Goed dat het rijk de sturing op de ruimtelijke ontwikkeling van ons land via een Nota Ruimte weer overneemt van decentrale overheden, concludeert het Planbureau van de Leefomgeving (PBL). Maar de ruimtelijke samenhang tussen maatschappelijk urgente thema’s verdient meer aandacht, er moet scherper worden gekozen en op de nog onzekere ontwikkeling van onder meer de bevolkingsgroei moet uitdrukkelijker in de vorm van scenario’s worden geanticipeerd.
PBL: Nota Ruimte mist samenhang en scherpte
De Nota Ruimte moet duidelijker maken hoe verschillende ruimtelijke ambities elkaar beïnvloeden. Ook dient de overheid scherper te kiezen.
Samenhang
In een overwegend positief getoonzette reflectie op de Ontwerp Nota Ruimte komt het PBL tot vijf nadere aanbevelingen. Het PBL prijst de brede inzet in de Nota op de hoofdthema’s Water en bodem, Landbouw en natuur, Economie en energie en Wonen, werken en bereikbaarheid, maar wil (eerste aanbeveling) meer aandacht voor hun onderlinge samenhang zien.
Woningbouwlocaties
‘In de ontwerpnota maakt de rijksoverheid duidelijk dat woningbouwlocaties beter bestand moeten zijn tegen wateroverlast, overstroming, bodemdaling en hittestress’, schrijft het PBL in de reflectie. ‘Drinkwaterbeschikbaarheid en rioolwaterzuivering moeten verzekerd zijn. Het is belangrijk dat in de definitieve Nota Ruimte inzichtelijk wordt gemaakt hoe deze uitgangspunten van invloed zijn geweest op de keuze van de woningbouwlocaties die zij voorstelt.’
Die samenhang moet ook sterker doorklinken in de energieplanning. ‘Het is voor een strategische ruimtelijke visie voor de toekomst van Nederland van belang om duidelijk aan te geven waar en in welke vorm energie-infrastructuur bepaalde ruimtegebruiksfuncties moet dienen, zoals wonen en bedrijvigheid (en waar niet).’
Prioriteit
Als tweede aanbeveling verlangt het PBL scherpere keuzes, omdat ‘de optelsom van de sectorale ruimteclaims’ groter is dan de ruimte in Nederland voorhanden. ‘De overheid moet daarom prioriteit aanbrengen in de opgaven en scherpere keuzes maken over welke claims gehonoreerd worden en hoe ze worden ingevuld.’ Pijnlijke keuzes moeten wat het PBL betreft expliciet in de Nota Ruimte worden benoemd.
Natuur
Zo kan er gezien de nationale en Europese natuurdoelen niet aan worden voorbijgegaan om de natuur in Nederland met 100.000 tot 150.000 hectare uit te breiden. ‘In de Ontwerp-Nota Ruimte wordt voorgesteld om landbouwgrond te beschermen en natuurhersteldoelen vooral te behalen door meervoudig ruimtegebruik, waarbij natuur met andere functies gecombineerd wordt. (…) Meervoudig ruimtegebruik kan bijdragen aan natuurherstel, maar het zal niet voldoende zijn om te voldoen aan de Europese verplichtingen in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Uitbreiding van natuurgebieden blijft nodig.’
Ook neemt het PBL stelling in de discussie over water en bodem als sturende elementen van de ruimtelijke ordening. De onder druk van het kabinet-Schoof ingezette afzwakking van dat principe moet worden teruggedraaid: het is ‘essentieel dat de definitieve Nota Ruimte expliciete richtlijnen bevat, waarmee onder meer condities op het vlak van waterveiligheid, beschikbaarheid en kwaliteit van water, bodem en ondergrond zwaarder gewogen worden bij beslissingen’.
Leidende principes
Als derde aanbeveling wil het PBL ook de ‘drie leidende principes van de Nota Ruimte’ aanscherpen. Het ‘meervoudige ruimtegebruik’ zou moeten worden aangepast tot ‘ruimtevraag beperken’, om ruimteclaims kritischer te kunnen beoordelen. Dat de ‘gebiedskenmerken centraal’ staan, mag meer aandacht krijgen. En het ‘afwentelen voorkomen’ (om te vermijden dat andere gebieden of toekomstige generaties worden benadeeld) kan beter worden omschreven als ‘rechtvaardig ruimtegebruik’: ‘Neveneffecten van ruimtegebruik zijn niet altijd te voorkomen. Daarom is het zaak om aan te geven welke effecten aanvaardbaar zijn en welke niet.’ Ook zou ‘duurzaamheid en omgevingskwaliteit als toetssteen’ als vierde principe moeten worden toegevoegd.
Toekomst
Verder vindt het PBL dat in de Nota beter moet worden geanticipeerd op uiteenlopende toekomstmodellen, zoals omtrent bevolkingsgroei, klimaatverandering, economische ontwikkeling en geopolitieke dynamiek. Er zou daarom ‘veerkracht’ moeten worden ’ingebouwd’ in ruimtelijke strategieën en meer flexibiliteit in het omgevingsbeleid. ‘Hiervoor kan bijvoorbeeld worden gewerkt met scenario's.’
Gewaarborgd
Tot slot moet de implementatie van de Nota Ruimte beter worden gewaarborgd. ‘Ruimtelijke ordening vindt interbestuurlijk plaats en is publiek-privaat. De belangen van sectoren en regio’s moeten ontstegen worden. Daarom is de implementatie van de Nota Ruimte geen gegeven.’ Het rijk zou daarom per doel moeten aangeven op welke wijze het die procedures wil uitvoeren. ‘Wat nog ontbreekt, is een duidelijke doelenhiërarchie waarin strategische doelen zijn verbonden met concrete maatregelen, middelen en verantwoordelijkheden.’ Want als het rijk de regie in de ruimtelijke ordening en het leefomgevingsbeleid wil hernemen, betekent dit volgens het PBL ook ‘dat het duidelijke kaders stelt waarbinnen medeoverheden, bedrijven en burgers in actie kunnen komen’.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.