Vertrouwen in goed werkende rechtsstaat afgenomen
De rechtsstaat door de ogen van Nederlanders.
Nederlanders vinden het van groot belang dat iedereen zich ‘aan de wet houdt’; ook de overheid. Rechtszaken van burgers, bedrijven of maatschappelijke organisaties tegen de overheid zijn voor veel Nederlanders een manier om dat te bereiken. Zulke ‘maatschappelijke rechtszaken’ kunnen dan ook op steun rekenen. Wel zijn er twijfels over de toegankelijkheid van het recht, de effectiviteit van zulke zaken bij het aanpakken van maatschappelijke problemen en de rol van politici. Het afgelopen jaar nam het vertrouwen in een goede werking van de rechtsstaat af. Dit blijkt uit onderzoek van Ipsos I&O voor advocatenkantoor Pels Rijcken.
In Nederland kunnen zowel burgers, bedrijven als maatschappelijke organisaties naar de rechter stappen als zij denken dat de overheid zich niet aan de wet houdt. Een klein deel van deze rechtszaken tegen de overheid krijgt veel aandacht in de media en de politiek. Het wordt dan een maatschappelijke rechtszaak genoemd. Het is ook mogelijk dat de rollen worden omgedraaid; dat de overheid een rechtszaak start tegen burgers, bedrijven of maatschappelijke organisaties.
Ipsos I&O onderzocht voor advocatenkantoor Pels Rijcken in het kader van de Week van de Rechtsstaat hoe Nederlanders kijken naar maatschappelijke rechtszaken en het functioneren van de democratische rechtsstaat. Dit onderzoek is een vervolg en verdieping op het onderzoek dat Ipsos I&O vorig jaar voor Pels Rijcken deed.
Helft Nederlanders heeft vertrouwen in werking rechtsstaat
Ruim de helft (54%) van de Nederlanders heeft er vertrouwen in dat de democratische rechtsstaat werkt zoals bedoeld. Dit is een daling ten opzichte van 2025: toen zeiden zes op de tien (61%) dat ze vertrouwen hadden in een goede werking van de democratische rechtsstaat.
Basis: Nederlanders 18+, volledige steekproef (2026: n=1.059; 2025: n=1.047).
De groep die vertrouwen heeft baseert dit hoofdzakelijk op de bestaande institutionele mechanismen die in Nederland ‘goed werken’, zoals de scheiding van machten.
Nederlanders die niet zo veel of geen vertrouwen hebben in een goede werking van de rechtsstaat, kijken vooral naar de rol van de politiek hierin; zij zeggen bijvoorbeeld vaak dat zij zich niet gehoord voelen. Ook heeft deze groep vaker het gevoel dat politici ‘hun beloftes niet nakomen’ en verwijzen naar specifieke politieke vraagstukken als reden voor hun gebrek aan vertrouwen.
Als Nederlanders wordt gevraagd wat hun belangrijkste recht in de democratische rechtsstaat is, noemt men spontaan vooral: vrijheid. De belangrijkste plicht is vaak dat je je ‘aan de wet moet houden’. Tegelijkertijd heeft een substantiële minderheid (41%) het idee dat de Nederlandse overheid zich niet aan haar eigen regels houdt.
Principiële steun voor maatschappelijke rechtszaken
Dit belang dat iedereen zich aan de wet houdt is dan ook terug te zien in de steun voor maatschappelijke rechtszaken: die worden door voorstanders gezien als een nuttig ‘correctiemiddel’. Twee derde van alle Nederlanders (67%) vindt dat maatschappelijke rechtszaken ‘gewone burgers de kans geven om de overheid aan de wet te houden.’
Er is dan ook steun voor het overkoepelende principe dat burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties de overheid voor de rechter moeten kunnen dagen: 61 procent vindt dat een (zeer) goede zaak. In mindere mate vinden Nederlanders het ook goed dat de overheid andersom ook zaken tegen bedrijven (58%), maatschappelijke organisaties (44%) en burgers (32%) kan aanspannen.
Basis: Nederlanders 18+, volledige steekproef (2026: n=1.059).
Meningen over praktijk: genuanceerd en soms kritisch
De houdingen van Nederlanders over de praktische invulling van maatschappelijke rechtszaken zijn genuanceerder dan de principiële steun die zij geven aan zulke zaken. Steun voor maatschappelijke rechtszaken is afhankelijk van de context van de zaak: het onderwerp, en in mindere mate ook het doel van de zaak en wie de eiser is, bepalen voor een belangrijk deel of men maatschappelijke rechtszaken steunt.
Daarnaast zien Nederlanders barrières wat betreft de toegang tot het recht: drie op de vijf (61%) vinden dat het voor ‘gewone mensen te moeilijk is om naar de rechter te stappen’. Ook blijkt uit open antwoorden dat zaken van de overheid tegen burgers vaak een gevoel van ‘David versus Goliath’ oproepen. Daarnaast is niet iedereen overtuigd van het maatschappelijk nut van dit soort rechtszaken: 21 procent denkt dat maatschappelijke rechtszaken ‘bijdragen aan het oplossen van grote problemen in ons land’, een groter deel vindt dat niet (31%; rest neutraal of weet niet).
Kritiek richt zich meer op politiek dan rechtspraak
Nederlanders zijn het afgelopen jaar meer verdeeld geraakt over de rolverdeling tussen politici en de rechtspraak ten opzichte van 2025. Een derde (36%) vindt dat ‘politici duidelijk moeten zeggen wat zij vinden, ook over lopende rechtszaken’, een vergelijkbaar deel (34%) is het daarmee oneens. Het aandeel dat uitspraken van politici over lopende rechtszaken goedkeurt is het afgelopen jaar flink gedaald: in 2025 vond de helft (52%) dat politici zich ook over lopende zaken duidelijk moeten uitspreken (toen 21% oneens).
Basis: Nederlanders 18+, volledige steekproef (2026: n=1.059).
Nederlanders zien ook vooral een rol voor politici in het goed laten verlopen van maatschappelijke rechtszaken. Wanneer er een lijst van voorwaarden wordt voorgelegd die het verloop van zulke zaken zouden kunnen verbeteren, leggen Nederlanders voornamelijk de verantwoordelijkheid bij politici: zij moeten ‘rechterlijke uitspraken altijd accepteren’ en ‘betere wetten maken’.
Figuur 4 – Om te zorgen dat deze rechtszaken goed werken voor onze samenleving, moet er volgens sommigen wat veranderen. Hieronder staan een paar ideeën. Wat vindt u de belangrijkste ideeën?
Basis: Nederlanders 18+, volledige steekproef (2026: n=1.059)
Onderzoeksverantwoording
Ipsos I&O voerde dit onderzoek uit in opdracht van Pels Rijcken. Het onderzoek bestond uit een enquête onder het algemeen Nederlandse publiek. De vragenlijst is uitgezet in het I&O Research Panel en kon worden ingevuld van maandag 13 juli t/m dinsdag 21 juli 2026. In totaal werkten 1.059 Nederlanders mee aan het onderzoek. De onderzoeksresultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in oktober 2025. De weging is uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS). Hiermee is de netto steekproef representatief voor de kiesgerechtigde Nederlandse inwoners (18+), voor wat betreft deze achtergrondkenmerken.
Meer weten?
Bekijk hier het volledige rapport.
Neem voor meer vragen contact op met:
- Maartje van de Koppel, Senior onderzoeker
- Sophie Carmiggelt, Onderzoeker
1081 JK Amsterdam
Ipsos I&O: Peilpraat
Bekijk hier Peilpraat 24 oktober. Standpunt over religieuze scholen kost CDA zetels, D66 profiteert. Bekijk hier Peilpraat oktober. Verschuivingen na RTL-debat. Bekijk hier Peilpraat september: Wat vinden kiezers van uitsluiten? Bekijk hier Peilpraat mei: Is er toekomst voor NSC? Bekijk hier Peilpraat april: Tevredenheid met kabinet op dieptepunt, welke alternatieven zien kiezers? Bekijk hier Peilpraat maart: Hoe internationale spanningen de Nederlandse politiek beinvloeden. Bekijk hier Peilpraat februari: De hardwerkende Nederlander en potentie voor nieuwe linkse partij.
Het dilemma van de ambtenaar: tegenkracht of tegenmacht?
Bekijk hier de video.
Veiligheidsmonitor
Ipsos I&O: Peilpraat
Bekijk hier Peilpraat 24 oktober. Standpunt over religieuze scholen kost CDA zetels, D66 profiteert. Bekijk hier Peilpraat oktober. Verschuivingen na RTL-debat. Bekijk hier Peilpraat september: Wat vinden kiezers van uitsluiten? Bekijk hier Peilpraat mei: Is er toekomst voor NSC? Bekijk hier Peilpraat april: Tevredenheid met kabinet op dieptepunt, welke alternatieven zien kiezers? Bekijk hier Peilpraat maart: Hoe internationale spanningen de Nederlandse politiek beinvloeden. Bekijk hier Peilpraat februari: De hardwerkende Nederlander en potentie voor nieuwe linkse partij.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.