De taaleis wordt nauwelijks gehandhaafd door gemeenten en minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie, VVD) wil dat daar verandering in komt. De eis betekent dat mensen die een bijstandsuitkering krijgen, zich waar nodig moeten inspannen om de Nederlandse taal te leren om zo aan het werk te kunnen. De bewindsman waarschuwt dat hij zal ‘escaleren’ als gemeenten niet gaan handhaven. Uiteindelijk kan dat betekenen dat gemeenten minder budget krijgen van het Rijk om bijstandsuitkeringen te betalen.
Minister wil gemeenten die taaleis niet handhaven korten
De bewindsman wil gemeenten ook de ruimte geven om te beoordelen of een taaltoets nodig is bij een bijstandsaanvraag
Om de taaleis voor gemeenten beter uitvoerbaar te maken, wil Aartsen verbeteringen doorvoeren. Zo stelt hij onder meer voor om de eis op te leggen als het niet goed spreken van de taal een belemmering vormt om te werken.
Geen belemmering
In de huidige wet wordt verondersteld dat iemand goed genoeg Nederlands kan als er acht jaar Nederlandstalig onderwijs is gevolgd, het inburgeringsexamen is gehaald of er bewijs is van taalniveau 1F. Maar dat betekent volgens de minister niet automatisch dat taal geen belemmering meer vormt om te werken.
Niet altijd zinvol
De bewindsman wil gemeenten ook de ruimte geven om te beoordelen of een taaltoets nodig is bij een bijstandsaanvraag, om tijd en kosten te besparen. Zo’n toets om vast te stellen of iemand 1F-niveau heeft, is nu verplicht. Maar gemeenten geven aan dat de toets niet altijd zinvol is, bijvoorbeeld als in een gesprek al blijkt dat iemand overduidelijk geen Nederlands kan. Naar verwachting komt Aartsen in 2027 met een wetswijziging om de verbeteringen aan de taaleis door te voeren.
‘Maar laat ik helder zijn. De wet is de wet’, aldus Aartsen, die de knelpunten in de huidige wet dus niet als vrijbrief ziet voor gemeenten om de taaleis niet uit te voeren of te handhaven.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.