Liegen over cv’s is onwenselijk en schadelijk. Ook je papieren beter doen laten voorkomen dan ze zijn is, op zijn zachtst gezegd, onhandig. Maar wat het verhaal van Nathalie van Berkel ons ook vertelt, is de prijs die zovelen betalen voor de diplomasamenleving waar we in leven. Een samenleving waar je minder waard bent als je niet naar de universiteit gaat.
Overheid, kijk verder dan diploma’s
Deze week verliest Nederland een talent dat we hard nodig hebben. Een vrouw van kleur met waardevolle ervaring uit de praktijk.
Dat uit zich in kansen om mee te doen in de samenleving en gehoord te worden. Zo is een baan in de politiek of als beleidsambtenaar zo goed als onmogelijk zonder een diploma in het hoger onderwijs. Zoveel talent blijft hiermee onbenut. Zoveel stemmen ongehoord. Natuurlijk zegt onderwijs en behaalde diploma’s iets over kennis en kunde, maar niet iedereen krijgt dezelfde kansen om talent te ontplooien. Dat zit niet in één schooladvies of obstakel, maar de hordeloop van kansenongelijkheid. Hoe minder van de zeven vinkjes, des te meer hordes worden opgeworpen.
Mijn moeder had geen diploma’s. Niet eens van de middelbare school. Daar loog ze over, zodat ze als alleenstaande moeder van drie jonge kinderen een baan kon vinden. Je kunt je voorstellen dat ik niet in rijkdom ben opgegroeid. Dat was voor mijn basisschool een goede reden om mij naar de mavo te sturen in plaats van vwo, zoals mijn CITO-score suggereerde. Eenmaal opgeklommen naar de universiteit werd mijn moeder ziek. Tijdens mijn masterstage bij gemeente Amsterdam werd ze nog veel zieker. Voor een scriptie had ik geen ruimte. Gelukkig herkende de gemeente Amsterdam mijn potentie en doorzettingsvermogen en mocht ik langer blijven.
Ik heb moeten werken voor wat anderen gegund is
Dankzij de kansen die ik bij de gemeente kreeg, heb ik mij als professional kunnen ontwikkelen. Maar van die masterscriptie is het nooit meer gekomen. Dat schreeuw ik niet van de daken en mijn master vermeld ik, zonder einddatum, wel op mijn cv. Dat is iedere sollicitatie spannend. Ik heb daarbij het geluk dat je niet aan mijn naam of huidskleur kunt zien of aannemen waar mijn sociaaleconomische wieg stond. Daardoor krijg ik op zijn minst de kans om mijn persoonlijke omstandigheden toe te lichten. Als ik mijn master had weggelaten, had ik niet dezelfde kansen gekregen. Daar ben ik van overtuigd.
Ik heb moeten werken voor wat anderen gegund is. Dat heeft gemaakt dat ik nooit heb overwogen om mijn master weg te laten en bij voorbaat op te geven. Want ondanks alle tegenwind ben ik van een dubbeltje een kwartje geworden. Dat maakt mij beter in mijn werk. Ik geef niet op bij tegenslag, weet dat er altijd een oplossing is voor een onmogelijk probleem en weet dat ik anderen nodig heb om mijn doelen te bereiken. Deze kwaliteiten herken ik bij collega’s met soortgelijke ervaringen. Door mensen bij voorbaat af te rekenen op wat zij niet hebben afgemaakt in plaats van wat zij hebben overwonnen, laat je onmisbaar talent lopen.
Hoeveel collega’s heb jij om je heen die in armoede zijn opgegroeid, geen hoogopgeleide ouders hebben, iets anders dan vwo gedaan hebben, geen blauwe ogen of witte huid hebben? Als je ze op één hand kan tellen dan is het tijd om naar je selectieproces te kijken.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.