Het aanpassen of zelfs afschaffen van de kostendelersnorm is geen doelmatige manier om woningdelen te stimuleren. Dat concludeert Significant APE in een nieuwe verkenning naar mogelijke veranderingen in de wetgeving, die ervoor zouden zorgen dat woningdelen minder of zelfs geen effect heeft op de hoogte van uitkeringen. Hoewel het geheel afschaffen van de kostendelersnorm tot wel 15.200 woningen kan ‘vrijspelen’ zou dit gepaard zijn met een toename van de uitkeringslasten met 490 miljoen euro structureel per jaar.
Woningdelen stimuleren via kostendelersnorm peperduur
Onderzoekers van Significant APE concluderen dat de kosten van jaarlijks 490 miljoen niet opwegen tegen de 15.000 woningen die vrijkomen.
Kostendelersnorm
De kostendelersnorm bepaalt dat mensen die met meerdere volwassenen (ouder dan 27) in een huishouden wonen, individueel een lagere uitkering ontvangen. Hoe groter het huishouden, hoe lager de uitkering per persoon. Dat maakt het delen van een woning voor bijstandsgerechtigden op financieel vlak een complexe bedoening. Er ontstaat door de kostendelersnorm een financiële afhankelijkheid tussen de woningdelers, woningdelers in een situatie waarin de financiële situatie vaak al precair is. Zo vast Significant APE het samen.
Beperkt bereidheid tot woningdelen
Uit eerder onderzoek is gebleken dat niet alleen de daadwerkelijke verlaging in inkomsten woningdelen belemmert, maar dat ook de angst dat dit kan gebeuren en de onduidelijkheid hieromheen een belemmering op zichzelf is. Het vorige kabinet gaf daarom opdracht te onderzoeken of er beleidsalternatieven met een minder groot negatief effect op de bereidheid om woningen te delen met anderen.
Woningdelen kost geld
Significant APE heft onder andere berekend dat de schaalvoordelen van woningdelen voor mensen in de Participatiewet in de praktijk niet volledig opwegen tegen het financiële nadeel dat zij ondervinden van de kostendelersnorm. Financieel kun je dus beter alleen wonen als je een bijstandsuitkering hebt. In een situatie waar de woningnood groot is, is dat natuurlijk een onwenselijke situatie.
Alternatieven
De onderzoekers keken daarom naar vijf beleidsalternatieven, variërend in mate van ingrijpendheid. Zo is onderzocht wat de effecten zijn van een zogenaamde ‘alleenstaandenaanvulling’, waarbij alle uitkeringsgerechtigden standaard van 50 procent van het netto referentieminimumloon ontvangen, maar alleenstaanden een aanvulling krijgen van 20 procent. Deze variant zorgt er in de praktijk voor dat woningdelen financieel minder negatief uitpakt.
Afschaffen, uitzonderingen
Een andere optie die door Significant APE is onderzocht is het invoeren van een jaar vertraging bij toepassing van de kostendelersnorm. Woningdelen als tijdelijke oplossing wordt dan niet meer financieel bestraft. Ook de effecten van het invoeren van uitzonderingsregels bij bijvoorbeeld mantelzorg, familierelaties, of personen tot 30 jaar oud zijn geanalyseerd. Ten slotte is gekeken wat het effect zou zijn op het totaal afschaffen van de kostendelersnorm.
Geen oplossing voor woningdelen
Dit leidt tot de conclusie dat geen van de aanpassingen aan de kostendelersnorm een algehele oplossing bieden voor woningdelen. Als de onderzoekers allerlei factoren zoals behoefte, bereidheid en mogelijkheden van uitkeringsgerechtigden meewegen, is het effect van de verschillende beleidsopties relatief klein. Dit terwijl de kosten van sommige opties aanzienlijk zijn.
‘Niet doelmatig’
Zo zou het volledig afschaffen van de kostendelersnorm maximaal 15.200 woningen ‘vrijspelen’ doordat mensen hierdoor bereid worden om samen te gaan wonen. De toegenomen uitkeringslasten bedragen echter structureel bijna 490 miljoen euro per jaar, of 32.000 euro per woning. De totale kosten per vrijgespeelde woningen komen dan naar verloop van tijd hoger uit dan de bruto bouwkosten van een nieuwbouwwoning. Daarmee is het volgens de onderzoekers geen doelmatig middel om woningdelen te stimuleren. Eind vorig jaar kwamen twee hoogleraren van de Vrije Universiteit ook al met een soortgelijke conclusie.
Blijft ambitie kabinet
De nieuwe minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Elanor Boekholt-O'Sullivan, schrijft in een korte reactie op het rapport dat het kabinet vol inzet op het stimuleren van woningdelen ‘binnen een bredere landelijke aanpak op beter benutten van bestaande gebouwen en de bijbehorende omgeving’. Nog voor de zomer komt het kabinet met nadere informatie naar de Kamer over de bredere aanpak op dit dossier.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.