Een klassiek clichébeeld van bureaucratie is een kamer vol opgestapelde dossiers, zoals in de prachtige film ‘Ikuru’ van Akira Kurosawa (1952) en de remake ‘Living’ (2022) met Bill Nighy in de hoofdrol. Verhalen over ambtenaren die verdrinken in de dossiers en moeten kiezen wat werkelijk telt wanneer tijd schaars is.
Een werkvloer vol keuzes
Veel bestuurders doen liever alsof ze besturen dan dat ze de gemeenteraad om geld voor de benodigde overhead vragen.
Tijd, geld en menskracht zijn in het openbaar bestuur altijd schaars omdat de verwachtingen van burgers haast grenzeloos zijn. Voor je het weet, ligt alles op het bordje van de gemeente: veiligheid, bestaanszekerheid, leefbaarheid, duurzaamheid, zorg, handhaving – en het liefst allemaal tegelijk. Het openbaar bestuur moet prioriteiten stellen. Het goede nieuws is dat dit altijd gebeurt. De vraag is alleen: door wie?
Idealiter stelt het bestuur de prioriteiten. De gemeenteraad geeft richting, het college weegt, kiest en legt verantwoording af. Zo hoort het volgens de leerboeken. Maar de werkelijkheid is weerbarstiger. Bestuurders worden geconfronteerd met incidenten, politieke druk, media-aandacht en boze burgers. Prioriteiten verschuiven soms sneller dan de vergaderagenda kan bijhouden.
Overhead is weinig sexy
Wanneer het bestuur niet kan kiezen, mag je verwachten dat het ambtelijk management helpt om afwegingen te maken: wat pakken we op, wat niet, waarom, wanneer, hoe en door wie? Maar dat veronderstelt sturingsinformatie over de portfolio aan projecten, inzicht in projectplanningen, in werkvoorraden, doorlooptijden, capaciteit. Daarvoor is overhead nodig in geld, tijd en mensen. Overhead is weinig sexy. Veel bestuurders doen liever alsof ze besturen dan dat ze de gemeenteraad om geld voor de benodigde overhead vragen.
En zo belanden we bij de mensen die daadwerkelijk het werk doen. De medewerkers die ’s ochtends hun computer aanzetten en worden begroet door een eindeloze stroom mails, dossiers en vragen. Zij móéten kiezen. Niet omdat dit de bedoeling is, maar omdat het simpelweg niet anders kan. Dit is hoe in de praktijk vaak prioriteiten worden gesteld.
Is dat erg? Misschien is het juist een van de aantrekkelijke kanten van werken in het openbaar bestuur: de professionele ruimte om zelf af te wegen wat nu het meest nodig is. Maar dat mag niet vrijblijvend zijn. Het vraagt om maatschappelijke sensitiviteit, vakmanschap, om reflectie, om verantwoording, om het besef dat wanneer je kiest, iets anders blijft liggen.
Terug naar het clichébeeld van de kamer vol dossiers. De verontwaardiging gaat vaak uit naar de ambtenaren die hun zaken niet op orde zouden hebben. Maar wat we zien is onmacht en onwil van bestuurders om te kiezen, onvermogen van managers om te sturen en een onbalans tussen werkvoorraad en menskracht. Gelukkig is het slechts een cliché. De werkelijkheid is natuurlijk veel rooskleuriger.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.