De rijkswerkgelegenheid groeide in 2025 in tien provincies, terwijl die in twee provincies juist afnam: in Groningen met 0,3 procent en in Flevoland met 2,5 procent. Twee derde van de groei vond plaats in de drie Randstadprovincies (7.067 fte), met een accent op Zuid-Holland. Dat is een lager aandeel dan een jaar eerder, toen 80 procent van de groei in die provincies plaatsvond. In absolute zin was er ook minder groei in de Randstad.
Groei van de rijkswerkgelegenheid neemt af
In de provincie Drenthe steeg de rijkswerkgelegenheid in 2025 het meest, terwijl die in de provincies Groningen en Flevoland daalde.
Kleinere groei
Dat blijkt uit de jaarlijkse rapportage ‘Stand spreiding rijkswerkgelegenheid’ 2026 die BZK-minister Pieter Heerma (CDA) onlangs naar de Tweede Kamer stuurde. De totale rijkswerkgelegenheid op 1 januari 2026 bedroeg 377.878 fte, een groei van 2,9 procent (10.747 fte) ten opzichte van 1 januari 2025. Dit is een kleinere groei dan in 2024 toen die nog 3,8 procent was. De ontwikkeling in rijkswerkgelegenheid wisselde per sector. De ministeries (minus Defensie) vormen de grootste sector (138.428 fte). Zij groeiden in 2025 met 0,6 procent, terwijl in 2024 de groei nog 3,3 procent bedroeg.
Drenthe grootste groeier
Drenthe was de provincie met de grootste procentuele groei: 6,5 procent. De groei in Drenthe wordt grotendeels verklaard door groei bij DJI (290 fte), Defensie (146 fte) en de ministeries (120 fte). Ook Noord-Brabant (4,5 procent), Zuid-Holland (3,9 procent), Utrecht (3,3 procent) en Gelderland (3,2 procent) groeiden boven het landelijk gemiddelde. In de provincies Fryslân (2,0 procent), Zeeland (1,9 procent), Noord-Holland (1,4 procent), Limburg (1,2 procent) en Overijssel (0,4 procent) lag de groei onder het landelijk gemiddelde.
Daling in Groningen en Flevoland
In de provincies Groningen en Flevoland was sprake van dalende rijkswerkgelegenheid ten opzichte van 2024. De verklaring voor de afname in Groningen is een daling van fte’s bij de IND (83 fte), Dienst Toeslagen (65 fte), de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (65 fte), de Belastingdienst (61 fte) en DJI (33 fte). Tegelijk was er een toename bij zbo’s (115 fte), de Rechtspraak (73 fte) en de Nationale Politie (32 fte). De oorzaak van de afname in Flevoland is een daling van fte’s bij DJI (107 fte) en de Nationale Politie (68 fte). Er was ook een toename bij zbo’s (51 fte). De verklaring voor de afname bij DJI is de aangepaste methode van het verdelen van medewerkers van DV&O uit de flexibele schil. Dit is dus slechts een ‘optische aanpassing’.
Provincies blijven achter
De toe- en afname van rijkswerkgelegenheid in provincies is niet in lijn met het eerder vastgestelde rijksbeleid, schrijft Heerma. Vier van de vijf in een eerdere motie van Roelof Bisschop en Inge van Dijk genoemde provincies blijven achter op de landelijk gemiddelde groei, stelt hij vast. Het gaat om Zeeland, Friesland, Flevoland en Limburg. ‘Alleen Drenthe had een groei van ruim boven het landelijk gemiddelde.’
Kabinetsbrede taakstelling
De forse groei van Defensie vond vooral plaats in de Randstad, Noord-Brabant en Gelderland, mede omdat de groei nu beleidsmatig en faciliterend is als voorbereiding op de toename van operationele functies, aldus Heerma. ‘Dat de groei van werkgelegenheid bij ministeries is geremd tot 0,6 procent is het gevolg van de kabinetsbrede taakstelling. De rem op de groei heeft tot gevolg dat in provincies waar een groter aandeel rijkswerkgelegenheid afkomstig is van ministeries, de groei wordt gestuit.’
Beperkte waarde
De prognose voor de ontwikkeling van de rijkswerkgelegenheid per provincie voor de komende jaren heeft maar een beperkte waarde, omdat alleen de besluitvorming tot 1 januari 2026 is meegenomen. Met die kanttekening in gedachten laat de prognose tot 2030 een groei van rijkswerkgelegenheid zien van 1,5 procent, meer dan de prognose van vorig jaar. Drenthe (6,5 procent) en Zeeland (6,4 procent) zitten er ruim boven en laten een relatief grote verwachte groei zien net als Noord-Brabant (4,6 procent), Gelderland (3,4 procent) en Noord-Holland (2,6 procent). De prognoses voor Groningen (1,9 procent), Fryslân (1,8 procent), Limburg (1,6 procent) en Utrecht (0,6 procent) zijn: een matige tot lage groei. En voor Zuid-Holland (0,7 procent) en Flevoland (1 procent) verwacht men een daling.
Versterking regie en rijksdienst
Om te sturen op spreiding van rijkswerkgelegenheid werkt Heerma nauw samen met regionale partners. Hij voert gesprekken met commissarissen van de koning en andere regionale bestuurders om kansen voor vestiging van een rijksdienst in een regio in beeld te brengen. ‘Waar het mij vooral om gaat is dat regio en rijksdienst elkaar versterken. De informatie uit de gesprekken gebruik ik om mijn adviesbevoegdheid bij de spreiding van rijksdiensten in te vullen.’
Adviezen hebben effect
In de brief noemt de minister een aantal casussen, zoals dat vanuit het programma Wind in de Zeilen in Zeeland verschillende investeringen worden gedaan. ‘Zo wordt gewerkt aan het ontwerp van het Justitieel Complex Vlissingen, waarvan ingebruikname gepland staat voor 2030.’ De gezamenlijke acties en advisering door BZK leiden ertoe dat bewindspersonen andere keuzes maken ten aanzien van de vestiging van nieuwe organisaties en bij substantiële uitbreidingen, zegt Heerma. ‘Mijn coördinerende en adviserende bevoegdheden hebben dan ook effect.’
Dashboard spreiding rijkswerkgelegenheid
Tot slot wijst de minister op het Dashboard spreiding rijkswerkgelegenheid dat sinds kort online te vinden is en waarmee de ontwikkeling van de rijkswerkgelegenheid goed te monitoren is. Het dashboard bevat visuele informatie die in rapporten en de jaarlijkse Kamerbrief wordt verstrekt en geeft op een interactieve manier de ontwikkeling van rijkswerkgelegenheid weer. ‘Dit helpt om veranderingen, zoals op provincieniveau of per sector, inzichtelijk te maken en ontwikkelingen over meerdere jaren te bekijken.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.