Nederlanders die zijn opgegroeid op het platteland verlaten vaker hun woonplaats dan stedelingen, terwijl terugkeer naar de ‘roots’ geregeld wordt bemoeilijkt door de krappe en dure woningmarkt. Dat blijkt uit recent onderzoek van ING onder ruim 1.300 respondenten.
Woningmarkt blokkeert terugkeer naar dorp
Krapte en hoge prijzen op de woningmarkt bemoeilijken terugkeer naar de herkomstplaats, vooral voor vertrokken dorpsbewoners.
Werk, studie en relaties
Van de dorpsbewoners geeft 61 procent aan te zijn vertrokken uit de plaats waar zij zijn opgegroeid, tegenover 47 procent van de stadsbewoners. Werk, studie en relaties zijn de belangrijkste redenen om te verhuizen. Tegelijkertijd blijft de band met de oorspronkelijke woonomgeving vaak bestaan, wat zich uit in een latente wens om terug te keren.
Bijna de helft van de Nederlanders (48 procent) woont nog altijd op de plek waar zij zijn opgegroeid, terwijl 28 procent aangeeft daar in de toekomst weer te willen wonen. Toch blijkt die terugkeer in de praktijk niet vanzelfsprekend. Een beperkt woningaanbod en hoge huizenprijzen vormen belangrijke obstakels.
Voorzieningen verdwijnen
Volgens Wim Flikweert, manager Wonen bij ING, heeft het vertrek uit landelijke gebieden ook bredere maatschappelijke gevolgen. ‘Werk, liefde en studie leiden vaak tot vertrek uit het platteland’, zegt hij. ‘Dat vertrek raakt niet alleen de achterblijvers, maar kan ook gevolgen hebben voor lokale voorzieningen, zoals het verdwijnen van scholen door vergrijzing.’
Vier op de tien Nederlanders zijn ooit teruggekeerd naar hun herkomstplaats. Maar dat lukt niet iedereen. Vooral mensen die dichter bij familie willen wonen, bijvoorbeeld vanwege zorg voor ouders, lopen tegen praktische beperkingen aan. ‘De krappe en onbetaalbare woningmarkt vormt juist voor deze groep een belemmering’, aldus Flikweert.
Honkvast
Het onderzoek bevestigt ook het beeld dat Nederlanders relatief honkvast zijn. Zo woont 58 procent al langer dan tien jaar op dezelfde plek. Sociale binding speelt daarbij een cruciale rol: familie en vrienden bepalen in sterke mate waar mensen zich thuis voelen. Zowel blijvers als vertrekkers zeggen die verbondenheid te ervaren.
Opvallend is daarnaast de rol van relaties bij verhuisbeslissingen. Een derde van de respondenten is ooit verhuisd voor de liefde. Tegelijkertijd geeft ruim de helft van deze groep aan daar achteraf spijt van te hebben. Wanneer partners verschillende herkomstgebieden hebben, leidt de keuze voor een woonplaats bovendien regelmatig tot discussie.
Eenmaal gesetteld in een woning neemt de bereidheid om opnieuw te verhuizen voor een relatie sterk af. Slechts 15 procent zegt dat nog te overwegen. Anderen stellen voorwaarden, zoals samen een nieuwe woning kopen. Volgens Flikweert speelt ook hier de woningmarkt een rol. ‘Mensen vinden het een grote stap om hun vertrouwde woonomgeving op te geven voor een nieuwe relatie, zeker gezien de huidige schaarste en prijsdruk op de woningmarkt’.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.