2025 was een goed burgemeestersjaar voor VVD en CDA, zo blijkt uit aan Binnenlands Bestuur verstrekte cijfers van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Opvallend was ook het bescheiden aantal in 2025 benoemde burgemeesters dat niet bij een landelijke partij is aangesloten.
Burgemeester jonger en (iets) vaker vrouw
De burgemeesters in Nederland worden langzaam steeds jonger en in 2025 werd de manvrouwverdeling iets minder scheef.
Jonger
Het gaat langzaam, maar de burgemeesters in Nederland worden jonger. In 2012 waren ze gemiddeld 57,2 jaar, in 2022 56,2 en vorig jaar 54,9. Waarnemers zijn gemiddeld bijna zes jaar ouder: net boven de zestig dus. PvdA en GroenLinks hebben de oudste burgemeesters: gemiddeld boven de 58 jaar. Bij de SGP zijn ze het jongst (51), sterk geholpen door de recente benoeming van Nathanaël Middelkoop (32) in Katwijk. Opvallend zijn de grote verschillen in leeftijd van burgemeesters in de drie noordelijke provincies: in Drenthe en Groningen zijn ze met gemiddeld 51 jaar het jongst. Friesland heeft de meest vergrijsde burgemeesters van alle provincies: gemiddeld zijn ze 58 jaar.
Twee derde man
Ruim twee derde van de burgemeesters in Nederland was in 2025 man. In het algemeen geldt hoe groter de gemeente des te meer mannen (met uitzondering van de drie burgermoeders onder de G4). Alleen bij gemeenten tot 20.000 inwoners waren vrouwelijke burgemeesters vorig jaar nipt in de meerderheid (51 om 49 procent). Burgemeesters uit progressieve hoek zijn ook opvallend veel vaker vrouw. Van de tachtig in 2025 benoemde burgemeesters (inclusief waarnemers) waren er 31 vrouw: dat is bijna 39 procent. Daarmee kroop het totale percentage vrouwelijke burgemeesters vorig jaar op tot 32 procent.
VVD en CDA
2025 was qua burgemeestersbenoemingen een goed jaar voor VVD en CDA. Ze waren al de twee partijen met veruit de meeste burgemeesters en bouwden die voorsprong vorig jaar verder uit. Van de 80 benoemde burgemeesters waren er 25 van VVD-huize (31 procent) en 21 van het CDA (26 procent). Er werden in 2025 opvallend weinig burgemeesters benoemd die niet bij een landelijke partij zijn aangesloten: 13 procent slechts. Dat is nog minder dan het aandeel PvdA-ers: 14. Toch was nog steeds ruwweg een kwart van alle burgemeesters in Nederland in 2025 namens een lokale partij of zonder partijbinding actief.
Zittingsduur
In 2009 werd door BZK-minister Guusje ter Horst nog een maximale zittingsduur van burgemeesters bepleit van drie termijnen, oftewel achttien jaar. Het kwam er niet van omdat de praktijk de maatregel overbodig maakte. Gemeenteraden worden assertiever en sturen burgemeesters eerder naar huis. Ook besluiten steeds meer burgemeesters vanwege persoonlijke redenen voortijdig te stoppen. De gemiddelde zittingsduur van burgemeesters daalde sinds 2009 naar ongeveer 5,5 jaar. De cijfers van 2025 bevestigen dat beeld. Slechts 17 procent van de burgemeesters zit nu meer dan acht jaar aaneengesloten op zijn of haar post.
Lees het hele verhaal met bijbehorende grafieken deze week in BB01 (inlog).

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.