Een flink aantal gedupeerde toeslagenouders die uit angst voor de Belastingdienst naar het buitenland vertrok, wil terug naar Nederland. Sinds 2022 keerden 229 gezinnen met hulp van het Ondersteuningsteam Buitenland (OTB) terug; 371 gezinnen zitten nu in een terugkeertraject. Maar de terugkeer naar Nederland is een hobbelig pad. ‘Het is huilen met de pet op’, stelt gedupeerde Karima Ouadid, die zelf naar Duitsland vertrok.
Gevluchte gedupeerde toeslagenouders willen terug naar Nederland
‘Het is huilen met de pet op’, stelt gedupeerde Karima Ouadid, die zelf naar Duitsland vertrok.
De afgelopen vier jaar hebben zich 1.700 ouders uit 45 landen aangemeld bij het OTB. Onder hen veel alleenstaande moeders die met hun kinderen uit Nederland zijn vertrokken, op de vlucht voor deurwaarders of uit angst voor de jeugdbescherming. Ruim de helft van de toeslagouders vertrok naar België, zo’n 280 (16,5 procent) naar Curaçao.
In totaal zijn inmiddels 43.000 personen erkend slachtoffer van de kinderopvangtoeslagaffaire, 70 procent heeft een migratieachtergrond. Zij hebben een compensatie van 30.000 euro ontvangen en hebben recht op brede ondersteuning om hun leven weer op te bouwen. In Nederland zijn gemeenten hier verantwoordelijk voor, voor ouders in het buitenland is er het Ondersteuningsteam Buitenland (OTB).
Het OTB, geleid door RadarAdvies, is vier jaar geleden opgericht in opdracht van het ministerie van Financiën om ouders in het buitenland ‘breed’ te ondersteunen. ‘Dat kan financiële steun zijn, maar veel vaker is het hulp bij een opleiding, werk of iets anders’, licht een woordvoerder van het ministerie van Financiën toe. Voor deze ondersteuning gelden zogeheten richtbedragen: maximaal 5.000 euro voor de gedupeerde zelf en 1.500 euro per gezinslid. Het OTB, waar inmiddels bijna zeventig mensen werken, helpt ouders ook bij terugkeer naar Nederland. Zo worden bijvoorbeeld verhuiskosten en vliegtickets betaald, en neemt het team contact op met de betreffende gemeente in Nederland en zorgt het voor ‘een warme overdracht’.
‘Huisvesting is bij terugkeer het meest prangende onderwerp’, aldus het ministerie. Amsterdam, Rotterdam, Almere en Den Haag, de gemeenten waar veel slachtoffers van de toeslagenaffaire wonen, hebben ook het meest te maken met terugkerende gedupeerden.
Willekeur
Een nieuw leven opbouwen in het buitenland is voor gedupeerde ouders allesbehalve makkelijk, weet advocaat Khadija Bozia, voorzitter van de Werkgroep Toeslagenadvocaten. ‘Op papier is alles goed geregeld, maar in de praktijk zijn de problemen heel groot. Zowel in het buitenland, als bij terugkeer. Deze ouders vallen echt door het vergiet.’
In het buitenland zijn ouders en kinderen aangewezen op voorzieningen in het betreffende land en de ondersteuning van het OTB. ‘In veel landen bestaat bijvoorbeeld geen schuldhulpverlening. Of ouders moeten de zorg uit eigen zak betalen.’
Ook de terugkeer naar Nederland blijkt lastig. De hulp die het OTB kan bieden, is volgens Bozia beperkt. ‘Een Nederlandse gemeente kan niets zolang gedupeerden nog in het buitenland wonen. Zij moeten dus zelf woonruimte vinden, voorrang krijgen ze niet. We weten allemaal hoe groot de woningnood is. Als ouders voor huisvesting in aanmerking willen komen, moet ze natuurlijk loonstroken laten zien. En dat is nog maar het begin.’
Eenmaal terug in Nederland moet ‘alles weer gaan draaien’, zegt Bozia. ‘De zorgverzekering, uitkeringen. En dat voor ouders die juist vertrokken zijn uit angst voor die instanties. Er is bovendien veel verschil in de brede ondersteuning die gemeenten aan de toeslagenouders bieden. De een vergoedt een heel gebit, bij een ander gemeente is een fiets voor de kinderen al lastig. De willekeur is groot.’
'De willekeur is groot.’
Khadija Bozia - advocaat
Kritiek
Vertegenwoordigers van ouders in het buitenland zijn uiterst kritisch over de ondersteuning van het OTB. Volgens gedupeerde Karima Ouadid blijft de hulp van het OTB bij terugkeer vaak beperkt tot een ticket en verhuiskosten. ‘Van een warme overdracht naar gemeenten is vaak helemaal geen sprake’, zegt ze. ‘Bij terugkeer naar Nederland blijkt vaak dat deze ouders ook nog ergens op een zwarte lijst staan; bij banken, bij de jeugdzorg. Dan worden ze opnieuw als fraudeur aangemerkt. De ellende houdt gewoon nooit op. Deze groep vraagt echt om gespecialiseerde ondersteuning die reguliere wijkteams van gemeenten vaak niet kunnen bieden.’
‘Bij terugkeer naar Nederland blijkt vaak dat deze ouders ook nog ergens op een zwarte lijst staan.'
Karima Ouadid - gedupeerde
Erica Wever, voormalig SP-deelraadslid in Amsterdam, is zelf in 2008 met haar kinderen naar Curaçao gevlucht en is een bekend voorvechter voor de toeslagenouders in het hele Caribisch gebied. Ze kent veel schrijnende verhalen, over armoede, over kinderen die op de grond slapen. Ook de gezondheidsproblemen bij ouders zijn groot. ‘Er zit echt veel verschil tussen de ondersteuning die gedupeerden in Nederland of in het buitenland ontvangen. De steun vanuit het OTB is allemaal heel summier. Hier op de eilanden zijn nauwelijks voorliggende voorzieningen en de overheden hier zeggen: ‘Dit is het pakkie-an van Nederland.’
Een ouder werd zelfs opgepakt op het vliegveld in Curaçao, vertel ze. ‘Er stond blijkbaar nog een vinkje achter zijn naam. Het OTB en het ministerie moesten er toen aan te pas komen om dat op te lossen. Er zijn nog heel veel ouders in het buitenland die bij verstek zijn veroordeeld en een strafblad hebben zonder dat zelf te weten.’
Wever was ook bij het bezoek van de staatssecretaris Sandra Palmen voor Herstel en Toeslagen eerder dit jaar aan Curaçao. De staatssecretaris heeft met verschillende ouders gesproken. ‘Ze heeft naar ons geluisterd, dat gaf de ouders nieuwe hoop en leverde mooie plaatjes op. Maar in de praktijk is er nauwelijks iets veranderd.’ Ze slikt even. ‘Wij als belangenvertegenwoordiger worden nauwelijks serieus genomen.’
‘Wij als belangenvertegenwoordiger worden nauwelijks serieus genomen.’
Erica Wever - voormalig SP-deelraadslid Amsterdam
Terugkeer
Ook bij terugkeer naar Nederland staan ouders er vaak alleen voor. ‘Alles hangt af van de gemeente waar je mee te maken krijgt. Rotterdam en Arnhem zijn heel actief, maar andere gemeenten doen helemaal niets en dan mag je het allemaal zelf uitzoeken.’
Het ministerie van Financiën zegt dat het OTB zich niet herkent in het beeld dat deze gedupeerde ouders schetsen. ‘Wel zien we dat ouders verschillende verwachtingen hebben en met hulpvragen komen die niet passen in het kader van de brede ondersteuning.’ Volgens de woordvoerder heeft het bezoek van staatssecretaris wel degelijk veel opgeleverd. ‘Zo heeft het bezoek geleid tot meer inzicht over de verschillen tussen Nederland en de autonome Caribische landen als het gaat om sociale zekerheid en overige dienstverlening, zoals schuldhulpverlening. Op Curaçao kent men geen schuldhulpverlening, daarom is er recent daarvoor een pilot gestart.’
Verder lezen? Dat kan! In het nieuwe magazine van Binnenlands Bestuur.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.