De inzet van buurtsportcoaches, de aanleg van speelpleintjes, lokale sportakkoorden en sportpassen helpt nauwelijks om meer mensen in beweging of aan het sporten te krijgen. Integendeel: de kloof tussen bepaalde groepen blijft onveranderd groot. Dat blijkt uit het advies Niemand aan de zijlijn van de Nederlandse Sportraad en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving. Volgens de raden komt dat doordat beleid té veel is gericht op sport en gedragsverandering, terwijl de belangrijkste belemmeringen vaak liggen in ‘een complexe kluwen van ongelijkheid’.
Focus op sport werkt niet om mensen in beweging te krijgen
Goedbedoelde sportinterventies verkleinen kansenongelijkheid nauwelijks.
De afgelopen jaren zijn veel ‘goedbedoelde aanbodgerichte sportinterventies opgezet’, veelal gericht op gedragsverandering van individuen, maar deze hebben weinig effect, constateren de onderzoekers. ‘Er blijven grote structurele verschillen tussen groepen als het erom gaat hoeveel zij bewegen en sporten.’ Zo is bijvoorbeeld de sportdeelname van mensen met een theoretische opleiding twee keer zo groot als die van mensen met een praktische opleiding. En deze verschillen nemen in de loop van de tijd ook toe. Ook mensen met een migratieachtergrond, ouderen en mensen met een beperking sporten veel minder.
Schaamte
‘Focussen op een aanpak die enkel gericht is op de sport- en beweegsector, is als een druppel op een gloeiende plaat. Het zal sommige inwoners helpen, maar geen structurele verandering brengen. Een bredere, systemische aanpak is noodzakelijk’, stellen de onderzoekers scherp. Ze wijzen op allerlei andere redenen waarom mensen niet aan sporten toekomen, zoals bijvoorbeeld armoede en stress. Maar ook de drempel om ‘buiten de eigen bubbel te sporten’ is hoog, constateren de onderzoekers.
Bang
Om sporten voor iedereen toegankelijk te maken, zijn er veel (gemeentelijke) initiatieven die mensen met weinig geld helpen, zoals sportpassen of een sportspullenbank, maar dat is niet altijd voldoende om de drempels weg te nemen. Ook schaamte kan mensen weerhouden om lid te worden van een sportclub, stellen de onderzoekers, die voor het rapport met veel ervaringsdeskundigen spraken. ‘Mensen zijn bang dat anderen merken dat ze in armoede leven. Ook kunnen ze druk ervaren om te doen als de anderen, bijvoorbeeld met trakteren, drankjes kopen en rijdiensten. Dat leidt geregeld tot de keuze helemaal niet deel te nemen. Er is meer nodig om iemand te laten sporten dan het alleen gratis maken.’
‘Er is meer nodig om iemand te laten sporten dan het alleen gratis maken’
De sport- en beweegsector kan deze ongelijkheid niet alleen oplossen. De raden stellen dat in beleid de focus juist te veel op sport ligt. ‘Juist vertrouwen en ontmoeten zijn de sleutel om mensen te bereiken die niets hebben met sport en bewegen... De klassieke denkwijze (mensen in beweging brengen met sportaanbod) moet worden doorbroken. Een deel van de inwoners heeft het nodig om te beginnen bij ontmoeten en meedoen. Bewegen komt later wel.’
Gevestigde orde
Het beleid is bovendien te veel gericht op ‘de gevestigde orde van sportverenigingen’. ‘Maar de gevestigde orde kan niet iedereen bedienen.’ Initiatieven van inwoners of lokale ondernemers slagen er vaak wel in bepaalde groepen te bereiken, maar deze initiatieven passen vaak niet in de huidige systemen en regels, constateren de onderzoekers, waardoor ze soms geen steun krijgen.
Inclusie
De onderzoekers zien ook dat beleidsmakers in bewegen en sport naar ‘inclusie’ streven om kansenongelijkheid tegen te gaan, maar dat deze term in gemeenten verschillend wordt uitgelegd. De ene gemeente heeft het over ‘iedereen moet samen kunnen sporten’, terwijl een andere gemeente spreekt over ‘sporten zonder drempels’. De raden stellen dat dit beleid eigenlijk vooral gericht is op integratie en niet op inclusie. ‘Integratie is zeer belangrijk om na te streven, maar niet voor iedereen de oplossing. Integratie kan er ook toe leiden dat mensen worden uitgesloten die zich niet thuis voelen op plekken waar iedereen komt.’ Als voorbeeld worden een zwemuurtje of sportschool voor vrouwen genoemd. ‘Inclusie betekent niet dat iedereen overal en op elk moment moet kunnen sporten. Het betekent wel dat iedereen, binnen de grenzen van redelijkheid, een plek in de buurt moet hebben waar hij zich welkom voelt.’
Beter luisteren
Om te komen tot een veel bredere aanpak van de groeiende ongelijkheid in sport en bewegen moet er volgens de onderzoekers in ieder geval veel beter worden geluisterd naar de praktijk, naar inwoners. ‘Stap af van kortdurende plannen en subsidies. Geef vertrouwen om aan de slag te gaan, te experimenteren, te ontdekken en gaandeweg aan te passen, over domeinen heen’, is een van de aanbevelingen. Ook moet er meer worden samengewerkt met publieke en private partijen binnen en buiten de sportsector. En moet de overheid ‘ongelijk durven te investeren voor gelijkere kansen’ en daarbij vooral de jeugd prioriteit geven. ‘Daar wordt de basis gelegd voor (on)gelijke kansen gedurende het hele leven’, aldus de Sportraad en RVS.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.