Een aanzienlijk deel van de gemeenten die onderzoek hebben laten doen naar geroofd Joods vastgoed tijdens de Tweede Wereldoorlog, doet weinig met de uitkomsten. Dertig gemeenten beschikken over een inhoudelijk stevig rapport, maar spreken zich vervolgens niet publiekelijk uit over de conclusies. Dat blijkt uit onderzoek van Pointer.
Gemeenten zwijgen over onderzoek naar geroofd Joods vastgoed
Ruim de helft van alle gemeenten die onderzoek naar geroofd Joods vastgoed hebben gedaan, bespreken de pijnlijke conclusies niet openbaar.
Sinds 2020 doen gemeenten op aandringen van Pointer onderzoek naar Joodse woningen die tijdens de oorlog werden onteigend en doorverkocht. De panden staan geregistreerd in de zogeheten Verkaufsbücher. Inmiddels hebben 150 gemeenten naar aanleiding van de rondgang onderzoek ingesteld. Vier grote gemeenten – Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht – waren daar al eerder mee begonnen.
Grondig onderzoek
Van de 150 gemeenten hebben er 64 volgens Pointer een rapport gepubliceerd met een volledige onderzoeksopzet. Daarbij is niet alleen gekeken of gestolen woningen na de oorlog zijn teruggegeven aan Joodse eigenaren of nabestaanden, maar ook kritisch naar de rol van de gemeente bij het rechtsherstel.
Dat leidde in verschillende gemeenten tot de conclusie dat zij een kwalijke rol hebben gespeeld. Joodse terugkeerders moesten soms lang wachten voordat zij hun woning terugkregen en werden in sommige gevallen geconfronteerd met gemeentelijke belastingen over de periode waarin zij waren ondergedoken of in een concentratiekamp verbleven. Meer dan dertien gemeenten maakten geld vrij voor de Joodse gemeenschap, in totaal ruim 2,7 miljoen euro.
Geen publieke verantwoording
Bij 45 gemeenten bleef het volgens Pointer bij beperkt vooronderzoek en werd geen onderzoeksrapport gepubliceerd. In elf gemeenten was het officiële onderzoek oppervlakkig. Zo werd nauwelijks gekeken naar de eigen rol van de gemeente of naar eventuele belastingnaheffingen.
Opvallend zijn vooral de dertig gemeenten die wel over een inhoudelijk stevig rapport beschikken, maar daar vervolgens geen publiek gevolg aan geven. Er volgt geen erkenning, excuses of moreel rechtsherstel en de gemeentelijke rol wordt niet publiek besproken.
Ronny Naftaniel, oud-voorzitter van het Centraal Joods Overleg, vindt dat gemeenten alsnog verantwoording moeten afleggen. ‘De bevolking heeft er recht op om te weten hoe een gemeente in oorlogstijd heeft gefunctioneerd.’ Gemeenten die hun eigen rol onvoldoende onderzochten, zouden dat volgens hem alsnog moeten doen.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.