Het kabinet wil voortaan alleen nog taken overhevelen naar gemeenten, als het gaat om taken met ‘een aanzienlijke mate van beleidsvrijheid’, en als gemeenten voldoende geld krijgen om die taken uit te voeren.
Kabinet: alleen taken met voldoende beleidsvrijheid naar gemeente
Alleen als gemeenten voldoende geld én beleidsvrijheid hebben, mag er nog gedecentraliseerd worden, stelt het kabinet.
Dat staat in een nieuw beleidskader dat minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken heeft gepubliceerd. Het kabinet wil dat nieuwe wettelijke taken en bevoegdheden worden belegd op het niveau dat daar het best bij past. Daarbij geeft Heerma de voorkeur aan het toedelen van taken aan gemeenten boven het overhevelen naar bijvoorbeeld provincies.
Het beleidskader moet een einde maken aan discussies tussen het rijk en de decentrale overheden over de voorwaarden van het overhevelen van taken. Met name bij gemeenten zit er veel frustratie over het ontbreken van voldoende geld om taken goed uit te voeren. Die problemen doen zich onder meer voor in het sociaal domein. De decentralisaties van 2015 gingen gepaard met een bezuiniging, maar met name in de jeugdzorg nemen de kosten toe. Daarnaast zijn gemeenten ontevreden over het gebrek aan vrijheid om het beleid zelf vorm te geven.
Beleidskeuzes
Als lokale politici bij de uitvoering veel ruimte hebben voor eigen beleidskeuzes en afwegingen, is het passend om die taken bij gemeenten te leggen, stelt Heerma nu voor. Als taken het lokale niveau overstijgen, ligt toedeling aan de provincies meer voor de hand. En ook als nieuwe taken aansluiten bij bestaande werkzaamheden, ligt het voor de hand die nieuwe taken ook bij de gemeente te beleggen. Ook moeten gemeenten de nieuwe taak ‘het meest doelmatig en doeltreffend’ kunnen uitvoeren, wil het rijk een taak naar de lokale overheid overhevelen.
Als die gevraagde beleidsvrijheid voor gemeenten en provincies ontbreekt, dan kunnen taken beter bij uitvoeringsorganisaties van het rijk worden belegd.
Provincies
Is dat niet het geval, dan heeft opschaling naar de provincies de voorkeur boven regionale samenwerking tussen gemeenten, ‘met name als de schaal van de beoogde samenwerking overeenkomt met de provinciale schaal’, schrijft Heerma in het beleidskader. Het kabinet ziet regionale samenwerking daarbij vooral als een ‘hulpstructuur’, bedoeld om taken ‘doelmatiger of doeltreffender’ uit te voeren dan wanneer afzonderlijke gemeenten dat zelf zouden doen.
Wanneer er toch wordt gekozen voor een regionale samenwerking, dan geeft het kabinet de voorkeur aan gezamenlijke aansturing vanuit alle deelnemende gemeenten dan voor heet instellen van een centrumgemeente. Op die manier is de democratische verantwoording bij alle deelnemende overheden beter geborgd, vindt Heerma.
Regionale samenwerking
Het rijk wil ook terughoudender worden met het verplichten van regionale samenwerking, blijkt uit het stuk. Alleen als het gaat om beleidsarme taken, die niet door een uitvoeringsorganisatie van het rijk kunnen worden uitgevoerd, is verplichte regiovorming aan de orde. En: ‘bij verplichte samenwerking zijn de financiële risico’s voor het vakdepartement,’ aldus de minister.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.