Voldoende beleidsruimte en financiële middelen en uitvoerbare taken. Alleen dan kunnen gemeenten maatschappelijke opgaven goed uitvoeren. Dat schrijft de VNG in een position paper aan de Tweede Kamer voor het debat ‘versterking decentraal bestuur’ dat vanmiddag plaatsvindt. ‘Deze randvoorwaarden moeten bij nieuwe wetgeving en beleid steeds meewegen.’
Gemeenten vragen om beleidsruimte, geld en uitvoerbare taken
De VNG verzoekt de Tweede Kamer om aandacht te blijven houden voor de positie van gemeenten bij de beoordeling van wetgeving en beleid.
In de frontlinie
In het document maakt de VNG duidelijk dat je lokaal het verschil kunt maken, ‘maar een makkelijke opgave is het niet’. Het lokaal bestuur staat overal in Nederland onder druk en lokale politici hebben te maken met onacceptabele bedreigingen, wat grote impact heeft op henzelf en hun naasten. ‘Gemeenten staan duidelijk in de frontlinie, maar hebben tegelijk te maken met onderliggende problemen: steeds meer taken, incidentele oplossingen, complexe regels, onvoldoende financiële middelen en krapte op de arbeidsmarkt.’
Kracht lokaal bestuur
Vervolgens geeft de VNG de Tweede Kamer drie aandachtspunten mee vanuit het gemeentelijk perspectief. In eerste instantie moet in de interbestuurlijke verhoudingen het doel zijn dat gemeenten, provincies, waterschappen en het rijk hun rollen en taken in gelijkwaardigheid kunnen uitvoeren. ‘Maak daarom ruimte voor de kracht van het lokaal bestuur.’
Beoordeling wetgeving en beleid
De Tweede Kamer kan daaraan bijdragen door aandacht te blijven houden voor de positie van gemeenten bij de beoordeling van wetgeving en beleid. ‘Zo zorgen we voor beleid dat ook daadwerkelijk impact heeft in heel Nederland.’ De Kamer zouden dan het beste de volgende vragen kunnen stellen: is het logisch dat gemeenten deze rol hebben? Krijgen gemeenten voldoende autonome ruimte? Wordt voldaan aan de financiële afspraken in artikel 108 lid 3 Gemeentewet en artikel 2 Financiële Verhoudingswet? Als er niet aan die randvoorwaarden wordt voldaan, moet de Kamer daar consequenties aan verbinden.
Houd vertrouwen in uw medeoverheden die beleids- of uitvoeringsvrijheid nodig hebben
Geen verplichtend karakter
Verder vindt de VNG het beleidskader decentraal bestuur dat het kabinet onlangs met de Kamer deelde een ‘uitstekende leidraad’ voor taken die in medebewind aan gemeenten worden toegedeeld. ‘Het kader onderstreept de noodzaak van autonome ruimte voor gemeenten bij beleid. Zij moeten zelf over beleidsuitvoering en besteding van middelen kunnen besluiten.’ Maar ‘helaas’ kent het geen verplichtend karakter. De Kamer zou daarom ‘zelfstandig en proactief’ bewindspersonen te bevragen over de inzet van het beleidskader bij nieuwe taken en bevoegdheden voor taken in medebewind voor gemeenten.
Uitvoerbaarheid belangrijk punt
Tot slot wijst de VNG erop dat de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen in het rapport ‘Samen bouwen aan resultaten’uitvoerbaarheid als een belangrijk punt inbracht bij nieuw en aangepast beleid. ‘Beleid dat raakt aan de medeoverheden moet vanaf de start met medeoverheden samen ontwikkeld worden, om te zorgen dat het ook echt kan werken in de praktijk.’
Voorkomen beter dan genezen
Het proces van de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) moet wat de VNG betreft daarbij altijd worden gevolgd. De Tweede Kamer kan hieraan bijdragen door bij nieuw beleid en nieuwe wetsvoorstellen bewindspersonen te vragen om resultaten van het UDO-proces en onderliggende uitvoeringstoetsen in te mogen zien en het volgen van het UDO-proces te bewaken. ‘Verbind er conclusies aan als er geen overeenstemming is tussen medeoverheden en rijk. Voorkomen is beter dan genezen.’ Ook zou de Tweede Kamer kunnen vragen om uitzonderingen te beperken, want ‘vaak komt de uitvoerbaarheid van beleid onder druk door vele uitzonderingen die tot complexiteit en tegenstrijdigheden leiden bij de uitvoering’. ‘Houd vertrouwen in uw medeoverheden die beleids- of uitvoeringsvrijheid nodig hebben.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.