De gemeente Leeuwarden liet steken vallen bij de re-integratie van een ambtenaar met een burn-out. Waarom krijgt zij desondanks geen billijke vergoeding?
Burn-out door werk, geen billijke vergoeding
'In de clinch' is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht.
Als een medewerker van het team Inburgering van de gemeente Leeuwarden haar taken gaat neerleggen, schrijft Yfke Jelsum* een memo aan het MT: wie neemt dat werk dan over, de werkdruk is al te hoog, mensen dreigen om te vallen. Ondersteuning is nodig, ‘zo gaat het niet langer’. Jelsum slaapt slecht, haar hoofd zit vol, ze is het overzicht kwijt.
Na een ziekmelding stelt de bedrijfsarts vast dat Jelsum tijdelijk niet kan werken. Het werk is te veel, thuiswerken tijdens de corona-lockdown was zwaar, de taken zijn onduidelijk, Jelsum geeft thuis ook nog onderwijs aan haar dochter, haar moeder en vriend zijn ziek en hebben hulp nodig. Jelsum doorloopt een traject bij een psycholoog, betaald door de gemeente.
Het UWV kent haar een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100, en verleent tevens een ontslagvergunning. Jelsum eist bij de rechtbank Noord-Nederland een billijke vergoeding van 130.000 euro omdat de gemeente verwijtbaar zou hebben gehandeld: haar arbeidsongeschiktheid is ‘in en door de dienst’ ontstaan.
De verwijtbaarheid moet wel ernstig zijn
De gemeente zou onvoldoende oog hebben gehad voor de te hoge werkdruk, signalen hierover werden bewust genegeerd, wat leidde tot een burn-out. Als de opzegging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid het gevolg is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, kan een werknemer een billijke vergoeding krijgen. De verwijtbaarheid moet wel ernstig zijn. Aanspraak op die vergoeding bestaat ook als de werkgever zijn re-integratieverplichtingen ernstig heeft veronachtzaamd.
Volgens Jelsum heeft de gemeente ten onrechte ontkend dat haar uitval het gevolg was van de situatie op het werk. Maar volgens de kantonrechter staat niet vast dat de arbeidsongeschiktheid van Jelsum het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de gemeente. De werkdruk van Jelsum was hoog maar de gemeente heeft, na de ‘noodklokmemo’, direct een spoedoverleg ingepland, een externe verzuimbegeleider ingeschakeld om uitval van Jelsum te voorkomen en heeft een extra collega aangetrokken voor ondersteuning van het team.
Desondanks vindt Jelsum dat de gemeente zich te passief heeft opgesteld. Zij had het gevoel dat zij in een bureaucratisch web was terechtgekomen, omdat niemand van de gemeente verantwoordelijkheid nam, er geen regie was en zij niet in bescherming werd genomen. Ook de kantonrechter ziet dat de gemeente met regelmaat niet snel genoeg reageerde en het advies van de bedrijfsarts niet altijd juist opvolgde. Zo adviseerde de bedrijfsarts dat werkgever en werknemer regelmatig contact met elkaar moesten houden maar de gemeente kwam dat niet steeds na.
Verder duurde het vaak lang voordat Jelsum antwoord kreeg op vragen en ondernam de gemeente geen actie toen het medisch dossier van Jelsum maandenlang niet werd overgedragen van de oude naar de nieuwe bedrijfsarts. De gemeente geeft de bedrijfsarts regelmatig de schuld maar vergeet dat zijzelf verantwoordelijk is voor de re-integratie, en niet de bedrijfsarts.
Hoewel de gemeente niet altijd haar afspraken nakwam, wordt de hoge drempel voor ernstige verwijtbaarheid niet overschreden, aldus de kantonrechter. Ook is niet gebleken dat het handelen van de gemeente ertoe heeft geleid dat de re-integratie is vertraagd: bij Jelsum waren er gewoon geen mogelijkheden om te re-integreren. Er zijn voor de kantonrechter genoeg redenen de billijke vergoeding af te wijzen.
* De naam is gefingeerd.
ECLI:NL:RBNNE:2026:46
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.