De arbeidsmarkt blijft krap, maar toch is er een groeiende groep niet-werkenden die door gezondheidsproblemen niet aan de bak komt. In 2025 ging het om 867.000 mensen, blijkt uit onderzoek van het CBS. Drie jaar eerder waren dat er 828.000.
Gezondheid zet meer mensen op afstand van arbeidsmarkt
Steeds meer niet-werkenden ervaren door hun gezondheid sterke belemmeringen om werk te vinden.
Die groei zit volledig bij mensen die vanwege ziekte of arbeidsongeschiktheid geen werk zoeken en daarvoor ook niet beschikbaar zijn. De groep die ondanks sterke belemmeringen wel werkt zoekt of op korte termijn aan de slag kan, bleef vrijwel even groot. Het feit dat er personeelstekorten zijn, leidt er dus niet vanzelf toe dat meer mensen met gezondheidsproblemen de weg naar werk vinden, zo blijkt uit het onderzoek.
Gezonde reserve slinkt
Een steeds groter deel van de gezonde mensen werkt al, constateert het CBS. Onder degenen die geen betaald werk hebben, neemt het aantal mensen met een langdurige beperking juist toe: van 41 procent in 2021 naar 45 procent in 2025.
Dat komt niet doordat het totale aantal niet-werkenden met een beperking sterk groeide. Dat bleef rond de 1,6 miljoen schommelen, terwijl de totale groep zonder werk kleiner werd. Wel verschoof de samenstelling: meer niet-werkenden hebben een ernstige beperking, minder een niet-ernstige.
Ook voor de langere termijn biedt het onderzoek weinig uitzicht op een snelle toestroom. Twee derde van de mensen onder de AOW-leeftijd die vanwege ziekte of arbeidsongeschiktheid niet werken, verwacht waarschijnlijk of zeker niet meer aan de slag te gaan. Bij mensen die er aan twijfelen of ze ooit nog aan het werk kunnen gaan, is hun gezondheid de belangrijkste factor.
Beperking sluit werk niet uit
Het onderzoek laat echter ook zien dat een beperking betaald werk niet hoeft uit te sluiten. Het aantal werkenden met een langdurige beperking nam namelijk tussen 2021 en 2025 toe met 165.000 naar 1,6 miljoen. Die stijging was naar verhouding sterker dan de groei van het totale aantal werkenden.
Vooral de ernst van de beperking maakt verschil. Van de mensen met een niet-ernstige beperking heeft 57 procent betaald werk. Bij een ernstige beperking is dat 19 procent, tegenover 82 procent onder mensen zonder langdurige beperking. Die verschillen worden op hogere leeftijd doorgaans groter.
Ook wie werkt, kan tegen grenzen aanlopen. Onder sociaal werkers, groeps- en woonbegeleiders ervaart 27 procent belemmeringen door een langdurige ziekte, aandoening of handicap. Bij verzorgenden is dat 31 procent. Werknemers in managementfuncties worden aanzienlijk minder vaak belemmerd.
Eerder aan de grens
Gezondheidsproblemen raken bovendien het vermogen om langer door te werken. Werknemers van 55 tot 75 jaar die sterke belemmeringen ervaren, denken hun huidige werk lichamelijk en geestelijk tot bijna hun 65ste te kunnen volhouden. Leeftijdgenoten zonder arbeidsbelemmeringen verwachten dat tot bijna hun 68ste te kunnen.
Daar komt bij dat werknemers met een arbeidsbelemmering hun kansen op een andere baan of functie lager inschatten. Ook zijn zij minder vaak tevreden met hun werk.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.