Sinds 1 januari is de Jeugdautoriteit opgegaan in de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Die overgang heeft concrete gevolgen voor gemeenten. Waar de Jeugdautoriteit vooral opereerde op basis van vrijwilligheid en informele samenwerking, beschikt de NZa nu over wettelijke bevoegdheden om informatie op te vragen en eerder in te grijpen als de continuïteit van jeugdhulp in gevaar komt.
NZa wordt ‘kritische vriend’ van gemeenten
Als gemeenten de benodigde informatie over jeugdzorg niet leveren, kan dat consequenties hebben
Dat zegt Anouk Mateijsen, sinds 1 april 2024 directeur Toezicht bij de NZa. ‘De Jeugdautoriteit had als taak om de continuïteit van jeugdhulp te waarborgen door problemen te signaleren en te helpen oplossen’, legt ze uit. ‘Zodra er signalen waren dat die continuïteit onder druk stond, werd contact gezocht met gemeenten en jeugdhulpaanbieders. Het ging daarbij vaak om organisaties die specialistische jeugdhulp leveren. Omdat dit aanbod schaars is, ontstaan er snel regionale problemen als zo’n aanbieder bijvoorbeeld financieel in de knel komt.’
Afdwingen
De Jeugdautoriteit bracht in zulke gevallen gemeenten, aanbieders, het ministerie en brancheorganisaties bij elkaar, maar kon niemand tot medewerking verplichten. ‘Er was geen wettelijke basis’, vertelt Mateijsen. ‘Alles gebeurde op vrijwillige basis. Met gezag en overtuigingskracht kwam de toezichthouder ver, maar afdwingen kon niet.’
Vrijblijvendheid verdwenen
Sinds de overgang naar de NZa is dat veranderd, zegt NZa-bestuurslid Karina Raaijmakers. ‘Voor gemeenten en aanbieders blijven de contactpersonen hetzelfde: de medewerkers van de Jeugdautoriteit zijn meeverhuisd. Maar de vrijblijvendheid is verdwenen. Er is nu er een wettelijke basis. Het ministerie van Volksgezondheid kan die partijen verplichten om mee te werken en relevante informatie aan te leveren. Die basis moet ervoor zorgen dat de NZa beter kan signaleren en ingrijpen als de continuïteit van jeugdhulp in het geding komt.’
Vroegsignalering
Volgens Mateijsen gaat het onder meer om informatie die nodig is voor vroegsignalering. ‘Denk aan signalen van ernstige versnippering van het zorgaanbod, financiële problemen bij aanbieders of vastlopende regionale samenwerkingen tussen gemeenten. Zulke ontwikkelingen kunnen leiden tot een onvoldoende dekkend zorgaanbod.’
Verplichte regionale samenwerking
De versterkte rol van de NZa is onderdeel van de op 1 januari inwerkingtrede Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Deze wet verplicht gemeenten om regionaal samen te werken in zogenoemde Jeugdregio’s. Binnen die regio’s moeten zij gezamenlijk de inkoop en uitvoering van specialistische jeugdhulp, kinderbescherming en jeugdreclassering organiseren. Uiterlijk in 2027 moeten gemeenten deze samenwerking structureel vastleggen in een gemeenschappelijke regeling.
Spiegel
Naast informatie voor vroegsignalering moeten gemeenten informatie aanleveren voor stelselonderzoeken van de NZa. ‘Daarmee brengen we periodiek in beeld waar knelpunten zitten en hoe de beschikbaarheid van jeugdzorg zich landelijk ontwikkelt’, zegt Mateijsen. ‘Het is in zekere zin een spiegel voor gemeenten: dit zijn de effecten van jullie lokale keuzes.’
Meldpunt
Als gemeenten niet meewerken, kan dat consequenties hebben. Raaijmakers: ‘De NZa kan het kabinet verzoeken om interbestuurlijk toezicht in te stellen. De verantwoordelijke bewindspersoon kan gemeenten dan dwingen om de benodigde informatie te leveren.’ Mateijsen vult aan: ‘Daarnaast opent de NZa een meldpunt waar inwoners en organisaties vrijwillig hun zorgen kunnen melden over mogelijke problemen in de beschikbaarheid van met name specialistische jeugdhulp.’
Zorgfraude
Wat betreft toezicht richt de NZa zich op transparantie in de financiële bedrijfsvoering en de openbare jaarverantwoording van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. ‘Net als in eerdere jaren gaat het om het voorkomen dat zorggeld weglekt’, verduidelijkt Mateijsen. Maar veel andere toezichtstaken blijven bij gemeenten liggen, benadrukt Raaijmakers: ‘Gemeenten behouden hun lokale autonomie en blijven verantwoordelijk voor het rechtmatigheidstoezicht op de aanbieders met wie zij contracten hebben. In de strijd tegen zorgfraude controleren zij of aanbieders rechtmatig handelen. Dat is vergelijkbaar met de rol van zorgverzekeraars, die eveneens zorg inkopen en toezien of de zorgorganisaties rechtmatig te werk gaan.’
Hulpmiddelen
De NZa ondersteunt gemeenten daarbij wel, zegt Raaijmakers. ‘Gemeenten kunnen bij ons terecht voor hulpmiddelen en informatie om hun toezichthoudende rol goed te vervullen. We beschikken over veel data die hen kan helpen. Bovendien werken gemeenten, zorgverzekeraars en andere partijen al samen in de aanpak van zorgfraude. Die samenwerking wordt verder versterkt.’
Monopolies
Het tegengaan van monopolievorming en marktmacht van grote jeugdhulpaanbieders is eveneens een aandachtspunt. Zo kwamen in 2024 Limburgse gemeenten met miljoenen over de brug om twee grote jeugdzorginstellingen overeind te houden. Omdat de lokale overheden afhankelijk zijn van deze systeemaanbieders, moesten ze wel bijspringen. Toezicht op dit soort marktvraagstukken ligt echter niet bij de NZa, maar bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM), zegt Raaijmakers. ‘De jeugdzorgmarkt valt onder het toezicht van de ACM.’
Dat is opvallend, omdat de NZa in andere zorgdomeinen wél markttoezicht heeft. ‘Bij fusies van ziekenhuizen toetst de NZa bijvoorbeeld of dat zorgvuldig gebeurt. Die rol heeft de NZa nog niet bij jeugdzorgaanbieders. Hoewel de samenvoeging van de Jeugdautoriteit en de NZa mede bedoeld was om domeinoverstijgend toezicht te houden, is hier bewust gekozen voor een scheiding.’
Fusie goedkeuren
De Tweede Kamer vindt dat fusies binnen de jeugdzorg niet mogen leiden tot verdere versnippering, bestuurlijke instabiliteit of onzekere zorgsituaties voor kwetsbare jongeren. Gemeenten zouden een stem moeten hebben in fusiebesluiten die impact kunnen hebben op de continuïteit en kwaliteit van zorg, aldus een Kamermeerderheid. In maart 2025 nam de Kamer een motie aan van toenmalig PVV-Kamerlid Patrick Crijns, waarin de regering wordt verzocht te verkennen of fusies van jeugdzorginstellingen alleen mogen plaatsvinden na goedkeuring door de NZa. Daarbij zou moeten worden aangetoond dat de fusie zorgvuldig is verlopen en bijdraagt aan de kwaliteit en beschikbaarheid van zorg.
‘Kritische vriend’
Al met al hopen Mateijsen en Raaijmakers op een constructieve samenwerking met gemeenten. ‘We willen optreden als een kritische vriend die kijkt waar de risico’s en knelpunten in het jeugdstelsel zitten’, zegt Mateijsen. Raaijmakers: ‘Het decentrale stelsel blijft overeind, maar de NZa zal waar nodig een oogje in het zeil houden.’

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.