Gemeenten moeten een inhoudelijk debat voeren over private equity. Dat vindt Patrick Jeurissen, hoogleraar betaalbare en toegankelijke zorg aan het Radboudumc. ‘Uiteindelijk gaat het toch om politieke keuzes die een gemeenteraad moet maken’, zegt hij. ‘Hoe willen we deze markt organiseren, hoeveel winst vinden we acceptabel? Welke voorwaarden stellen we?’
‘Gemeenten moeten debat voeren over private equity’
Volgens hoogleraar Jeurissen is het belangrijk dat gemeenten zicht hebben op de eigendomsverhoudingen van de partijen waarmee ze in zee gaan
Jeurissen reageert op een recente marktanalyse waaruit blijkt dat vier grote partijen 90 procent van de gemeentelijke Wmo-hulpmiddelenmarkt in handen hebben. De hoogleraar doet veel onderzoek naar private equity in de zorg.
Waarom deze grote belangstelling van particuliere investeerders voor de markt van rolstoelen, trapliften en aangepast vervoer?
Jeurissen: ‘Het grote voordeel voor deze investeerders is natuurlijk dat er sprake is van een vrij constante stroom van min of meer gegarandeerde inkomsten. De vraag naar hulpmiddelen blijft en groeit ook nog licht. Dat maakt het aantrekkelijk; de cashflow blijft stromen. Juist omdat de inkomsten voorspelbaar zijn, kun je er relatief veel schuld in stoppen. Dat is interessant voor private equitypartijen, omdat zij vaak met veel schulden zitten, overnames doen en daar ook hun businessmodel op bouwen.’
Vier partijen hebben inmiddels negentig procent van de Wmo-hulpmiddelenmarkt in handen. Moeten gemeenten zich hier zorgen over maken?
‘Dat hangt heel sterk van het product af. Vier partijen betekent niet automatisch dat er geen concurrentie meer is. Kijk naar zorgverzekeringen. Ook daar heb je een beperkt aantal spelers en toch concurreren die met elkaar.’
‘Op het eerste oog zie ik niet meteen een probleem. Voor de overheid gaat het om drie maatschappelijke doelen: toegang, kwaliteit en doelmatigheid. Toegang regelen gemeenten zelf, welke rechten geef je burgers die hulpmiddelen nodig hebben? De grotere vraag zit bij kwaliteit en doelmatigheid. Het idee achter marktwerking is natuurlijk dat je een goede verhouding krijgt tussen kwaliteit en kosten.’
‘En de kwaliteit van rolstoelen, trapliften en andere hulpmiddelen is goed te specificeren en dan kan zo’n marktmodel prima werken. Een belangrijke vraag die we ons altijd moeten stellen is: wanneer maakt zo’n partij nou winst? In de patiëntenzorg zie ik daarom veel sneller spanningen ontstaan tussen winst en maatschappelijke doelen. Kijk naar de curatieve zorg. Daar maak je winst door veel te doen, terwijl het beleid juist steeds meer gericht is op passende zorg. Niet méér behandelen, maar precies doen wat nodig is. In de ouderenzorg werkt het weer anders. Daar verblijven mensen tot aan overlijden vaak in zorg. Dan kan de druk ontstaan om juist minder te doen en dat zorgt dan voor discussies over kwaliteit.’
Dus er is niets aan de hand?
‘Het is volgens mij vooral belangrijk dat gemeenten zicht hebben op de eigendomsverhoudingen van de partijen waarmee ze in zee gaan. Ze hebben soms geen idee. Deze investeringsmaatschappijen zijn vaak ook minder transparant. Ze hebben geen aandeelhouders waar ze op dezelfde manier verantwoording aan afleggen en opereren graag meer buiten de publieke schijnwerpers.’
‘Private equity is eigenlijk de rechtsvoor van het vrije ondernemerschap. Ze varen vaak wat scherper aan de wind dan familiebedrijven of beursgenoteerde ondernemingen. In goede tijden komen ze relatief snel in beeld, maar in slechte tijden kan het ook snel de andere kant op gaan. Als deze partijen geen winst meer kunnen maken op hulpmiddelen, dan kunnen ze zo’n markt ook weer snel verlaten.’
‘Daarnaast maakt het ook uit hoeveel kennis en tegenkracht een gemeente zelf heeft. Een grote gemeente heeft veel meer expertise dan een kleine gemeente waar iemand misschien één uurtje per week hulpmiddelen erbij doet. Er wordt nu vaak alleen technisch naar de inkoop gekeken: wie vragen we en tegen welke prijs? Terwijl daar juist politieke keuzes onder liggen.’
Dat debat moet door gemeenteraden gevoerd worden?
‘Dat lijkt me verstandig. Gemeenten maken op andere terreinen al heel bewust maatschappelijke afwegingen. Neem bijvoorbeeld over groen inkopen. Dan vinden we het heel normaal om voorwaarden te stellen. Je zou ook kunnen zeggen: misschien hebben we niet automatisch een voorkeur voor private equity. Of: private equity mag, maar dan moet daar wel een substantieel voordeel tegenover staan.’
‘Hoe je daarnaar kijkt, hangt sterk af van de politieke kleur en samenstelling van het college. De ene gemeente staat daar waarschijnlijk weer anders in dan de andere. Maar juist daarom is het goed om deze discussie expliciet te voeren. Uiteindelijk gaat het om de vraag: welke markt willen we eigenlijk organiseren? Welke winstmarges vinden we acceptabel? En welke voordelen moeten daar tegenover staan?’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.