In een commissiedebat over de versterking van het decentraal bestuur, met opvallende afwezige de VVD, ging BZK-minister Pieter Heerma onder meer in op het democratisch tekort in het verlengde decentraal bestuur en de aanpak van bedreigingen en intimidatie van decentrale bestuurders. ‘Alle politieke ambtsdagen moeten veilig en zonder vormen van oneigenlijke druk het politieke ambt kunnen uitoefenen.’
Heerma: bedreigers politieke ambtsdragers steviger aanpakken
Niet alleen bestuurders, maar ook volksvertegenwoordigers moeten we beschermen tegen vormen van oneigenlijke druk, aldus minister Heerma.
Megagroot probleem
‘Is het niet tijd voor meer ondersteuning voor raadsleden en statenleden?’, vraagt D66-Kamerlid Renilde Huizenga in haar openingsbijdrage aan BZK-minister Pieter Heerma. Ze weet dat de vergadering Versterking decentraal bestuur over de actie-agenda goed bestuur en interbestuurlijke verhoudingen gaat, maar ze wil eerst even de aandacht vestigen op dit ‘megagrote probleem’. ‘Vier op de tien volksvertegenwoordigers heeft te maken gehad met agressie of bedreigingen. Onder burgemeesters is dat zelfs 70 procent. En in de gemeente die ik afgelopen zomer heb bezocht, hoor ik hoe moeilijk het kan zijn om een goede wethouder te vinden. Als het lokale politici onmogelijk wordt gemaakt om hun werk veilig te doen, dan gaat dat ons allemaal aan.’
Hoe tij te keren?
Ook maakt ze zich zorgen over het feit dat het aantal vrouwelijke wethouders voor het eerst sinds lange tijd niet meer groeit. ‘Hoe wil de minister tij keren en voorkomen dat deze trend door intimidatie alleen maar versterkt wordt?’ Pro-Kamerlid Mikal Tseggai sluit zich bij haar woorden aan. ‘We weten dat niet alleen vrouwen dit overmatig vaak overkomt, maar ook politici met een migratieachtergrond. Zou de minister daar eens op kunnen reflecteren en misschien ook een update kunnen geven waar hij in dat licht mee bezig is?’ Ook hoort ze de zorgen over onvoldoende financiële middelen van gemeenten en leest ze dat het kabinet die zorgen van medeoverheden begrijpt. ‘Maar ik zou graag van de minister horen wat het tijdpad is naar verdere afspraken met medeoverheden over die financiële middelen.’
Kleine gemeenten verdienen eerst voldoende ruimte en middelen om zelfstandig hun werk goed te doen
Henk Vermeer, Tweede Kamerlid BBB
Democratisch tekort
Tot slot komt Tseggai nog bij het ‘zogenoemde verlengde decentraal bestuur’. Ze noemt het goed dat decentrale overheden samenwerken, ‘maar de democratische controle is daardoor wel problematisch’. Niet alleen kan een volksvertegenwoordiger moeilijk de besluitvorming in de regio volgen, maar ‘je kunt ook niet als enige gemeente ergens voor gaan liggen, want dat heeft effect op de hele regio’. Eerder had Ranjith Clemminck (JA21) ook al zijn ongenoegen over het democratisch tekort van de gemeenschappelijke regelingen geuit. Hij vraagt aan minister Heerma of die het acceptabel vindt dat het budgetrecht van de gemeenteraad door de gemeenschappelijke regeling wordt overruled. FvD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen vindt het zelfs logisch om de verplichting voor gemeenten om in een gemeenschappelijk regeling te zitten te schrappen.
Controle-optie onbekend
Dat gaat Tseggai wat te ver. Ze wil juist betere democratische controle binnen de gemeenschappelijke regeling. Henk Vermeer (BBB) wijst erop dat er raadscommissies mogelijk zijn die de gemeenschappelijke regeling kunnen controleren, al moet de raad daar dan wel zelf voor kiezen. Daar is Tseggai bekend mee, maar volgens haar zit daar ook een probleem, ‘want niet elke gemeente is bekend met die mogelijkheden of maakt gebruik van die mogelijkheden’. Iedere gemeente in een samenwerkingsverband gaat er namelijk weer anders mee om. ‘Ik denk dat je dat veel beter moet stroomlijnen, ook tegelijkertijd met al die gemeenten die in die gemeenschappelijke regelingen zitten.’
Rechtspositie waterschapbestuurders
In zijn eigen bijdrage vraagt Vermeer om extra aandacht voor de bestuurskracht van kleinere gemeenten. De kleinere gemeenten hoeven wat hem betreft niet automatisch te fuseren of onderdeel te worden van steeds grotere samenwerkingsverbanden, ‘zoals in Hilversum en Wijdemeren gebeurt’. ‘Zij verdienen eerst voldoende ruimte en middelen om zelfstandig hun werk goed te doen.’ Hij wil weten welke concrete maatregelen de minister gaat nemen om kleinere gemeenten hierin beter te ondersteunen en zo fusies zonder voldoende maatschappelijk draagvlak te voorkomen. Ook vraagt hij Heerma de rechtspositie en vergoedingen van dijkgraven, heemraden en algemeen bestuursleden integraal te bezien in samenhang met de ontwikkelingen in de andere bestuurslagen. ‘Waterschappen zijn volwaardige decentrale overheden, hun bestuurders staan voor complexe en steeds belangrijk wordende publieke opgaven.’
Bij de lokale inbedding en bij democratische legitimatie van provincie en gemeenten hoort dat wij daar als rijk niet van alles bij optuigen
Pieter Heerma (CDA), minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Evaluatie Wgr
In zijn beantwoording gaat Heerma eerst in op het geconstateerde democratisch tekort in de gemeenschappelijke regelingen. Hij wijst erop dat de wijzigingen van de Wgr (Wet gemeenschappelijke regelingen) binnenkort worden geëvalueerd om te kijken of lokale volksvertegenwoordigers nu meer grip en controle hebben. Heerma stelt ook dat als er afspraken over zijn gemaakt, een individuele gemeenteraad het budgetrecht van de gemeenschappelijke regeling niet kan overrulen of blokkeren. ‘Hoewel de gemeenteraad volgens de Gemeentewet het hoogste budgetrecht binnen de gemeente heeft, ligt het formele budgetrecht bij de gemeenschappelijke regeling dan bij het algemeen bestuur van die regeling.’ Heerma wil eerst de evaluatie zien voor hij hier nader op ingaat. Ook op meer geld voor gemeenten gaat hij niet in, aangezien de begroting binnenkort bekend en besproken wordt. En over de specifieke problematiek van kleine gemeenten gaat hij nog met gemeenten en provincies in overleg.
Beschamende vraag
CDA-Kamerlid Luciënne Boelsma-Hoekstra heeft een ‘beschamende vraag’ voor de minister. ‘Ik zou de minister willen vragen om te reflecteren op de vraag: wordt ons openbaar bestuur niet steeds ingewikkelder?’ Ze denkt aan steeds meer toezichthouders en instanties, meer bestuurlijke rapportage- en juridische verplichtingen. Heerma zegt dat zijn inzet er juist op gericht is om zaken eenvoudiger te maken. ‘Bij de lokale inbedding en bij democratische legitimatie van provincie en gemeenten hoort dat wij daar als rijk niet van alles bij optuigen.’ Heerma wil de lijn van geen dichtgeregelde wetgeving en minder Spuk’s doortrekken: simpelere verantwoording, geen overbodig toezicht, geen overdreven rapportageverplichting en de uitvoering laten controleren door lokale volksvertegenwoordigers. Heerma zegt verder dat hij in het overleg over de arbeidsvoorwaarden van politieke ambtsdragers en in de kabinetsreactie op het ARPA-advies ook expliciet zal ingaan op de positie van de waterschapbestuurders.
Eenduidige landelijke afspraken
Tot slot gaat Heerma in op de intimidatie en bedreigingen van decentrale bestuurders. ‘We moeten zorgen dat daders van intimidatie en bedreiging er niet ongestraft mee wegkomen. Samen met politie, OM, beroepsverenigingen en de minister van Justitie gaan we verder in gesprek over waar kansen zijn om daders stevig aan te pakken.’ Hij verwacht hier dit najaar nieuwe, eenduidige landelijke afspraken over . Wanneer er sprake is van dreiging op een politieke ambtsdrager moet er geen onderscheid worden gemaakt tussen een bestuurder of een volksvertegenwoordiger, vindt Heerma. ‘Alle politieke ambtsdagen moeten veilig en zonder vormen van oneigenlijke druk het politieke ambt kunnen uitoefenen. Daarom kunnen decentrale volksvertegenwoordigers een veiligheidsscan aanvragen.’ Ook zal Heerma in november ingaan op bedreiging en intimidatie van vrouwelijke politieke ambtsdragers en politieke ambtsdragers met een migratieachtergrond en zien of het wenselijk is om aanvullende preventieve maatregelen te treffen voor deze groepen politieke ambtsdragers.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.