Rijk en gemeenten leefden de afgelopen jaren geregeld op voet van oorlog. Gezien de urgentie van de maatschappelijke opgaven kan dat niet langer. Hoe kan de overheid weer meer als één geheel opereren? Het kabinet-Jetten neemt adviezen daarover van onderop ter harte.
Minder bonje, meer koffie
Rijk en gemeenten leefden de afgelopen jaren geregeld op voet van oorlog. Gezien de urgentie van de maatschappelijke opgaven kan dat niet.
Ook ambtenaren kunnen kloof tussen gemeenten en rijk dichten
Rijk en gemeenten stonden de afgelopen jaren vaker tegenover dan naast elkaar. Wie wil dat de overheid weer als één geheel opereert, moet niet alleen bestuurders, maar ook ambtenaren van verschillende overheidslagen vaker met elkaar in contact brengen. Formeel én informeel. Dat is één van de aanbevelingen van de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen, die eind vorig jaar het adviesrapport Samen bouwen aan resultaten uitbracht.
Onder voorzitterschap van Han Polman, oud-commissaris van de Koning in Zeeland, spraken leden van die studiegroep met tientallen ambtenaren, bestuurders en oud-bestuurders over hoe te komen tot een betere verstandhouding tussen het rijk en de decentrale overheden. Die relatie is de afgelopen jaren flink verzuurd geraakt door met name het niet nakomen van afspraken.
Daar kon heel Nederland van mee genieten: het instellen van arbitragecommissies, dreigen met een gang naar de rechter en harde woorden over en weer. Kortom, ‘veel impasses en gedoe’, aldus voorzitter Polman. Hoogste tijd voor een nieuwe, frisse start. Het aantreden van een ander, nieuw kabinet zou daarvoor ‘het moment’ zijn, zei hij bij de presentatie van het adviesrapport.
De relatie is de afgelopen jaren flink verzuurd geraakt
Dat was eind november. Wie nu het 67 pagina’s tellende coalitieakkoord Aan de slag erbij pakt, ziet dat beoogd premier Jetten cum suis de boodschap zeker ter harte hebben genomen. Niet dat het hele rapport van kaft tot kaft is overgenomen, maar sommige passages uit Samen bouwen aan resultaten zijn vrijwel letterlijk terug te vinden in het regeerakkoord.
De Studiegroep adviseerde duidelijke afspraken te maken over taken en de financiering, onder meer door aan het begin van een kabinetsperiode duidelijk af te spreken welke maatschappelijke opgaven gezamenlijk worden opgepakt. Daarnaast zou in het coalitieakkoord expliciet moeten worden opgenomen dat wettelijke normen en de spelregels uit de Code Interbestuurlijke Verhoudingen worden nageleefd, waaronder in elk geval een adequate bekostiging.
Aansluiting praktijk
Het advies om duidelijke afspraken te maken, wordt door de coalitie uitdrukkelijk omarmd, evenals de aanbeveling om kabinetsbeleid dat gevolgen heeft voor medeoverheden te laten vergezellen van een uitvoeringstoets. Er staat letterlijk: ‘Bij overheveling van taken aan medeoverheden voeren we standaard een uitvoeringstoets uit, zoals de UDO-toets (Uitvoering Decentrale Overheden).’
Provincies, gemeenten en waterschappen staan voor dezelfde opdracht, aldus de minderheidscoalitie van D66, CDA en VVD. Daarom gaan ze medeoverheden ook eerder – ‘vanaf het begin’ – betrekken bij het beleid, zodat regels aansluiten op de praktijk. Ook de aanbeveling van de Studiegroep om regelmatig met medeoverheden te overleggen is overgenomen.
Polman en de zijnen pleiten er in hun rapport voor om minimaal twee keer per jaar een overhedenoverleg te houden. Overleggen onder die naam worden al jaren frequent gehouden, maar zelden werd daar volgens Polman ‘het goede gesprek’ gevoerd. De afgelopen jaren gingen ze vooral over geld, terwijl het meer zou moeten gaan over de onderlinge relatie en of iedereen zich aan de gemaakte afspraken houdt. Door periodiek de onderlinge verhoudingen op de agenda te hebben, wordt als het goed is in een vroeg stadium duidelijk of afspraken worden nageleefd en of de samenwerking aansluit bij wat nodig is.
Behalve het inrichten van de structuur en het internaliseren van mechanismen gaat het uiteraard ook om de cultuur. ‘Uiteindelijk is samenwerking mensenwerk’, stelt Polman in het rapport. ‘Het draait om de relaties tussen bestuurders onderling en om die met ambtenaren’. Vandaar het pleidooi om te investeren in meer ontmoetingen tussen de overheidslagen, door zowel bestuurders als ambtenaren. En dat niet alleen in formele overleggen, maar ook daarbuiten. ‘Organiseer contact, ontmoet elkaar, deel dilemma’s in plaats van zittend achter je bureau verkondigen wat het voorgenomen besluit is. En niet pas gaan praten als de pap eigenlijk al is gestold.’
Samenspel
Ook dient te worden geïnvesteerd in onderling contact tussen ambtenaren van de departementen en die van de gemeenten. Daar maakt Arne van Hout zich al jaren hard voor. Als directeur-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat bij het ministerie van Binnenlandse Zaken is hij verantwoordelijk voor het verbeteren van het samenspel tussen de overheidslagen. Als gemeentesecretaris van de gemeente Nijmegen kreeg hij de indruk dat ze in Den Haag geen idee hadden van wat er op lokaal niveau speelde. Van Hout zou als directeur-generaal, zo zei hij in de podcast Topsturing, ‘die domme mensen’ op de ministeries wel eens uitleggen hoe het werkt.
Eenmaal in Den Haag kwam hij er al snel achter dat hij zelf ook geen idee had hoe het bij het rijk werkt. Volgens Van Hout, tevens lid van de Studiegroep, valt op dat vlak veel te winnen wanneer ambtenaren van centrale en decentrale overheden elkaar kennen en weten te vinden. Dit kan zijns inziens vooral worden bereikt door gezamenlijke trainingen op te zetten voor ambtenaren van beide overheidslagen.
Het moet volgens het rapport Samen bouwen aan resultaten zover komen dat bestuurders en ambtenaren op centraal en decentraal niveau elkaar successen gunnen, vanuit de gedachte dat het gezamenlijke resultaat centraal staat. Gedragsregels daarbij zijn transparantie en het tijdig delen van mogelijke dilemma’s. Het is bijvoorbeeld zaak om elkaar niet te verrassen buiten de afgesproken overlegstructuur.
‘Informeer elkaar tijdig over beleidswijzigingen of als politieke wensen en gesprekken met achterbannen leiden tot een ander standpunt dan eerder gedacht’, luidde de aanbeveling. Dat geldt evenzeer voor lokale bestuurders. Individuele overheden zouden moeten afleren om buiten de koepelorganisaties om voor eigen voordeel te gaan lobbyen bij bewindslieden. Het moet afgelopen zijn met die sublijntjes. ‘Uit respect voor de eigen afvaardigingen’, meent Polman.
Persoonlijke relaties
De grote nationale opgaven vragen om vertrouwen tussen rijk en medeoverheden op alle niveaus. ‘Dat vraagt voortdurende inzet’, schrijft de Studiegroep. ‘De relatie tussen bewindspersonen en de gesprekspartners van de koepels van medeoverheden zijn van grote betekenis om in het gemeenschappelijke belang tot afspraken te komen en die uit te voeren.
Dat begint ook met kennis van hoe de interbestuurlijke verhoudingen historisch zijn ontstaan en hoe ze functioneren, maar vooral met het opbouwen van duurzame persoonlijke en professionele relaties op zowel bestuurlijk als ambtelijk niveau.’ Dat moet leiden tot betere interbestuurlijke verhoudingen. Alle seinen staan volgens Polman op groen: Als er ooit urgentie was om als overheden samen de maatschappelijke opgaven aan te pakken, is het nu, zegt hij. ‘Dat vraagt om een cultuur van elkaar opzoeken, niet scherpslijpen’.
Relatietips van de commissie-Polman
- Investeer als bewindspersonen per domein in de eerste maanden van de kabinetsperiode in kennismakingen en gemeenschappelijke werkbezoeken met bestuurders van de medeoverheden
- Ontmoet elkaar als bewindspersonen en bestuurders van medeoverheden ook informeel
- Leer elkaars perspectief kennen door structureel te investeren in ambtelijke uitwisselingen tussen de overheden
- Verras elkaar niet met plannen voor brieven met wensen of standpunten of met overleggen met anderen buiten de afgesproken overlegstructuur
- Informeer elkaar tijdig over beleidswijzigingen of als politieke wensen en gesprekken met achterbannen leiden tot een ander standpunt dan eerder gedacht
- Overleg als bewindslieden van het kabinet met bestuurders van de koepels van medeoverheden over landelijke afspraken inzake beleid en uitvoering
- Werk in interbestuurlijke teams op de grote opgaven samen om nieuw beleid te ontwikkelen
- Organiseer als rijk en medeoverheden met regelmaat reflectiebijeenkomsten, waarin wederzijdse ervaringen worden uitgewisseld
- Ontwikkel gezamenlijk een leerlijn hoe beleid gezamenlijk gemaakt kan worden en bied deze gezamenlijk aan. Inzet is dat deelnemers vanuit verschillende overheidslagen in gezamenlijkheid leren over interbestuurlijke samenwerking
Geen overzicht medebewindstaken
De belangrijkste twistpunten tussen het rijk en de gemeenten betreffen de vraag of de budgetten voor medebewindstaken toereikend zijn. De Raad voor het Openbaar Bestuur constateerde herhaaldelijk dat er een disbalans is ontstaan tussen de taken en het beschikbare budget. De commissie-Polman bevestigde deze observatie nogmaals. Vaak is te weinig rekening gehouden met de mogelijkheden van gemeenten om kosten te beheersen en financiële risico’s te beperken. Volgens de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen is het daarom van groot belang een volledig overzicht te maken van de medebewindstaken van gemeenten, inclusief de ambities en de daarvoor beschikbare middelen (bevoegdheden en budgetten). Momenteel ontbreekt dit inzicht. Het dubbeldemissionaire kabinet-Schoof weigert echter een dergelijk overzicht op te stellen, ondanks verzoeken uit zowel de Eerste als de Tweede Kamer. Uit het coalitieakkoord Aan de slag valt niet op te maken of deze noodzakelijke exercitie in de toekomst wel zal plaatsvinden.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.