Acht gedeputeerden trokken woensdag naar de Tweede Kamer om namens hun achterland het ontwerp voor de nieuwe Nota Ruimte tegen het licht te houden. Doel van deze nationale omgevingsvisie is dat het rijk na lange tijd de regie herneemt en heldere ruimtelijke keuzes voor Nederland maakt. Tegelijkertijd klinkt uit veel monden juist de kritiek dat de ontwerpnota alsnog géén keuzes maakt.
‘We vergaten aan te geven wat we het belangrijkste vinden’
Acht gedeputeerden spraken zich in de Tweede Kamer uit over de Nota Ruimte.
Vlak voor de gedeputeerden woensdag aan het woord kwamen, herhaalde PBL-onderzoeker Bart Nijhof dit: ‘Nederland heeft bijvoorbeeld internationale verplichtingen op het gebied van de natuur, maar wil tegelijk landbouwgrond zoveel mogelijk beschermen. Dat is eigenlijk niet mogelijk. Je moet keuzes maken.’
Uitstekend
De Gelderse gedeputeerde Dirk Vreugdenhil herhaalde deze boodschap op basis van zijn eigen ervaring, tijdens het rondetafelgesprek met een handvol Kamerleden: ‘Wij hebben op dit moment een omgevingsvisie waar iedereen heel erg tevreden mee was, want we waren uitstekend in staat om alles wat wij belangrijk vinden op papier te zetten’, vertelde hij. ‘Maar we waren vergeten om aan te geven wat we echt het belangrijkste vinden. Daar zijn we ontzettend tegenaan gelopen. En ik zie dat nu in de Nota Ruimte terug komen. Ik vind het het mooiste om in de nota te zoeken op het woordje ‘afweegkader’ of een synoniem daarvan, want dan vallen je de plekken op in de nota waar het werk nog gewoon niet af is.’
Varifocaalbrilletje
Volgens Vreugdenhil bestaat het risico dat de overheid nu met ‘een varifocaalbrilletje’ kijkt naar de crises vlak voor de eigen neus, maar de verre blik vergeet. De netcongestie bijvoorbeeld is een gevolg van een gebrek aan langetermijndenken in het verleden. Een tweede voorbeeld is het tekort aan investeringen in mobiliteit, zei de gedeputeerde: ‘Moeten we echt een wedstrijdje doen wie de langste files heeft om te kijken waar de investeringen landen, of kijken we wat de de grote toekomstige uitdagingen zijn en hoe we zorgen dat we die voor zijn?’
Doorzetmacht
Meerdere gedeputeerden zitten te wachten op nieuwe doorzettingsmacht van het rijk, zoals die nu ook wettelijk geregeld is voor de uitbreidingen van defensielocaties. Dat geldt voor de Noord-Hollandse gedeputeerde Ester Rommel, maar ook voor haar Limburgse collega Michael Theuns. Die laatste is blij met het voorstel voor een Crisiswet Netcongestie in het huidige regeerakkoord. In Limburg zuchten ze bijvoorbeeld al lange tijd om een hoogspanningsverbinding tussen de Clauscentrale in Maasbracht in Zuid-Limburg en het noordelijker gelegen industriepark Chemelot. Theuns wil niet dat zo’n belangrijke energievoorziening tegen gehouden kan worden door een dassenburcht of kritische omwonenden. ‘De aanleg van die nieuwe stroomkabel kost twee jaar, maar de proceduretijd kost tien jaar. Organiseer vanuit een Crisiswet Netcongestie die doorzettingsmacht.’
V van Versterken
In de Nota Ruimte wordt voor de rijksbijdragen aan stedelijke en regionale ontwikkelingen een VISTA-model gebruikt. Dit is een afkorting voor vijf beleidslijnen: Versterken, Initiëren, Stimuleren, Transformeren en Accomoderen.
De Drentse gedeputeerde Yvonne Turenhout baalt ervan dat de regio Emmen onder de V van Versterken is ingedeeld, terwijl Initiëren beter zou passen. Ze zei: ‘De regio Emmen is erkend als een nationaal economisch zwaartepunt, als één van de vijf grote industrieclusters. Straks wordt de Nedersaksenlijn een gamechanger voor de complete regio. De huidige status van deze regio het VISTA-model past niet bij de potentie die deze regio heeft. Wij vinden het jammer dat als je twee miljard investeert in de Nedersaksenlijn er annex niet ook geïnvesteerd wordt in grootschalige woningbouw en het versterken van de economische potentie die daar is.’
Volgens Turenhout heeft het noorden sowieso het nakijken bij de verdeling van rijksfinanciering over woningbouwprojecten, zoals via de regeling Woningbouw op Korte Termijn. Dat zou liggen aan de verdelingssystematiek.
Schaalsprong
Ook Limburger Michael Theuns wil dat de regio’s Zuid- en Noord-Limburg in de Nota Ruimte komen te staan ‘als grootschalige verstedelijkingsgebieden met rijksregie’, en dat dan gekoppeld aan een integraal verstedelijkingsbudget. Met dit laatste bedoelt hij dat de geldstromen vanuit de ministeries gestroomlijnd worden.
Iets soortgelijks zei de Overijsselse bestuurder Liesbeth Grijsen, die blij is dat de nota beschrijft dat Zwolle, Twente en de Stedendriehoek (Apeldoorn, Deventer en Zutphen) ‘een schaalsprong’ maken; in woningbouw en economie. Maar omdat het dan gaat om hele gebiedsontwikkelingen, met oplossingen voor zowel wonen, werken als mobiliteit, wil ze dat de ministeries samenwerken. ‘Dit vraagt een gebiedsportemonnee, waarin reguliere budgetten van verschillende departementen landen om de gebiedsopgave mogelijk te maken. Dan is extra geld niet per se nodig.’
Wederkerigheid
De Flevolandse gedeputeerde Ellentrees Müller mist ‘wederkerigheid’ in de ontwerpnota. ‘Het is makkelijk om te zeggen dat ergens een grootschalige woningbouwlocatie komt, zoals in Almere Pampus. Maar dat kan niet zonder investeringen in bereikbaarheid, zoals de IJmeerverbinding, en investeringen in de opbouw van een stad; dat er genoeg huisartsen en scholen zijn, en geen netcongestie.’
North Sea
Zo had elke gedeputeerde zijn eigen regionale belangen, die woensdag ter sprake kwamen. De Noord-Hollandse gedeputeerde Ester Rommel verbaast zich erover dat de regi oNoord-Holland-Noord een witte vlek is op de kaarten in de ontwerpnota, terwijl hier landelijke belangen spelen in het maritieme cluster, de voedselinnovatie van bedrijvencollectief Seed Valley en aanlandingen van windparken.
Daniëlle de Clerck, gedeputeerde in Zeeland, wil aandacht voor het Belgisch-Nederlandse havengebied North Sea Port District, van Vlissingen tot Gent. ‘De ontwerpnota kijkt alleen naar het Nederlande gedeelte hiervan, terwijl dit voor ons een grensoverschrijdend gebied is. We willen heel graag dat dat terugkomt in de nota.’
Zoet water
Iets anders: de verdeling van zoet water. Voor Zeeland is de ‘externe aanvoer’ hiervan cruciaal voor de akkerbouw. De Clerk benadrukte het gewicht hiervan, net als haar Drentse collega Yvonne Turenhout, die ook namens de provincie Groningen sprak. Turenhout wil dat de zoetwatertoevoer vanuit het IJsselmeer naar de noordelijke gebieden als een nationaal belang wordt verankerd.
‘Er is een intensief gesprek over de herverdeling van het zoetwater met alle gebiedspartners rondom het IJsselmeer’, ze ze. ‘Er is nog lang niet een definitief besluit genomen. Wij hebben het beeld dat nu een strategie gekozen wordt die ingrijpende en negatieve gevolgen heeft voor de natuur en de landbouw in Noord-Nederland. Wij pleiten voor technische maatregelen, want het is wel mogelijk om zoetwater uit het IJsselmeer hogerop te krijgen. In het noorden zitten we hoog en droog; dat is voordelig voor de woningbouw, maar je hebt ook een leefbare provincie nodig. Drenthe heeft veertien Natura 2000-gebieden, en ook de landbouw is er een economische factor van betekenis. Dat willen we wel borgen.’

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.