Sinds Homerus weten we dat mensen om verschillende redenen een coalitie kunnen vormen: Menelaos wilde zijn vrouw terug, Agamemnon zocht macht en prestige, Achilles verlangde naar eeuwige roem en Odysseus was door een eed gedwongen om mee te doen. Ze trokken gezamenlijk ten strijde, niet omdat ze dezelfde idealen hadden, maar omdat hun belangen elkaar tijdelijk overlapten. Ook een hedendaagse coalitie is zelden het product van een gezamenlijke overtuiging.
Odyssee
Partijen kunnen beter zeggen welke standpunten zijn ingeruild en compromissen zijn gesloten, omdat geen partij alleen een meerderheid heeft.
Kiezers geven bijna nooit één partij de meerderheid maar kiezen meestal voor een verzameling minderheden. De ene partij wil woningen bouwen, de andere wil juist het open landschap behouden, nummer drie vindt dat er eerst een rondweg moet komen en nummer vier wil vooral geen geld uitgeven. Voor geen van die standpunten bestaat een meerderheid. Als de stembussen zijn gesloten en de stemmen zijn geteld, begint het politieke werk: het smeden van een coalitie.
De partij die woningen wil, krijgt woningen, maar minder en anders dan gehoopt. De partij die het landschap wil sparen, krijgt een ecologische verbindingszone. De partij van de rondweg krijgt krediet voor een verkeersstudie. De zuinige partij mag trots melden dat de OZB slechts met de inflatie stijgt. Iedereen levert iets in en iedereen krijgt iets terug. Zelfs een verkeersstudie kan na weken onderhandelen als een historische overwinning worden gepresenteerd.
Coalitiepolitiek is ruilhandel. Een bedrijventerrein wordt ingeruild voor een sporthal, windmolens voor een lagere parkeernorm en een nieuw zwembad voor het behoud van een bibliotheekfiliaal. Zonder die uitruil zou vrijwel geen gemeenteraad nog een besluit nemen. Niemand krijgt precies wat hij wil, maar iedereen krijgt genoeg om vóór te stemmen.
Voor kiezers blijft het onbevredigend dat zij pas ná de verkiezingen ontdekken waarvoor zij eigenlijk hebben gestemd
Misschien verklaart dat ook een deel van het wantrouwen in de politiek. Burgers kijken naar een besluit en denken: niemand wilde dit. Vaak hebben ze nog gelijk ook. Er was inderdaad geen meerderheid voor het bedrijventerrein, niet voor de windmolens, niet voor de belastingverhoging en ook niet voor de nieuwe woonwijk. Die meerderheid ontstond pas toen al die minderheidsstandpunten aan elkaar werden vastgeknoopt in één akkoord.
Om die uitkomst enigszins verheven te laten klinken, bevat vrijwel ieder coalitieakkoord een inleiding waarin de partijen verklaren waar zij gezamenlijk voor staan. Van oudsher had het iets kunstmatig om de uitkomst van koehandel de schijn van intelligentie te geven, met tools voor kunstmatige intelligentie zal het deze bestuursperiode veel gemakkelijker zijn geweest om de tekst te schrijven.
Voor kiezers blijft het onbevredigend dat zij pas ná de verkiezingen ontdekken waarvoor zij eigenlijk hebben gestemd. Het zou eerlijker zijn wanneer partijen vooraf duidelijk maken met wie zij willen samenwerken en welke standpunten onderhandelbaar zijn. Zeg in ieder geval niet dat een coalitieakkoord de weerspiegeling is van een gezamenlijke visie. Dat gelooft niemand. Als die gezamenlijke visie er werkelijk was, waarom lag die dan niet vóór de verkiezingen op tafel? Vertel liever welke standpunten zijn ingeruild en welke compromissen zijn gesloten omdat nu eenmaal geen enkele partij in haar eentje een meerderheid heeft.
Uiteindelijk breekt iedere coalitie weer op en staat elke partij voor de vraag wat van de eigen idealen is overgebleven. Zo ging het ook met de Grieken. Na de val van Troje leefde Menelaos nog lang en gelukkig met zijn Helena, Agamemnon werd bij thuiskomst vermoord, Achilles sneuvelde en Odysseus had nog eens tien jaar nodig om Ithaka te bereiken. Ooit waren ze samen vertrokken, ze bereikten ieder een andere bestemming.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.