Zowel burgemeesters als het Openbaar Ministerie hadden al aangegeven dat zij de voorliggende Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties (Wtmo) niet goed kunnen uitvoeren en handhaven. De Eerste Kamer kwam deze week eveneens tot het oordeel dat het wetsvoorstel in de huidige vorm niet het juiste middel is om ondermijning van de rechtsstaat tegen te gaan.
Eerste Kamer omarmt kritiek op Wtmo
Na kritiek van burgemeesters, het Openbaar Ministerie en deskundigen besloot een ruime meerderheid in de Eerste Kamer de Wtmo te verwerpen.
Vragen bij uitvoerbaarheid
Slechts 17 (VVD, PVV, JA21 en SGP) van de 75 Eerste Kamerleden steunden het wetsvoorstel van minister David van Weel (Justitie en Veiligheid) dat al tien jaar werd voorbereid. Het kabinet wilde onwenselijke buitenlandse beïnvloeding door middel van ontvangen donaties bij maatschappelijke organisaties in Nederland juist tegengaan, omdat deze vorm van financiering een risico kan vormen voor de democratische rechtsstaat. Na een nota van wijziging vielen ook de binnenlandse donaties binnen het bereik van het voorstel. Maar tijdens het debat op 17 maart j.l. stelden partijen vooral vragen bij de proportionaliteit en de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel. Er waren zorgen of dit middel in redelijke verhouding staat tot het doel. Ook vonden Kamerleden het begrip ‘ondermijning’ onvoldoende onderbouwd.
Nieuwe bevoegdheden
Met dit wetsvoorstel zouden maatschappelijke organisaties verplicht worden om inzicht te geven in donaties die afkomstig zijn van buiten de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte. Stichtingen zouden verplicht worden om hun balans en staat van baten en lasten bij het handelsregister te deponeren. Om buitenlandse beïnvloeding door donaties tegen te gaan, zouden de burgemeester, het Openbaar Ministerie (OM) en andere specifiek aangewezen overheidsinstanties de bevoegdheid krijgen om bij maatschappelijke organisaties gericht navraag te doen naar buitenlandse giften.
Met de nieuwe bevoegdheden wordt de burgemeester gepositioneerd als een soort ‘compliance officer’
Bestuurskundige Niels Karsten en rechtsfilosoof Machteld Geuskens in het NJB in 2024.
Burgemeester als sheriff
Burgemeesters en het OM hadden dus al eerder aangegeven dat zij de wet niet goed kunnen uitvoeren en handhaven. En bestuurskundige Niels Karsten en rechtsfilosoof Machteld Geuskens betoogden in 2024 al in het Nederlands Juristenblad dat de nieuwe bevoegdheden slecht lijken te passen bij de rol en de functie van de burgemeester. ‘Het risico is niet alleen dat het burgemeesters qua tijd en aandacht te veel wordt, maar het gevaar bestaat ook dat burgemeesters in een rol terecht komen die moeilijk te verenigen valt met hun positie ‘boven de partijen’ en hun rol als burgervader/-moeder, bijvoorbeeld omdat het ambt politiseert en/of burgemeesters meer en meer als sheriff gezien worden’, merkten de schrijvers destijds op.
Terecht verworpen
Met de nieuwe bevoegdheden wordt de burgemeester gepositioneerd als een soort ‘compliance officer’, stelden Karsten en Geuskens vast. De burgemeester zou de mogelijke rol moeten onderzoeken van financiering van maatschappelijke organisaties bij de bedreiging of verstoring van de openbare orde. ‘Dat lijkt veel gevraagd van politiek-bestuurders die daarin veelal geen achtergrond hebben.’ De schrijvers wezen ook op het risico dat de nieuwe bevoegdheden leiden tot maatschappelijke en/of politieke druk op de burgemeester om ze in concrete gevallen wel of niet in te zetten. Karsten noemt het het verwerpen van het wetsvoorstel in een reactie op LinkedIn dan ook ‘terecht’.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.