Overslaan en naar de inhoud gaan

Gaat verplicht samenwerken de jeugdzorg verbeteren?

Veel gemeenten ervaren regionale samenwerking als ‘lastig, moeizaam of complex’

Hervormingsagenda Jeugd
In juni 2023 werd de Hervormingsagenda Jeugd definitief vastgesteld − Foto: Martijn Beekman

De Eerste Kamer buigt zich naar verwachting eind september over een wetsvoorstel dat gemeenten verplicht om regionaal samen te werken bij de inkoop van specialistische jeugdhulp. Het kabinet wil zo de beschikbaarheid van jeugdzorg voor de meest kwetsbare kinderen verbeteren. Maar wat als die samenwerking niet van de grond komt?

Wachttijden

Wie specialistische jeugdhulp nodig heeft, kan lang wachten. Betrouwbare cijfers ontbreken, maar signalen wijzen op wachttijden die kunnen oplopen tot drie maanden. Een niet-representatief onderzoek uit 2021 suggereerde zelfs dat 81 procent van de jeugdigen die jeugdhulp nodig hebben gemiddeld 44 weken moet wachten op zorg.

Tweede Kamer

Werk aan de winkel dus. Om de beschikbaarheid van jeugdzorg voor de meest kwetsbare kinderen te verbeteren, presenteerde het vorige kabinet een nieuw wetsvoorstel. Deze wet is onderdeel van de Hervormingsagenda Jeugd, een groot pakket afspraken waar onder meer gemeenten en jeugdzorgaanbieders zich aan hebben gecommitteerd. In april werd het voorstel met een ruime meerderheid (133 stemmen voor) aangenomen in de Tweede Kamer. Alleen SP, PvdD, DENK, SGP en FVD stemden tegen. De Eerste Kamer buigt zich naar verwachting eind september over het voorstel.

Einde vrijblijvendheid

Als de senatoren instemmen, zullen gemeenten door deze Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg worden verplicht om regionaal samen te werken bij de inkoop van specialistische jeugdhulp. ‘Het gaat hier om complexe jeugdhulp die schaars is en waarvoor veel kinderen en jongeren op wachtlijsten staan’, legt Anna van Gijssel uit. Als advocaat bij Nysingh adviseert en ondersteunt ze gemeenten bij vraagstukken over de Jeugdwet en de Wmo 2015. Volgens haar hebben veel gemeenten al wel de handen ineengeslagen. In 2020 werd namelijk afgesproken dat zij op dit terrein meer regionaal zouden samenwerken. ‘Gemeenten zouden zich aansluiten bij de in totaal 42 jeugdzorgregio’s, maar nog lang niet alle gemeenten hebben dat gedaan’, zegt Van Gijssel. ‘De wetgever wil met deze wet daarom een einde maken aan deze jarenlange vrijblijvendheid en regionale samenwerking bij de inkoop van specialistische jeugdhulp verplichten.’

Het belangrijkste overheidsnieuws van de dag

Schrijf je in voor de Binnenlands Bestuur nieuwsbrief

Complexe casussen

De bal zal dus bij de jeugdzorgregio komen te liggen. Die moet aanbieders aanwijzen, administratieve processen regelen en, indien nodig, het een en ander bovenregionaal afstemmen. ‘Als een jeugdzorgregio bepaalde zorgvormen niet inkoopt, heeft dat namelijk ook consequenties voor de omliggende regio’s’, verduidelijkt Van Gijssel. De regio’s moeten tevens zogenaamde regionale expertteams opzetten, teams die zich buigen over complexe casussen.

Bovenregionale afstemming

Tot slot moet elke gemeenteraad een ‘regiovisie’ opstellen waarin staat wat de gemeentelijke visie is op de samenwerking met andere gemeenten in de jeugdzorgregio. In die visie moet onder meer worden uitgewerkt hoe de wachttijden worden aangepakt, hoe bovenregionale afstemming wordt georganiseerd en hoe de expertteams functioneren.

Opsplitsen

Tot zover de strekking van de wet. Wat Van Gijssel echter opvalt, is dat de wetgever geen antwoord geeft op de vraag waarom tot op heden niet alle gemeenten regionaal samenwerken. In de toelichting op de wet erkent het kabinet dat veel gemeenten regionale samenwerking ervaren als ‘lastig, moeizaam of complex’. Het is geen uitzondering dat regio’s opsplitsen en dat er binnen de regio’s kleinere samenwerkingsverbanden bestaan. Hierdoor zijn er inmiddels meer samenwerkingsverbanden dan de oorspronkelijke 42 regio’s. De verantwoordelijke bewindspersonen van Rutte IV schrijven dat het maken van steeds nieuwe samenwerkingsafspraken ‘veel tijd en energie’ kost. ‘Tegelijkertijd moet een gemeente die uit een samenwerkingsverband stapt zelf een toereikend aanbod organiseren, hetgeen niet realistisch is ten aanzien van de specialistische jeugdzorg’, aldus de indieners van de wet.

Het belangrijkste overheidsnieuws van de dag

Schrijf je in voor de Binnenlands Bestuur nieuwsbrief

Risico

‘Maar’, zegt Van Gijssel, ‘in diezelfde toelichting wordt niet uitgelegd hoe het wetsvoorstel dit probleem gaat oplossen.’ Dat is haars inziens meteen een risico van deze wet. ‘Regionale afstemming is en blijft lastig, met of zonder nieuwe wet. De wet geeft geen handvatten voor wat te doen als de samenwerking niet goed van de grond komt.’ En dat is een reëel probleem. Zo stapte Lelystad in januari uit de regionale samenwerking vanwege interne onenigheid. Die beslissing werd snel teruggedraaid, maar de gemeente wil de samenwerking wel opnieuw onder de loep nemen. ‘Bij veel gemeenten zal die samenwerking wel goed gaan’, verwacht Van Gijssel. ‘Maar er zullen ongetwijfeld ook regio’s zijn waar samenwerking moeizaam verloopt, met alle negatieve gevolgen van dien.’

Robuuste regio’s?

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is over het algemeen positief over het wetsvoorstel, maar heeft wel zorgen. Gemeenten verwachten dat de verplichte regionale contractering van specialistische jeugdhulp een grote impact zal hebben, zo blijkt uit een ‘uitvoeringsscan’ die de VNG in opdracht van het rijk uitvoerde.

Marlies van Loon, bestuurder bij branchevereniging Jeugdzorg Nederland, noemt het wetsvoorstel ‘een mooie eerste stap’. Toch is er volgens haar meer nodig, verwijzend naar de andere afspraken in de Hervormingsagenda Jeugd. Als voorbeelden noemt Van Loon uniforme kwaliteitscriteria en tarieven, en standaardisatie van de zorg die jeugdregio’s inkopen. Daarnaast zijn in haar ogen de meeste regio’s ‘niet robuust genoeg’ om hoog-specialistische zorg, zoals gesloten jeugdzorg en jeugdbescherming, in te kopen. ‘De wetgever ziet dat ook en vraagt om bovenregionale afstemming daarvoor. Onzes inziens is dat nog te vrijblijvend’, stelt Van Loon. Zij benadrukt dat gezamenlijke, bovenregionale inkoop van deze complexe zorgvormen noodzakelijk is om de beschikbaarheid ervan te garanderen.

Botsen

Bovendien vreest de advocaat dat lokale besluitvorming gaat botsen met het regionale beleid. ‘Uiteindelijk blijven gemeenten verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Jeugdwet en is het organiseren van jeugdzorg een politieke aangelegenheid. Hoe verhoudt dit zich tot de gemeenten met wie wordt samengewerkt in een regio? Je krijgt aan de ene kant gemeenten die op lokaal niveau een bepaald jeugdzorglandschap willen creëren. Aan de andere kant moet er op regionaal niveau delen van dat jeugdzorglandschap worden ingekocht, namelijk de specialistische jeugdhulp. Dan krijg je twee sporen die niet op elkaar aansluiten.’

Ellelange discussies

Maaike van der Aar, landelijk bestuurder bij FNV Jeugdzorg, vreest hetzelfde en wijst in het bijzonder op de verschillende politieke kleuren van de samenwerkende gemeenten: ‘Zowel raadsleden als wethouders hebben verschillende politieke opvattingen over de jeugdzorg. Een overwegend rechtse gemeenteraad zal andere accenten leggen dan een overwegend linkse gemeenteraad. Vervolgens worden die gemeenten in één regio verplicht om te samen te werken. Het gevolg: ellelange discussies tussen gemeenten die ideologisch lijnrecht tegenover elkaar staan. Zeker als er, zoals bij de jeugdzorg het geval is, veel geld in het spel is.’

Interveniëren

Daarentegen kan de regering wel ingrijpen als gemeenten er onderling niet uitkomen. Demissionair staatssecretaris van Volksgezondheid Judith Tielen (VVD) liet aan de Eerste Kamer weten dat het rijk in dat geval via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ondersteuning kan bieden. In het uiterste geval is interbestuurlijk toezicht een optie: indien gemeenten ernstig tekort (dreigen te) schieten in de uitvoering van de Jeugdwet, kan het rijk met deze gemeenten afspraken maken over de ‘noodzakelijke acties’ om tot ‘een gedeelde regiovisie’ te komen.

Ongekozen bestuurslaag

Niettemin blijft Van der Aar’s grootste bezwaar overeind: het gebrek aan democratische legitimiteit. Van der Aar: ‘Als inwoners in maart 2026 weer naar de stembus gaan voor de gemeenteraadsverkiezingen, kunnen ze met het rode potlood hun stem uitbrengen op een partij die een bepaalde visie heeft op hoe de jeugdzorg in die gemeente georganiseerd moet worden. Maar door regionalisering gaat die stem ten onder in een ongekozen bestuurslaag die gemeenten verplicht moeten mandateren met taken en bevoegdheden die voorheen bij de democratisch gekozen gemeenteraden lagen.’

Inwoner op afstand

En ook na de verkiezingen wordt het voor burgers alleen maar lastiger om hun ongenoegen te uiten over het gevoerde beleid, zo voorspelt de vakbondsvrouw. ‘Want tot wie kunnen zij zich wenden? Wij zien nu al dat regionale inkoopbureaus in de praktijk veel moeilijker te bereiken zijn dan raadsleden en wethouders. De belofte van de decentralisatie was dat jeugdzorg dichter bij de burger zou komen, maar door verplichte samenwerking in een extra bestuurslaag wordt de afstand tot de inwoner juist weer groter.’

Verschuilen

In het verlengde daarvan wijst Van der Aar op de controlerende taak van de gemeenteraad: ‘Raadsleden moeten de besluiten van het college controleren, maar dat wordt een stuk ingewikkelder als wethouders zich kunnen verschuilen achter een jeugdzorgregio waarin soms wel tien gemeenten samenwerken en besluiten nemen.’

Landelijke inkoop

Is regionale contractering dan toch niet de juiste weg? Biedt bijvoorbeeld landelijke inkoop meer heil? Onder meer de Raad van State roerde zich in deze discussie. Het adviesorgaan van de regering vroeg zich in december 2023 al af waarom het kabinet er niet voor heeft gekozen om deze zeer specialistische zorgvormen vanuit het rijk in te kopen en te financieren. Gemeenten hebben immers beperkt invloed op de instroom, uitstroom en inkoop(voorwaarden) van specialistische jeugdzorg. Toch begrijpt Van Gijssel wel dat de wetgever niet dat pad bewandelt.

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 15

Reacties: 1

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Hielco Wiersma

Het gaat niet alleen om goed samenwerken. Het gaat vooral ook om één Overheidsorganisatie aanwijzen als primaathouder met eindverantwoordelijkheid voor een dossier((bijv. het Rijk, de Gemeente). Dat voorkomt van het kastje naar de muur sturen, wegduiken en naar elkaar wijzen.

Op 29 augustus 2025, 10:46

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in