Kinderen die opgroeien in meervoudig kwetsbare gezinnen maken aanzienlijk meer gebruik van zorg dan leeftijdsgenoten uit stabielere thuissituaties. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM.
Kwetsbare kinderen groeiende kostenpost voor gemeenten
Kinderen in kwetsbare gezinnen maken veel meer gebruik van zorg. Inzet op meer preventie vraagt om structureel geld voor gemeenten.
Armoede is aanleiding
De zorguitgaven voor kinderen uit kwetsbare gezinnen liggen in de eerste zes levensjaren gemiddeld zo'n 7.000 euro hoger dan voor kinderen uit niet-kwetsbare gezinnen. Dat komt neer op een verschil van bijna 55 procent. Armoede is daarbij vaak de aanleiding. Zonder ondersteunend sociaal netwerk en met een ongezonde leefstijl als achtergrond, stapelen gezondheidsrisico's zich op. Het verschil in zorggebruik is zichtbaar over de hele linie: van huisartsen- en ziekenhuiszorg tot medicijnen, mondzorg en paramedische zorg zoals fysiotherapie en logopedie.
Zorgkloof wordt groter
Opvallend is dat de kloof in zorggebruik groter wordt naarmate kinderen ouder worden. Kinderen in armoede hebben vaker een achterstand in hun motorische en spraak-taalontwikkeling, waarvoor aanvullende zorg nodig is. Ook doen ze vaker een beroep op speciaal onderwijs en jeugdhulp. Bij mondzorg ziet het RIVM een paradox: kwetsbare kinderen gaan minder vaak naar de tandarts, maar de uitgaven zijn desondanks hoger. Het RIVM pleit voor blijvende investeringen in preventie, zodat problemen eerder worden opgespoord en later minder intensieve zorg nodig is.
Gezondheid in al het beleid
Precies op dat punt sluit de inbreng die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) deze week naar de Tweede Kamer stuurde in aanloop naar het debat over het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) op 1 juli, naadloos aan. In een brief aan de Tweede Kamer van 18 juni vraagt de koepelorganisatie aandacht voor de beweging van zorg naar gezondheid, en roept op tot 'Gezondheid in al het Beleid'. Gemeenten werken al breed samen met zorgverzekeraars en maatschappelijke partners aan het versterken van het sociaal domein. In 2030 moeten zogenoemde basisfunctionaliteiten beschikbaar zijn voor alle inwoners, gericht op kansrijk opgroeien, mentale gezondheid, gezonde leefstijl en vitaal ouder worden.
Langjarige financiële zekerheid
Maar de VNG waarschuwt ook dat langjarige veranderingen om langjarige financiële zekerheid vragen. De huidige specifieke doeluitkering voor de AZWA biedt gemeenten slechts zekerheid voor drie jaar. Dat is volgens de VNG te weinig om de structurele investeringen te doen die nodig zijn om zorg naar de voorkant te verplaatsen. De ministers Hermans en Sterk lieten in april weten een structurele bekostigingswijze te onderzoeken voor de periode vanaf 2030. De VNG roept het parlement op om de ministers te bewegen die duidelijkheid snel te geven.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.