De nieuwe verdeling van de waterschapsbelastingen lijkt goed uit te pakken voor woningeigenaren. De wetswijziging die begin vorig jaar door de Eerste Kamer aangenomen is, lijkt succesvol. Dat meldt Vereniging Eigen Huis, na het doorlichten van de tarieven die de 21 waterschappen in 2026 waarschijnlijk zullen heffen.
Wetswijziging waterschapslasten lijkt te gaan werken
Vereniging Eigen Huis lichtte alle waterschapstarieven van 2026 door.
Omdat de WOZ-waarde tot dusver zo bepalend was voor de hoogte van de tarieven, moesten woningeigenaren een steeds groter deel van de belastingdruk dragen. De stijging van de WOZ-waarde van woningen is al jaren veel hoger dan die van niet-woningen. De komende jaren zet die lijn alleen maar door, is de verwachting. In de memorie van toelichting van de betreffende wetswijziging staat beschreven dat de WOZ-waarde van woningen tussen 2015 en 2021 met 35,8 procent steeg, terwijl die van niet-woningen in diezelfde periode daalde met 2,3 procent.
Profijtbeginsel
In 2020 betaalden woningeigenaren al 82 procent van de watersysteemheffingen, die een belangrijk onderdeel zijn van de totale lasten. Een ander onderdeel zijn bijvoorbeeld de zuiveringsheffingen. Deze trend bracht de verdeling van de belastingdruk uit evenwicht. Centraal in de waterschapsbelastingen staan de beginselen van solidariteit en profijt: enerzijds moet het watersysteem door alle Nederlanders gezamenlijk bekostigd worden, anderzijds wordt ook meegewogen wie het meest van het werk van de waterschappen profiteert. Dit laatste beginsel raakte in de loop van de jaren uit zicht, en moest door de wetswijziging terugkeren.
Volgens Vereniging Eigen Huis stijgen de watersysteemheffingen dit jaar gemiddeld met 9,5 procent voor woningen en 9,7 procent voor bedrijfspanden. De belangenvereniging noemt dat een ‘trendbreuk’, maar wijst er op ‘dat de ongelijkheid uit het verleden blijft bestaan doordat de wijziging geen terugwerkende kracht heeft’.
Het goedkoopst
Bovendien stijgen de waterschapsbelastingen alsnog voor iedereen. In de waterschappen Hollandse Delta en Vechtstromen gaan inwoners (dus niet alleen woningeigenaren, maar ook huurders) gemiddeld 11,6 en 11,1 procent meer betalen. Dat zijn de uitschieters. De waterschappen Noorderzijlvest en Wetterskip Fyslân zijn de duurste van het land: de eerste vraagt inwoners per jaar gemiddeld 753 euro, de tweede 738 euro. Waterschap De Dommel is het goedkoopst, met 412 euro per jaar. Alsnog stijgt ook daar het tarief met 10 procent ten opzichte van vorig jaar.
De Unie van Waterschappen meldde afgelopen november dat gezinnen met een eigen huis in 2026 gemiddeld 32 euro meer gaan betalen, en eenpersoonshuishoudens die huren gemiddeld 10 euro meer. Waterschappen moeten nu eenmaal veel investeringen doen, in extra zuiveringen en waterveiligheid. Begin maart gaan gewoontegetrouw de belastingaanslagen de deur uit.
Hervorming niet klaar
De hervorming van de waterschapsbelastingen is nog niet klaar. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt met de Unie van Waterschappen aan een methode om een derde principe – ‘de vervuiler betaalt’ – sterker in de tarieven te laten terugkeren. Pas in het najaar krijgt de Tweede Kamer hier meer over te horen. Ook moet de omvang van huishoudens een meer bepalende rol krijgen. Nu wordt er alleen onderscheid gemaakt tussen een- en meerpersoonshuishouden.

Reacties: 1
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Er gloort voor woningeigenaren nog steeds weinig zon aan de horizon. Na de veel te forse verhogingen van de afgelopen jaren is er voor hun nog veel te weinig verbetering. Er dient nu eens vaart te worden gezet achter een betere persoonsgerichte verdeling van de waterschapslasten (inclusief zuivering). Het bedrijfsleven en vooral de vervuilers (zuiveringslasten) behoren een eerlijk en groter aandeel in deze lasten te dragen.