Aan het begin van het nieuwe jaar spraken burgemeesters en commissarissen van de koning hun inwoners toe tijdens de traditionele nieuwjaarstoespraken. Waar de nieuwsjaartoespraken in 2025 vooral werd gekenmerkt door morele duiding en verontwaardiging, staan die van 2026 nadrukkelijk in het teken van organisatie, uitvoering en vooral: eigen verantwoordelijkheid.
Rijk als gids voor lokaal bestuur? Soms wel, soms niet
Lokale en regionale bestuurders positioneren hun eigen verantwoordelijkheid nadrukkelijker en wachten minder expliciet op landelijke regie.
Onzekerheid
Veiligheid en maatschappelijke weerbaarheid behoren tot de meest terugkerende thema’s in de nieuwjaarstoespraken van 2026. Burgemeesters spreken over de jaarwisseling, agressie tegen hulpverleners en de lokale orde; commissarissen van de koning plaatsen die ervaringen in een bredere context van geopolitieke spanningen, maatschappelijke onrust en toenemende cyberdreiging. Wat opvalt, is niet zozeer de ernst van de dreigingen – die werd in 2025 al uitvoerig benoemd – maar de verschuiving naar handelingsperspectief.
Volhouden
Maatschappelijke weerbaarheid wordt niet langer primair gepresenteerd als iets wat onder druk staat en bescherming behoeft, maar als een structurele onderhoudsopgave. In eerdere toespraken lag de nadruk sterker op kwetsbaarheid; nu verschuift het perspectief naar volhouden en onderhouden. Weerbaarheid is een permanente verantwoordelijkheid van samenleving én bestuur. Onzekerheid wordt daarbij niet als tijdelijke afwijking gezien, maar als gegeven waarmee structureel rekening moet worden gehouden.
Bestuurders zijn daarbij opvallend concreet over wat dit vraagt. Allereerst gaat het om voorbereid zijn: weten wat te doen als het misgaat, scenario’s doordenken en oefenen, en niet pas handelen als de crisis zich aandient. Tegelijkertijd waarschuwen zij voor een te technocratische benadering. Noodpakketten, plannen en protocollen zijn nodig, maar onvoldoende. “Met noodpakketten alleen komen we er niet,” klinkt het, “belangrijker is dat we elkaar weten te vinden als het erop aankomt.”
Sociale weerbaarheid
Daarmee verschuift de nadruk naar sociale weerbaarheid. Bestuurders benadrukken het belang van netwerken in buurten, verenigingen en maatschappelijke organisaties. Weerbaarheid ontstaat waar mensen elkaar kennen, elkaar aanspreken en elkaar helpen. Dat vraagt om investeren in gemeenschapsvorming, maar ook om het actief betrekken van inwoners bij vraagstukken van veiligheid en crisisvoorbereiding. Niet als toeschouwers, maar als mede-dragende actoren.
Ook voor het bestuur zelf ligt er een duidelijke opdracht. Weerbaarheid vraagt om bestuurlijke stabiliteit en voorspelbaarheid. In onzekere tijden moeten overheden betrouwbaar zijn, helder communiceren en doen wat zij zeggen. Bestuurders benadrukken dat vertrouwen niet ontstaat door grote woorden, maar door consistent handelen, juist wanneer het spannend wordt. Daarmee wordt maatschappelijke weerbaarheid expliciet gekoppeld aan de kwaliteit van bestuur.
Eigen verantwoordelijkheid
Ten slotte klinkt in 2026 een duidelijke oproep tot eigen verantwoordelijkheid, zonder die te individualiseren. Weerbaarheid is niet iets wat “de overheid regelt”, maar ook niet iets wat het individu alleen moet dragen. Zij ontstaat in het samenspel: tussen overheid en samenleving, tussen instituties en informele verbanden. Zoals een burgemeester het samenvat: “Weerbaar zijn betekent niet dat je alles zelf kunt, maar dat je weet wie je kunt inschakelen en wanneer.”
In die zin laat 2026 een volwassener benadering van weerbaarheid zien. Minder gericht op waarschuwing en meer gericht op praktische uitvoering. Minder op angst, meer op handelingsvermogen. De impliciete boodschap is helder: maatschappelijke weerbaarheid is geen project met een einddatum, maar een blijvende opdracht die vraagt om onderhoud, oefening en samenwerking; elke dag opnieuw.
Samen
Een ander dominant woord in de nieuwjaarstoespraken van 2026 is samen. Woorden als elkaar, inwoners, gemeenschap en met elkaar keren voortdurend terug. Samen wordt niet langer uitsluitend opgevoerd als moreel tegenwicht tegen polarisatie en verharding, maar expliciet als een organiserend principe voor uitvoering en verantwoordelijkheid. Het gaat niet alleen om verbondenheid, maar om betrokken blijven, verantwoordelijkheid nemen en doen wat binnen ieders bereik ligt. “Een open en veilige samenleving onderhoudt zichzelf niet,” aldus een burgemeester. “Die bestaat bij de gratie van mensen die zich verantwoordelijk voelen en blijven meedoen.” Verbinding wordt daarmee niet losgezongen van handelen, maar er juist aan vastgeknoopt. In 2026 verschuift het accent naar onderhoud en verantwoordelijkheid.
Rol rijk
Opvallend is de impliciete manier waarop in 2026 wordt gesproken over de rol van het rijk. Waar in 2025 nog een moreel appel richting Den Haag klonk (herstel rust, wees voorspelbaar) is de toon in 2026 zakelijker en conditioneler. Lokale en regionale bestuurders positioneren hun eigen verantwoordelijkheid nadrukkelijker en wachten minder expliciet op landelijke regie.
Dat blijkt uit formuleringen waarin uitvoeringskracht en lokale continuïteit worden benadrukt. “Wij doen hier ons werk,” klinkt het, “maar samenwerking vraagt wel dat afspraken worden nagekomen.” Den Haag is geen tegenstander, maar ook geen vanzelfsprekende gids. De verhouding wordt functioneel: samenwerken waar het werkt, begrenzen waar nodig. Deze houding past bij het bredere beeld van 2026: minder verwachting, meer zelforganisatie.
Lees de volledige analyse in Binnenlands Bestuur nr. 2 van deze week.


Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.