In de provincie Utrecht zijn een drietal wijken aangepakt. Het doel is de wijken vitaler te maken. Er is vooruitgang te zien, maar veel problemen zijn weerbarstig en oplossingen hebben veel tijd nodig. ‘Structurele problemen zoals armoede, gezondheidsachterstanden en veiligheidsvraagstukken zijn hardnekkig’, zegt de gedeputeerde Wonen van de provincie Utrecht Rob van Muilekom.
Wijken verbeteren kan, maar vergt lange adem
‘Onderwerpen zoals ontmoeting raken aan verschillende beleidsterreinen. Daardoor is niet altijd duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is.'
In 2020 werd onder de noemer Regio Deal Vitale Wijken afspraken gemaakt over de aanpak van wijken Overvecht in Utrecht, Batau in Nieuwegein en Vollenhove in Zeist. Later is nog een vierde wijk Soesterkwartier in Amersfoort toegevoegd. ‘We zien al jaren duidelijke scheidslijnen tussen wijken waar bewoners het goed hebben en wijken waar bewoners weinig perspectief ervaren. Juist die scheidslijnen vonden we als gemeenten niet acceptabel’, legt coördinator Wieb Hendrix uit aan Binnenlands Bestuur. Er is nu een monitor verschenen met daarin de resultaten van deze regio deal. Wat heeft het opgeleverd?
Samenwerking
De Regio Deal Vitale Wijken is een samenwerking tussen het rijk, gemeenten en de provincie. ‘Verschillende gemeenten stonden voor vergelijkbare uitdagingen. Die zijn te groot en vaak ook te complex voor één overheidslaag’, zegt Van Muilekom tegen Binnenlands Bestuur. ‘Het werken als één overheid is keihard nodig om de complexe vraagstukken in de wijken te kunnen aanpakken. Door de samenwerking tussen de verschillende overheidslagen konden we de bestaande gemeentelijke wijkaanpakken versterken en versnellen.’
Bewoners betrokken
Bij de aanpak is samengewerkt met bewoners. ‘Bij het maken van plannen, bij de uitvoering van activiteiten en bij de monitoring en evaluatie’, zegt de gedeputeerde. ‘Bewoners konden niet alleen meedenken, maar namen ook steeds vaker zelf initiatief en verantwoordelijkheid voor projecten. Persoonlijk contact, bijvoorbeeld via huisbezoeken en spreekuren, bleek belangrijk om bewoners te bereiken en vertrouwen op te bouwen.’
De gedeputeerde Wonen somt een aantal voorbeelden op van wat bewoners in de wijken zelf hebben gerealiseerd: ‘In Overvecht dachten bewoners mee over de openbare ruimte, projecten zoals het Groene Lint. In Batau namen bewoners zelf initiatieven, zoals een buurtkamer, buurtmoestuin, soepkar en opruimploeg. In Vollenhove werkten de gemeente Zeist en andere betrokken partijen samen met bewonersgroepen aan de gebiedsvisie en de ontwikkeling van de wijk.’
Van Muilekom: ‘Deze investeringen maken de leefomgeving niet alleen aantrekkelijker, maar stimuleren ook ontmoeting, beweging en betrokkenheid van bewoners. Zo kan een verbetering van de fysieke leefomgeving ook sociale verandering in gang zetten.’ Zo noemt de gedeputeerde bewonersinitiatief Batau voor Knabbel en Babbel in de Muntenbuurt. ‘De dierenvoedselbank biedt praktische ondersteuning, maar is ook een plek waar mensen elkaar ontmoeten, zorgen delen en waar signalen worden opgevangen. Zo kwam een groep bewoners in beeld die voorheen niet of nauwelijks werd bereikt.’
'Zo kwam een groep bewoners in beeld die voorheen niet of nauwelijks werd bereikt.’
Rob van Muilekom - Gedeputeerde wonen provincie Utrecht
Een ander voorbeeld is de aanpak op onderwijs. In 2025 nam in Overvecht 87 procent van de kinderen met een indicatie deel aan de voorschool, het hoogste percentage van Utrecht, blijkt uit de monitor. De voorschoolse educatie is versterkt, er is meer betrokkenheid van ouders en meer dan 300 jongeren zijn begeleid in het zoeken naar werk- en stageplekken.
Nog veel verbeteringen
Ondanks dat er vooruitgang is geboekt en concrete initiatieven zijn opgestaan, is er ook nog veel dat niet goed gaat in de wijken. ‘Structurele problemen zoals armoede, gezondheidsachterstanden en veiligheidsvraagstukken zijn hardnekkig en vragen om een lange adem’, zegt Van Muilekom. ‘Ook in de fysieke leefomgeving zijn de eerste stappen gezet, maar veel straten moeten nog worden heringericht.’
Uit de monitor blijkt dat er aanhoudende problemen zijn op het gebied van veiligheid en overlast. Ook als het gaat om gezondheid en moeite met rondkomen is er nog veel te verbeteren, maar in de monitor staat dat dat ook te maken heeft met omstandigheden die losstaan van de wijkaanpak, zoals de coronapandemie.
‘Onderwerpen zoals ontmoeting raken aan verschillende beleidsterreinen. Daardoor is niet altijd duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is.'
Rob van Muilekom - Gedeputeerde wonen provincie Utrecht
Volgens de gedeputeerde blijft het samenwerken over de grenzen van beleidsterreinen heen noodzakelijk, maar ook een uitdaging. ‘Onderwerpen zoals ontmoeting raken aan verschillende beleidsterreinen. Daardoor is niet altijd duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. Het is belangrijk om daar betere afspraken over te maken en de samenwerking tussen beleidsterreinen te versterken.’
Lessen
Op de vraag wat er nou vooral geleerd is in dit project, zegt de gedeputeerde dat bewonersparticipatie verder gaat dan enkel luisteren naar bewoners: ‘Door bewoners ruimte te geven om mee te denken én zelf initiatief te nemen, kunnen ook hun betrokkenheid bij de wijk en de sociale samenhang groeien.’ Als belangrijkste les noemt de gedeputeerde dat deze wijkaanpak een lange adem vergt. ‘Juist bij hardnekkige problemen is het belangrijk dat gemeenten, provincie, Rijk en maatschappelijke partners blijven samenwerken en hun inzet op elkaar afstemmen.’
‘Juist bij hardnekkige problemen is het belangrijk dat gemeenten, provincie, Rijk en maatschappelijke partners blijven samenwerken en hun inzet op elkaar afstemmen'
Rob van Muilekom - Gedeputeerde wonen provincie Utrecht
Advies aan gemeenten
‘Mijn advies aan gemeenten is om vanaf het begin na te denken over hoe succesvolle activiteiten kunnen doorgaan, ook als een programma afloopt’, zegt de gedeputeerde. ‘Dat kan binnen de eigen organisatie, maar ook samen met maatschappelijke organisaties en andere partners in de wijk.’
Volgens Van Muilekom is het belangrijk samen op te trekken en van elkaar te leren als gemeenten. ‘Door bij elkaar in de keuken te kijken, doe je nieuwe inzichten op en kun je succesvolle aanpakken overnemen. De Familieschool is daar een mooi voorbeeld van. Hier worden ouders nauw betrokken bij de school en activiteiten en is er laagdrempelige hulp voor gezinnen (over bijvoorbeeld geldzaken, gezondheid, opvoeding en jeugdzorg). Een aanpak die ook in andere wijken of gemeenten van waarde kan zijn.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.