Huishoudens met een koopwoning betalen dit jaar gemiddeld 45 euro meer aan hun gemeente dan vorig jaar. De stijging zit in alle drie de grote heffingen: ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Rheden spant de kroon met een lastenstijging van 21 procent. Rijssen-Holten laat als enige gemeente een stevige daling laat zien.
Gemeentelijke woonlasten stijgen 4,3 procent
De gemeentelijke woonlasten voor eigenaar-bewoners stijgen dit jaar met gemiddeld 4,3 procent, blijkt uit de Atlas van de Lokale Lasten 2026
De Atlas van de Lokale Lasten in een jaarlijks onderzoek van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) aan de Rijksuniversiteit Groningen. De gemeentelijke woonlasten bestaan uit drie componenten: de onroerendezaakbelasting (ozb), de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Alle drie dragen bij aan de stijging die huishoudens dit jaar voelen in hun portemonnee.
Alle heffingen omhoog
De ozb-aanslag voor eigenaren van woningen stijgt gemiddeld met 4,6 procent. Gemeenten verlaagden hun ozb-tarief weliswaar met gemiddeld 5,7 procent om de gestegen woz-waarden te compenseren (de waarde van een gemiddelde woning steeg het afgelopen jaar met 10,8 procent) maar per saldo betalen huiseigenaren meer. Gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling van woningen ligt het gemiddelde ozb-tarief 4,6 procent hoger dan vorig jaar.
De afvalstoffenheffing voor een meerpersoonshuishouden stijgt gemiddeld met 4,2 procent, wat neerkomt op circa 15 euro extra per jaar. De rioolheffing voor eigenaar-bewoners gaat met 4,1 procent omhoog, ofwel bijna 10 euro per jaar. Huurders betalen voor de rioolheffing gemiddeld 4,64 euro meer.
Opgeteld betekent dit voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden met een koopwoning een totale gemeentelijke woonlastennota van 1.095 euro in 2026, tegenover 1.050 euro in 2025. Huurders betalen gemiddeld 500 euro aan hun gemeente. Samen met de heffingen van provincies (252 euro) en waterschap (548 euro) levert dat een rekening op voor mensen met een koopwoning van 1895 euro per jaar.
Forse verschillen tussen gemeenten
Achter de gemiddelde stijging gaan grote onderlinge verschillen schuil. De gemeente waar de woonlasten het sterkst stijgen is Rheden, in de Gelderse Achterhoek, met een toename van 21 procent. De ozb steeg daar met 21 procent, maar ook de afvalstoffenheffing ging met eenzelfde percentage omhoog en de rioolheffing werd 15 procent duurder, ver boven het landelijk gemiddelde. De gemeente wil met deze lastenverzwaring onder meer de eigen financiële positie versterken.
Aan het andere uiteinde van het spectrum staat Rijssen-Holten, dat als enige grote gemeente een daling laat zien van 10,2 procent. Die daling is echter grotendeels kunstmatig: de gemeente geeft dit jaar een heffingskorting van meer dan 100 euro op de totale aanslag. Maar ook zonder die korting liggen de woonlasten er onder het landelijke gemiddelde.
Bij huurders zijn de uitschieters nog extremer. De lasten voor huurders stijgen het hardst in Leudal (Limburg), met maar liefst 58 procent. Dat komt doordat de gemeente in 2025 nog een deel van de kosten van afvalinzameling en -verwerking zelf voor haar rekening nam. Dat is in 2026 heeft stopgezet. In Roerdalen, eveneens in Limburg, daalden de lasten voor huurders juist het meest: met 37,9 procent. Dat kwam vooral om dat de gemeente de rioolheffing voor huurders afgeschafte.
Duurste en goedkoopste
De duurste gemeente voor eigenaar-bewoners is Bloemendaal (Noord-Holland), waar huishoudens met een koopwoning 2.279 euro betalen — meer dan het dubbele van het landelijk gemiddelde. Dat hoge bedrag hangt samen met de uitzonderlijk hoge woz-waarden van woningen in die gemeente, waardoor Bloemendaal minder algemene uitkering uit het gemeentefonds ontvangt en de ozb-opbrengst relatief zwaar weegt. De goedkoopste gemeente is zoals gezegd Rijssen-Holten, met een nota van 669 euro.
Voor huurders geldt dat Nijmegen de laagste gemeentelijke woonlasten kent, met slechts 33 euro. Nijmegen kiest er bewust voor om de gemeentelijke woonlasten zo veel mogelijk op te leggen aan woningeigenaren. West Betuwe is voor huurders de duurste gemeente, met 959 euro, voornamelijk doordat de gemeente het hoogste gebruikerstarief heeft voor de afvalstoffenheffing in heel Nederland.
Totale lokale lastendruk iets hoger
Als ook de provinciale opcenten op de motorrijtuigenbelasting en de waterschapslasten worden meegeteld, stijgen de totale decentrale lasten voor huurders gemiddeld met 4,2 procent (circa 46 euro). Eigenaar-bewoners zien hun totale decentrale lastenrekening met 4,8 procent (ruim 86 euro) oplopen. Gemiddeld betaalt een huishouden met een huurwoning 1.140 euro aan alle decentrale overheden samen.
De waterschappen drukken dit jaar relatief zwaar op de totale lastendruk: de zuiveringsheffing stijgt gemiddeld met 6,5 procent en ook de watersysteemheffing neemt toe. Daarmee zijn de waterschapslasten verhoudingsgewijs harder gestegen dan de gemeentelijke belastingen.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.