Politici die negatieve uitspraken doen over bevolkingsgroepen, zorgen voor een toename in online discriminatie. Dat blijkt uit onderzoek uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam in opdracht van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. De onderzoekers analyseerden ruim 860.000 toespraken en interrupties in de Tweede Kamer, ruim 1,5 miljoen teksten uit kranten en 2,7 miljoen opmerkingen op YouTube, en vonden dat politici, nationale kranten en sociale media elkaar voortdurend beïnvloeden.
Tweede Kamer startpunt discriminatie in publiek debat
Kamerleden voeden eerder de onderbuik van de samenleving, dan andersom.
Wisselwerking
Vooral uitspraken van Tweede Kamerleden, zoals speeches en interrupties, hebben een aanjagende werking. Wanneer Kamerleden negatief of discriminerend over bevolkingsgroepen spreken, volgen in de periode daarna vergelijkbare uitingen op met name sociale media, en in mindere mate in kranten. Door deze wisselwerking ontstaat het risico dat discriminerende taal in het publieke debat als steeds normaler wordt gezien, aldus de onderzoekers.
Data
De onderzoekers analyseerden data uit de periode 2014 tot en met 2024. Het betrof artikelen van NRC, het FD, NOS, AD, Trouw, NU.nl, de Telegraaf en de Volkskrant en opmerkingen onder YouTube video’s van De Telegraaf, NOS, NOS Jeugdjournaal en NU.nl. Uit de data kan een analyse door de tijd heen worden gemaakt, om te zien op welke momenten de meeste negatieve uitspraken over bepaalde bevolkingsgroepen worden gedaan.
Analyse
Duidelijke pieken zijn te zien na bepaalde gebeurtenissen, zoals de Maccabi-rellen in Amsterdam, maar dat zegt nog niks over hoe uitingen in de Tweede Kamer, nationale kranten en sociale media elkaar beïnvloeden. Door bepaalde causaliteitsanalyses toe te passen kunnen de onderzoekers echter wel degelijk iets zeggen over dat verband. Zo kunnen ze bijvoorbeeld zien of een week met meer uitingen over ‘Joden’ in de Tweede Kamer vaak gevolgd wordt door een week waarin nieuwsartikelen of YouTube-reacties ook vaker uitingen over ‘Joden’ bevatten. ‘Hoe vaker dit patroon voorkomt, hoe sterker de aanwijzingen dat er sprake is van een richting van invloed van de Tweede Kamer naar nationale kranten of sociale media’, aldus de onderzoekers.
Kamer leidend
De sterkste richting van invloed loopt van de Tweede Kamer naar YouTube-reacties, vonden de onderzoekers. In mindere mate werken de uitingen van Kamerleden ook door in nationale kranten. Andersom hebben uitingen over bevolkingsgroepen in nationale kranten geen invloed op de uitingen van Tweede Kamerleden. Uitingen op sociale media (YouTube) hebben dat wel. De onderzoekers concluderen echter dat vooral de Tweede Kamerleden een centrale en richtinggevende positie innemen. ‘De Tweede Kamer fungeert daarmee als een belangrijk startpunt van verschuivingen in het bredere publieke debat over ‘Joden’, ‘moslims’ en de ‘herkomst’ van mensen.’
Neerwaartse spiraal
In een persbericht bij het onderzoek schrijft de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme dat de resultaten duiden op een neerwaartse spiraal waarin discriminerende taal steeds normaler wordt. ‘Politici, journalisten, sociale mediaplatforms en gebruikers daarvan dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor een publiek debat dat volgens principes van gelijkwaardigheid wordt gevoerd,’ stelt commissievoorzitter Joyce Sylvester. ‘Het doorbreken van de normalisering van discriminatie vraagt om continue bewustwording van de impact van woorden.’

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.