De tijd van campagnebeloften is voorbij. Het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA belooft versnelling van de woningbouw met grote nieuwbouwlocaties, minder regels en kortere bezwaarprocedures. Dat klinkt daadkrachtig. Maar zolang niemand kiest waar en wanneer gebouwd wordt en welke woningen nodig zijn, blijft grootschalige versnelling een belofte op papier, zoals ook het recente rapport van het Centraal Planbureau onderstreept.
In Nederland woedt een strijd om ruimte. Wonen, werken, energie, landbouw, natuur, defensie, mobiliteit en recreatie concurreren om dezelfde vierkante meters. Tegelijk loopt de uitvoering vast: netbeheerders hebben beperkte capaciteit, gemeenten kampen met een tekort aan vergunningverleners en ruimtelijke specialisten, en Defensie vraagt steeds meer personeel.
De uitdaging zit in het maken van keuzes tussen ruimte, capaciteit, geld en tegenstrijdige belangen. Worden die keuzes niet gemaakt, dan stijgen de kosten en blijft grootschalige uitvoering onmogelijk. Toch worden die scherpe keuzes te vaak vooruitgeschoven.
De Ontwerp-Nota Ruimte bevat een lange lijst van woningbouwlocaties verspreid over het land, zonder duidelijke prioritering of afwegingskader. Dat is wat je 'FOMO-programmering' kunt noemen: iedereen iets beloven uit angst iemand teleur te stellen, zonder daadwerkelijk te kiezen.
Kiezen is onvermijdelijk. Ruimte is beperkt en mensen, middelen en energie moeten doelgericht worden ingezet. Beslissingen moeten samenhangend worden genomen op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Factoren als bodem, water, netcongestie en stikstof bepalen juist waar de grootste bouwkansen liggen.
Wie echt wil bouwen, moet durven kiezen
In een land waar alles prioriteit heeft, komt uiteindelijk niets van de grond.
Maak landelijk duidelijk welke gebieden nu aan de beurt zijn en welke later volgen. Dat vergt lef.
Lennert Middelkoop
Maak daarom landelijk duidelijk welke gebieden nu aan de beurt zijn en welke later volgen. Dat vergt lef. Transparante prioriteiten voorkomen dat regio's elkaar beconcurreren om schaarse capaciteit en middelen.
Gericht bouwen betekent dat projecten worden gepland waar de behoefte het grootst is, waar infrastructuur, energieaansluitingen beschikbaar zijn én waar bodem en water het toelaten. Woningbouw is niet alleen een ruimtelijke opgave, maar ook een financiële en bestuurlijke. Wie duidelijke keuzes maakt, kan langjarig resultaat boeken door uitvoeringscapaciteit gericht in te zetten.
Tijdelijke oplossingen, zoals de UVTH-taskforce voor flexwoningen, laten zien dat versnelling mogelijk is. Maar tijdelijk moet naar structureel. Er is behoefte aan permanente organisaties die regie voeren, knelpunten oplossen en samenwerking regisseren. Zonder structurele langjarige samenwerking tussen Rijk, gemeenten, corporaties en marktpartijen schaalt woningbouw niet op.
Ook financieel is een andere aanpak nodig. Door rijksmiddelen te combineren met regionale en private fondsen kunnen risico’s worden gespreid en investeerders zekerheid krijgen. Publiek-private financiering heeft zich eerder bewezen bij grote ruimtelijke projecten zoals Maasvlakte II, Ruimte voor de Rivier en VINEX-gebiedsontwikkelingen.
Daarnaast ontbreekt inzicht in de woningvoorraad. Nederland registreert hoeveel vergunningen worden verleend en hoeveel woningen worden gebouwd. Wat ontbreekt, is inzicht in welke woningen daadwerkelijk beschikbaar komen en tegen welke prijs. Daardoor blijft onduidelijk of nieuwbouw aansluit bij de behoefte van starters en doorstromers en is bijsturen lastig.
De wooncrisis vraagt niet om nog meer plannen, maar om keuzes. Prioriteiten stellen, projecten programmeren en uitvoering te organiseren op basis van feiten. Niet alles tegelijk, maar doelgericht en uitlegbaar.
In een land waar alles prioriteit heeft, komt uiteindelijk niets van de grond. Wie echt wil bouwen, moet eerst durven kiezen.
Lennert Middelkoop is partner Infrastructure & Real Estate bij Deloitte

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.