Vijf jaar na de vorige energiecrisis is het opnieuw raak. Alhoewel, er wordt nogal eens verzucht dat alles een crisis wordt genoemd. Als we collectief ongemak ervaren, wordt dit label er al snel opgeplakt. En dat terwijl er voor mensen met zonnepanelen op het dak, een warmtepomp in het huis en een elektrische auto voor de deur toch vrij weinig aan de hand is.
Essay: energierechtvaardigheid komt er niet zomaar
De overheid wil kwetsbare inwoners laten meeprofiteren van de energietransitie. Daarvoor is wel meer nodig, betoogt Kees van der Wel.
Voor sommige mensen is het wel degelijk crisis. TNO berekende dat zo’n 225.000 huishoudens met een laag inkomen én veel autokilometers inmiddels bijna een vijfde van hun inkomen kwijt zijn aan brandstof. Voor hen is dit geen ongemak, maar een financiële dreun.
Financieel kwetsbare groepen vangen de hardste klappen als de prijzen van fossiele brandstoffen de lucht in schieten.
Tijdens de energiecrisis van 2021 werd al duidelijk dat financieel kwetsbare groepen slecht meekomen in de energietransitie. Daardoor vangen zij de hardste klappen als de prijzen van fossiele brandstoffen de lucht in schieten. Dat raakt hen niet alleen in de portemonnee, maar bijvoorbeeld ook in hun gezondheid en sociale leven.
Onder het motto never waste a good crisis werd de vorige crisis aangegrepen om in te zetten op energierechtvaardigheid; het laten meedoen en meeprofiteren van sociaaleconomisch achtergestelde groepen in de energietransitie. Dat leidde tot mooie ambities in beleidsdocumenten en een breed palet aan maatregelen, zoals de energietoeslag, inzet van energiecoaches en witgoedregelingen.
We zijn er nog lang niet
Toch laat de huidige crisis zien dat we er nog lang niet zijn. Voor kwetsbare groepen zijn stijgende energieprijzen nog steeds het zetje dat hen over de rand duwt. Het is duidelijk dat het nastreven van energierechtvaardigheid beter moet. In dit essay bekijk ik vanuit beleidstheorie hoe de overheidssturing op energierechtvaardigheid de afgelopen jaren vorm kreeg, waar het goed gaat, en waar het beter kan.
Wat is precies het probleem? Sinds 2013 besteden wetenschappers expliciet aandacht aan het effect van de energietransitie op de groeiende kloof tussen arm en rijk. Het bewijs heeft zich intussen opgestapeld dat de transitie een Mattheüseffect kan hebben: de rijken worden rijker en de armen worden armer.
Stapeling van ongelijkheid
Dat komt deels doordat beleidsmaatregelen zoals subsidies voor zonnepanelen, gunstige leningen of belastingvoordelen vooral ten goede komen aan hogere inkomens. Extra saillant is dat hoge inkomensgroepen die overheidssteun soms überhaupt niet nodig hebben. Zo wijst de Algemene Rekenkamer erop dat voor kapitaalkrachtige huishoudens de financieel gunstige verduurzamingsleningen van het Nationaal Warmtefonds gezien kunnen worden als een cadeautje. En daar blijft het niet bij. Er is ook nog eens sprake van een stapeling van ongelijkheid.
Waar hoge inkomens met overheidssteun energiebesparing – en daarmee kostenbesparing – realiseren, blijft dit voor armere groepen buiten bereik.
Waar hoge inkomens met overheidssteun energiebesparing – en daarmee kostenbesparing – realiseren, blijft dit voor armere groepen buiten bereik. En ook nu met de hoge brandstofprijzen: voor hen die met subsidies en korting op de motorrijtuigenbelasting een elektrische auto aanschaften is er weinig aan de hand, maar zij die vastzitten aan een benzineauto komen al snel in de problemen.
Het gebrek aan financieringsvermogen is de meest zichtbare barrière, maar daarachter schuilen andere obstakels. Veel regelingen zijn in theorie toegankelijk, maar in de praktijk moeilijk te gebruiken voor mensen met bijvoorbeeld beperkte digitale vaardigheid, beperkte reken- en taalvaardigheden of wantrouwen richting de overheid. Daarnaast kunnen er nog andere barrières zijn zoals een onwelwillende huisbaas en stroperige besluitvorming binnen verenigingen van eigenaren.
Hoe kom je van ambitie naar structureel beleid?
De eerste stap in het oplossen van een probleem is erkennen dat je er een hebt. Die stap is inmiddels gezet. Begrippen als rechtvaardig, eerlijk en inclusief duiken steeds vaker op in gemeentelijke beleidsdocumenten. Maar erkenning alleen is niet genoeg. De vraag is hoe gemeenten van ambitie naar concreet en structureel beleid komen dat kwetsbare groepen ondersteunt.
Als we het zien als een beleidsopgave om kwetsbare groepen te helpen stappen te zetten in de energietransitie, dan is overheidssturing niet wezenlijk anders dan bij elke andere opgave. Drie acties zijn belangrijk voor effectief sturen op energierechtvaardigheid: het opstellen van doelen, het verankeren van die doelen in beleidsprocessen, en het ontwerpen van passende beleidsmaatregelen om de doelen te halen. De moeilijkheid is om bij deze acties oog te blijven houden voor energierechtvaardigheid.
Concrete doelen nastreven
Een van de grootste uitdagingen is dat overheden blijven steken in het uiten van ambities in plaats van concrete doelstellingen. Effectieve sturing op energierechtvaardigheid vraagt om concrete doelen. Rechtvaardigheidsprincipes bieden een taal om het gesprek te voeren over welke ambities gemeenten hebben in het streven naar een rechtvaardige energietransitie. Maar deze ambities moeten naderhand wel ingevuld worden. Zonder doorvertaling naar randvoorwaarden, drempelwaarden en streefwaarden blijft onduidelijkheid een struikelblok voor het afstemmen van beleid op rechtvaardigheidsdoelen.
Effectieve sturing op energierechtvaardigheid vraagt om concrete doelen.
Doelen verankeren in beleidsprocessen
Ten tweede dienen doelen verankerd te worden in beleidsprocessen. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei deed in 2025 een poging om de toetsing op rechtvaardigheid te organiseren. Vragen over rechtvaardigheid werden opgenomen in een evaluatietool die diende als input voor financieringsbesluiten. Desondanks gaven ambtenaren bij een derde van de beleidsmaatregelen geen antwoord op deze vragen. Ze leken weinig nut of noodzaak te zien in het reflecteren op de match tussen hun maatregel en de vastgestelde rechtvaardigheidsprincipes. Hieruit volgt dat het van belang is dat er niet (alleen) een vrijblijvende reflectie wordt georganiseerd, maar ook toetsing waar consequenties aan verbonden worden.
Een andere conclusie uit het onderzoek dat ik met TNO deed, was dat het zinvol is om ook toetsing te organiseren op een maatregel-overstijgend niveau, bijvoorbeeld voor een beleidspakket. Klimaatbeleid vraagt om afruilen en er kunnen goede redenen zijn om soms prioriteit te leggen bij het zo snel mogelijk terugdringen van CO2-emissies in plaats van het ondersteunen van kwetsbare groepen. Maar als dat laatste wordt nagestreefd, dan moet een beleidspakket wel in overeenstemming zijn of optellen naar de opgestelde randvoorwaarden, drempelwaarden en streefwaarden.
Maatwerk bieden
Ten derde vraagt effectief sturen op energierechtvaardigheid om passende beleidsmaatregelen. Vergelijkend evaluatieonderzoek wees erop dat maatregelen tekortschieten als ze geen ruimte laten voor maatwerk. We hebben namelijk te maken met een diverse doelgroep die om uiteenlopende (combinaties van) redenen moeilijk stappen kunnen zetten in de transitie.
Maatwerk is in de eerste plaats nodig bij het bepalen wélke hulp wordt geboden. Gemeenten doen er goed aan meer ruimte voor maatwerk te creëren, bijvoorbeeld door kwalitatieve verantwoordingscriteria op te nemen, zoals de tevredenheid van huishoudens over de geboden hulp.
Een mogelijke oplossing kan liggen in het organiseren van een ‘implementatiefonds’.
Daarnaast is maatwerk nodig bij de vraag hóe hulp wordt geboden, om te verzekeren dat deze hulp ook aankomt. Zo bleken bij de energietoeslag digitale vaardigheden een barrière. Een mogelijke oplossing kan liggen in het organiseren van een ‘implementatiefonds’; een pot geld dat apart wordt gezet om de tijd en moeite te financieren die het kan kosten om contact te leggen en vertrouwen te winnen bij de doelgroep.
Ondersteuning is er te over. Als gemeenten nu werk maken van energierechtvaardigheid, met concrete doelen, verankering in beleidsprocessen en passende maatregelen, dan is er in de toekomst voor iedereen alleen nog collectief ongemak, geen crisis.
Dit is een ingekorte versie. Lees het volledige essay in Binnenlands Bestuur #12 (inlog)
Kees van der Wel promoveerde onlangs aan de Universiteit Utrecht op de vraag hoe de energietransitie rechtvaardig kan worden uitgevoerd.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.