Volgens de nieuwste monitor van de woningbouw staan er de komende jaren meer dan genoeg woningen gepland. Maar vaak gaat het om ‘zachte’ plannen. Dat betekent dat er nog geen bestemmings- of omgevingsplan is vastgesteld. Bovendien is er aanhoudend sprake van planningsoptimisme: er staan de afgelopen jaren consequent meer woningen op de planning dan er uiteindelijk gebouwd worden.
Te veel zachte plannen om woningbouwambities te halen
Dat blijkt uit nieuwste woningbouwmonitor.
Dat schrijven onderzoekers van het Delftse bureau ABF Research, dat twee keer in het jaar de vinger aan de pols houdt in opdracht van het ministerie van Volkshuisvesting.
Ambitie
De politieke ambitie van opeenvolgende kabinetten is om per jaar 100.000 nieuwbouwwoningen op te leveren, met als ultieme doel het terugdringen van het te grote woningtekort naar een algemeen geaccepteerd woningtekort van 2 procent. Om dat te bereiken moeten er van begin 2025 tot eind 2030 702.100 woningen bijkomen. Dat getal bestaat uit 225.800 woningen om het huidige tekort binnen de perken te brengen, uit 413.700 woningen om de verwachte huishoudensgroei op te vangen en uit ruim 62.000 woningen om de geplande sloop te compenseren. Dat betekent dat er zelfs meer dan 100.000 woonheden per jaar bij moeten komen, namelijk: 117.000 nieuwbouwwoningen.
Qua algehele planningscapaciteit moet dat lukken: in de jaren die nu nog resteren tot en met 2030, staan er ruim 930.000 woningen op de bouwagenda. Een mits en een maar is dat liefst 54 procent hiervan gebaseerd is op een ‘zacht plan’. Dat is kwetsbaar. Extra bouwplannen maken heeft, denkend aan het voorlopige eindjaar 2030, weinig zin. ‘Meer kansrijk is het versneld hard maken van zachte plannen’, schrijven de onderzoekers.
Zacht
Ook op korte termijn zijn het de zachte plannen die opvallen, aldus ABF Research. ‘Voor de jaren 2025 t/m 2027 wordt een totaal van 412.000 woningen gepland (respectievelijk 98.900 in 2025, 147.300 in 2026 en 165.800 in 2027)’, noteren de onderzoekers die als peildatum 1 juli 2025 gebruikten. ‘Daarvan is een substantieel deel afkomstig uit zachte plannen: 9.200 woningen (9%) in 2025, oplopend naar 44.800 (30%) in 2026 en 76.500 (46%) in 2027.’
Optimisme
Dat roept de vraag op hoeveel van de woningen daadwerkelijk gebouwd worden. Het formele doel is elk jaar 100.000 nieuwbouwwoningen. Maar het blijft de vraag of dat lukt. ‘Er zijn ruim voldoende plannen om deze doelstelling te halen maar zachte plannen moeten daarvoor nog wel hard worden gemaakt.’
Die vraag is gerechtvaardigd, omdat het planningsoptimisme de afgelopen jaren te groot is gebleken. ‘In 2024 zijn 82.400 woningen gerealiseerd’, staat in het rapport. ‘Dat zijn 32.200 woningen minder dan er in de inventarisatie vorig jaar voor 2024 waren gepland. Voor 2025 was volgens de huidig bekende bruto plancapaciteit de oplevering van 100.300 woningen gepland. Dit aantal is niet gehaald, want in 2025 zijn volgens CBS bijna 80.000 woningen toegevoegd via nieuwbouw en andere vormen van woningbouw.’
Flevoland
Zelfs harde plannen kunnen mislukken, noteert ABF Research. Ook al is het omgevingsplan onherroepelijk, dan kan alsnog netcongestie een spaak in het wiel steken.
De provincie Flevoland heeft veel te weinig plancapaciteit, namelijk 93 procent van het aantal woningen dat er moet komen. Limburg doet het op dat punt goed, met 233 procent. Over het hele land gezien, wordt bijna het gewenste percentage van 130 procent bereikt. Dit percentage houdt het rijk aan om tegenvallers te kunnen bolwerken.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.