Vrijwel iedere gemeente beschikt over indrukwekkende strategische visiedocumenten. Een strategische ruimtelijke visie met een toekomstblik van 20 of 30 jaar vooruit. Een koersdocument voor het sociaal domein dat inzet op preventie, inclusie en een gezonde samenleving. En vaak ook nog een organisatievisie waarin woorden als ‘samen’, ‘wendbaar’ en ‘integraal’ niet ontbreken. Wie ze leest, kan moeilijk tegen zijn: dit klopt.
Omgevingsvisie als katalysator voor integraal werken
Gemeenten hebben integraal werken omarmd als ambitie, maar niet als sturend structurerend principe.
En toch knaagt er iets.
Want wie deze documenten naast elkaar legt, ziet iets merkwaardigs. De ambities overlappen elkaar op steeds meer onderwerpen. Gezondheid, kwaliteit van leven, participatie, veiligheid, duurzaamheid, samenredzaamheid: ze keren in bijna alle langetermijnvisies terug. Alleen telkens in een andere verpakking. Met net iets andere taal, en misschien andere belangen. En met een andere eigenaar.
Een ruimtelijke visie spreekt over een gezonde, veilige leefomgeving, groen en ontmoeting. Het sociaal domein over preventie, sociale basis, bewegen en meedoen. De organisatievisie over integraal samenwerken en opgaven centraal stellen. Maar zelden vormen deze drie samen één verhaal. Ze bestaan naast elkaar. Bestuurlijk vastgesteld en goed bedoeld, maar strategisch gescheiden.
Het is moeilijk om afzonderlijke strategische visies in stand te houden die ieder hun eigen logica, taal en sturing kennen
Dat is vreemd. Zeker in een tijd waarin gemeenten steeds benadrukken dat opgaven niet meer sectoraal zijn. Wonen raakt zorg. Groen raakt gezondheid. Participatie raakt bijna alle onderdelen. Wie dat erkent, kan zich moeilijk blijven veroorloven om afzonderlijke strategische visies in stand te houden die ieder hun eigen logica, taal en sturing kennen.
Het gevolg is voorspelbaar. Integraliteit blijft iets waarover wordt gesproken, niet iets dat al is ontworpen. In de uitvoering zien we nog steeds programma’s per domein, budgetten per kolom en verantwoording per beleidsterrein. Ook binnen de begroting zien we nog altijd bij veel gemeenten de traditionele indeling van begrotingsprogramma’s. Met een financiële structuur als basis en separate beleidsindeling. De eilandcultuur is niet verdwenen en blijven we met elkaar voeden.
Het probleem zit denk ik niet bij de mensen, maar meer bij het ontwerp. Gemeenten hebben integraal werken omarmd als ambitie, maar niet als sturend, of misschien moet ik zeggen structurerend principe. Zolang sociaal, ruimtelijk en organisatie elk hun eigen visiedocument houden, blijven ze ook hun eigen afwegingen maken. En zolang de programmabegroting deze scheiding bevestigt, wordt integraliteit gereduceerd tot overleg in plaats van sturing.
Het vraagt dus om een fundamenteel andere benadering. Niet nóg een visie. Maar één integrale maatschappelijke koers, waarin maatschappelijke effecten centraal staan en waaruit alle domeinen hun richting afleiden.
Een enkele keer zie je een integrale visie voorbijkomen. De omgevingsvisie is daar nadrukkelijk de katalysator in. Goed om te zien dat de omgevingsvisie helpt om beleid te integreren en mogelijk zelfs af te schalen. Het geeft inzicht in de vele raakvlakken en ook in de hoeveelheid van beleid.
Integraal werken vraagt om één visie en om van daaruit af te dalen naar beleidskaders en praktische uitwerkingen. En dat raakt ook planning en control, waarbinnen we strategische plannen beheerst willen uitvoeren. Dat wil zeggen binnen de mogelijkheden die er zijn. Het vraagt om prioriteiten te stellen. Het is dan ook goed dat concerncontrollers nauw betrokken zijn bij de omgevingsvisie, kansen benutten en verbanden leggen. En dat planning en control wordt ingezet om maatschappelijke ambities te realiseren en zo beleid en planning en control bij elkaar te brengen.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.