Een wet die de lokale democratie inclusiever moet maken, dreigt in de praktijk precies het tegenovergestelde te bereiken. Uit onderzoek van StakeholdersLab en DataIM blijkt dat het uitdaagrecht vrijwel onbekend is en vooral aanslaat bij de klassieke participatie-elite van hoogopgeleide, oudere mannen. De brede groep burgers die de wet juist moet bereiken, blijft buiten beeld.
Uitdaagrecht schiet doel voorbij
Het uitdaagrecht is onbekend en dreigt alleen de participatie-elite te bereiken, blijkt uit onderzoek onder ruim duizend Nederlanders
Onbekend
Sinds 1 januari 2025 mogen burgers op grond van het uitdaagrecht taken van gemeenten, provincies en waterschappen overnemen als zij menen dat beter of goedkoper te kunnen. De onderzoekers wilden weten of de burger daar ook daadwerkelijk op zit te wachten. Het antwoord is ontnuchterend. Allereerst kent de burger de wet nauwelijks. De spontane bekendheid met de wet bedraagt 0,1 procent. Zelfs na actieve uitleg heeft slechts 34,1 procent van de Nederlanders ervan gehoord. Ter vergelijking: de geholpen bekendheid van de Omgevingswet ligt op 73,8 procent.
Grote groep wantrouwers
De onderzoekers verdelen de Nederlandse bevolking op basis van overheidsvertrouwen in drie groepen. De 'vertrouwers' (28 procent) zijn oververtegenwoordigd door hoogopgeleide mannen van 50 jaar en ouder. Zij kennen het uitdaagrecht het best en hebben de hoogste gebruiksintentie: 25,8 procent staat open voor deelname. De 'pragmatici' (32 procent) bestaan voor een meerderheid uit vrouwen en hebben een lage gebruiksintentie van 5,8 procent. De grootste groep is die van de 'wantrouwers' (40 procent): praktisch opgeleid, middengeneratie, en nauwelijks bekend met de wet. Hun gebruiksintentie bedraagt slechts 3,4 procent.
Toch toont het onderzoek ook een hoopvolle kant. Nadat respondenten een korte video-explainer te zien kregen, steeg de landelijke gebruiksintentie van 10,4 naar 15,8 procent. Bij wantrouwers schoot die intentie omhoog met bijna 200 procent, van 3,4 naar 9,8 procent. Dat laat zien dat ook sceptische burgers te enthousiasmeren zijn, mits zij op de juiste manier worden bereikt.
Symmetrisch communiceren
‘Veel gemeenten die we spreken klagen dat er altijd dezelfde mensen naar hun participatiebijeenkomsten komen’, zegt onderzoeker Henk Noort van StakeholdersLab. 'Maar als je communiceert as usual krijg je ook de usual suspects. Om de overstap van inspraak naar participatie te kunnen maken, moeten de overheden meer symmetrisch met de burgers gaan communiceren.'
Wijk centraal
Inwoners die willen meedoen zien het uitdaagrecht vooral als iets dat te maken heeft met de eigen wijk. Ze willen meedoen wanneer het zaken betreft als groenonderhoud (35,9 procent), speeltuinen en sportvoorzieningen (24,8 procent) en zwerfafvalbeheer (21,2 procent). Grote provinciale of waterschapstaken worden door 56,9 procent als onverantwoord beschouwd voor amateurs.
De voornaamste drempels zijn tijdgebrek (37,4 procent) en te veel regels (36,5 procent). Financiële ondersteuning en samenwerking met buurtorganisaties zijn de sterkste triggers om burgers over de streep te trekken.
Elitekaping
Potentiële deelnemers stellen ook harde eisen aan de condities. Ruim 60 procent wil pas meedoen als eerst een meerderheid van de wijk heeft ingestemd, als waarborg tegen 'elitekaping'. Een vijfde wil bovendien een terugvalregeling, zodat de overheid de eindverantwoordelijkheid overneemt als het misgaat.
Opvallend positief is de houding tegenover online participatieplatforms: 53,7 procent staat daar voor open. Als gemeenten vooraf garanderen dat uitkomsten ook daadwerkelijk worden uitgevoerd, stijgt de bereidheid tot deelname naar 66,8 procent.
De onderzoekers concluderen dat het rijk tekortschiet in zijn informatieplicht en roepen overheden op om burgers proactief op te zoeken in hun eigen leefomgeving, in plaats van te wachten tot zij zelf de weg naar participatie vinden.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.