Mensen met een hoog inkomen betalen meer dan mensen met een laag inkomen. En mensen die gezond zijn betalen voor mensen die ziek zijn. Maar je betaalt ook voor de zorg die je krijgt. En daar hoort die eigen bijdrage bij.’
Wordt de eigen bijdrage in de jeugdzorg dan inkomens- en vermogensafhankelijk?
‘Dat moet ik allemaal nog gaan bekijken. Naar aanleiding van een Kamermotie zijn we ook bezig met een onderzoek naar de stapeling van de maatregelen, die immers bij elkaar impact kunnen hebben op het inkomen van mensen. Het gaat dus niet alleen over een eigen bijdrage in de jeugdzorg, maar bijvoorbeeld ook in de wijkverpleging en de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo. Voor de zomer zullen wij daarvan de resultaten hebben. Daarna wil ik kijken naar de concrete invulling van de eigen bijdrage in de jeugdzorg. Ik wil namelijk eerst het grotere plaatje zien. Wat betekent zo’n maatregel voor gezinnen in combinatie met andere eigen bijdrages?’
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) maar ook cliëntenorganisaties en branchevereniging Jeugdzorg Nederland zijn enorm kritisch. Zij vrezen dat een eigen bijdrage gezinnen in kwetsbare posities afschrikt om hulp te zoeken. Bovendien zou de invoering in strijd zijn met internationale verdragen over kinderrechten en de positie van kinderen met een beperking.
Maakt u zich daar geen zorgen over?
‘We moeten veel meer kijken naar wat we aan de voorkant kunnen afvangen aan vragen die geen zorg zijn. De lichte jeugdzorg is een heel ander vraagstuk dan de specialistische jeugdzorg. De vraag is ook: waar ga je die eigen bijdrage voor inzetten? Uitsluitend voor lichte jeugdzorg of ook voor specialistische jeugdzorg? Daar moeten we nog over nadenken. Er is heel veel solidariteit in het zorgstelsel, maar de zorg kost ook geld. Daar mag je ook wel iets voor betalen, anders wordt het stelsel onhoudbaar.’
Er zijn nog meer maatregelen in de maak om het stelsel van jeugdzorg te verbeteren, zoals het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet. Met dit voorstel wil het kabinet ervoor zorgen dat jeugdhulp zo passend mogelijk wordt ingezet. Uitgangspunt is: lichte hulp als het kan, zwaardere zorg als het moet. Sterk noemt dit voorstel in het interview ‘ontzettend belangrijk.’ Maar ook dit voorstel stuit op stevige kritiek van gemeenten en jeugdzorgaanbieders. Ondanks wat de titel doet vermoeden, wordt volgens de VNG de reikwijdte van de jeugdhulp helemaal niet ingeperkt. Ook brancheorganisaties zoals Jeugdzorg Nederland stellen dat de reikwijdte van de Jeugdwet niet wezenlijk wordt afgebakend.
Wat gaat u met die feedback doen?
‘Ik zit daar met een dilemma. Jeugdzorgaanbieders, gemeenten en artsen zeggen dat we iets moeten doen aan de jeugdzorg. We moeten proberen de toegang tot de jeugdzorg meer te specificeren, zodat je de jongeren in de jeugdzorg krijgt die daar ook horen. In de reikwijdtewet proberen we dat te regelen, maar daar ontstaan wel dilemma’s. Gemeenten willen niet dat huisartsen op hun kosten jongeren doorverwijzen naar jeugdhulp, terwijl huisartsen het niet zien zitten dat hun rechten om jonge patiënten naar een specialist door te verwijzen worden ingeperkt. Diverse partijen hebben verschillende wensen en verwachtingen van de wet. En dat is best wel ingewikkeld. Het is niet zo dat iedereen zegt: “Als je dit aanpast, is het geregeld.”’
Maar het is toch uiteindelijk aan de politiek om na belangenafwegingen keuzes te maken? U kunt nooit iedereen tevredenstellen.
‘Ik moet inderdaad een politieke weging en keuze maken. Maar ik ben natuurlijk ook verantwoordelijk voor een goed functionerend stelsel. Bij dat stelsel horen ook gemeenten, huisartsen en jeugdhulpverleners. Je wilt dat iedereen daarin samenwerkt.’
Nut en noodzaak van de wet Reikwijdte Jeugdwet staat ook wel ter discussie. In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid schreven advocaten en een jurist van Victor Advocaten & Adviseurs eerder al een verkenning naar het afbakenen van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht. Hun conclusie: de huidige Jeugdwet biedt al voldoende ruimte om de jeugdhulpplicht af te bakenen. ‘De gedachte dat gemeenten dat niet zouden kunnen, klopt simpelweg niet. Sinds de invoering van de wet in 2015 hebben gemeenteraden al de bevoegdheid om hierin keuzes te maken. Het probleem is alleen: dat doen ze veel te weinig’, zei één van de auteurs in juli 2025 tegen Binnenlands Bestuur.
In hoeverre hebben gemeenten dit wetsvoorstel eigenlijk wel nodig?
‘Er zijn gemeenten die deze wet niet nodig hebben. Op die plekken is de jeugdzorg gewoon goed georganiseerd. Maar er zijn ook gemeenten die worstelen. Zij hebben niet altijd zelf de expertise in huis om te bepalen wat er nodig is. Daar moet die nieuwe wet bij helpen. Omdat momenteel veel onduidelijkheid bestaat over wat onder lichte en specialistische zorg valt, zie je dat gemeenten hier zelf eigen definities aan geven, wat weer leidt tot verschillende uitkomsten. Daarbij wil ik de verwachtingen enigszins temperen, want ook deze wet gaat natuurlijk niet zaligmakend zijn.’
Wat gaat u specifiek doen met de feedback van gemeenten en aanbieders?
‘Ik praat constant met alle partijen en zie ook wel dat we er nog niet zijn. We moeten met een reactie komen. Die komt in het najaar. Feit blijft dat gemeenten vragen om handvatten en duidelijke kaders, zodat we duidelijker hebben waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn en wat misschien op een hoger niveau moet worden georganiseerd. Maar het is een veel groter plaatje. Het stelsel hervormen betekent veel meer dan alleen de reikwijdte van de Jeugdwet aanpassen, of de invoering van een eigen bijdrage.’
In dat stelsel zoeken gemeenten soms de randen op. In zeker 25 gemeenten krijgen inwoners die Wmo- of jeugdzorg op maat aanvragen niet standaard een beslissing op papier, zo bleek uit onderzoek van Binnenlands Bestuur en Investico uit september 2025. Dat terwijl het niet afgeven van zo’n beschikking in strijd is met de wet en de rechtsbescherming van burgers aantast.
Welke maatregelen gaat u treffen tegen gemeenten die op deze manier werken?
‘Ik hoor inderdaad van gemeenten dat zij liever niet voor alle maatwerkvoorzieningen een beschikking afgeven. Zij geven aan dat dit de bureaucratie vermindert en leidt tot lagere administratieve lasten. Tegelijkertijd hebben burgers recht op een beschikking, omdat die hun rechtszekerheid biedt. Zonder beschikking kunnen zij immers geen bezwaar maken of beroep instellen tegen een besluit van de gemeente.’
‘Er zitten volgens mij twee kanten aan. Enerzijds is er best wel veel aanbod bij gemeenten dat je gewoon zonder beschikking kunt aanbieden. Denk aan alle collectieve voorzieningen waarbij het afgeven van een beschikking niet verplicht is. Daar zit volgens mij best veel ruimte en die wordt niet altijd op die manier benut. Aan de andere kant moeten burgers wel gewoon een beschikking krijgen bij maatwerkvoorzieningen. Daar hebben ze recht op. Ik zie inderdaad dat een aantal gemeenten dat momenteel niet doet. Daar praten we ook mee en in die gesprekken wijzen we hen op het feit dat dit in principe niet de bedoeling is.’
Het lijkt me niet de bedoeling dat gemeenten maatwerkvoorzieningen gaan scharen onder algemene voorzieningen zodat ze hun beschikkingsplicht kunnen omzeilen.
‘Nee, dat klopt. Daar moeten we goed naar kijken. Aan de andere kant snap ik dat gemeenten regeldruk en administratieve lasten willen tegengaan. Het maken van zo’n beschikking kost natuurlijk heel veel werk. Die tijd kunnen ze dan steken in mensen helpen.’
Over rechtszekerheid gesproken. In april vertelde bestuursrechter Erik Klein Egelink in Binnenlands Bestuur dat hij gemeenten tegenkomt die rechterlijke uitspraken van hem of zijn collega’s negeren. ‘Als het gaat om gemeentebesturen die zich niet aan de wet houden, zijn in beroepszaken in het socialezekerheidsrecht de Wmo en de Jeugdwet de zorgenkindjes’, aldus Klein Egelink. Een voorbeeld is de gemeente Hollands Kroon, die ondanks een tik op de vingers van de Centrale Raad van Beroep vasthoudt aan haar werkwijze in het sociaal domein. In februari lieten de ministeries van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid weten vooralsnog geen aanleiding te zien om in te grijpen bij deze Noord-Hollandse gemeente.
Spreekt u gemeenten aan die zich niet houden aan de wet?
‘Jawel, maar gelukkig hebben we ook rechters die gemeenten bij de les houden.’
En wat als gemeenten daar geen gehoor aan geven?
‘Er zijn ook gemeenteraden die hier wat van kunnen vinden. Het gaat uiteindelijk om hun inwoners en zij zijn verantwoordelijk voor de jeugdzorg.’
U bent toch ook stelselverantwoordelijke? In het verleden heeft minister Hugo de Jonge (Binnenlandse Zaken, CDA, red.) ook eens een streep gezet door een besluit van de Utrechtse gemeenteraad. Zoiets zou u toch ook kunnen doen bij gemeenten die de wet overtreden?
‘Nogmaals, wij kijken hier naar. Ik heb zelf nog niet gezien dat dingen hierdoor enorm misgaan, dus we moeten kijken waar we de accenten leggen. Als mensen die signalen hebben, moeten ze die vooral melden. En ik weet dat wij gemeenten aanspreken die dit doen. Dus het is ook niet zo dat we er niks van zeggen of niks aan doen.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.