Leefbaarheid staat terecht hoog op de agenda: gemeenten ontwikkelen wijkaanpakken, woningcorporaties investeren in leefbare complexen, het rijk regisseert grootschalige nieuwbouw en ondersteunt de brede wijkaanpak. Investeringen in woningen, openbare ruimte, duurzaamheid, veiligheid en voorzieningen zijn zichtbaar en noodzakelijk. Maar wie leefbaarheid vooral als fysieke opgave ziet, mist de kern.
Een leefbare wijk bouw je niet met stenen alleen
De grootste opgave van gemeenten en woningcorporaties ligt niet in het bouwen van huizen, maar in versterking van verbinding tussen mensen.
Buurten worden namelijk niet leefbaar omdat er een plein wordt aangelegd of omdat de stoepen worden opgeknapt. Ze worden fijne plekken wanneer mensen zich onderdeel voelen van een gemeenschap. Wanneer bewoners elkaar kennen, elkaar aanspreken en iets voor elkaar willen betekenen. Als gemeenten, corporaties en het rijk echt werk willen maken van leefbare wijken, moeten zij samenleven net zo serieus nemen als stenen.
Platform31, kennisorganisatie voor gemeenten, omschrijft leefbaarheid als de mate waarin bewoners de fysieke en sociale kwaliteit van een gebied waarderen. In gesprekken met gemeenten valt steeds weer op dat de discussie over leefbaarheid vaak begint bij stenen en voorzieningen. Dat is begrijpelijk, want fysieke ingrepen zijn zichtbaar en meetbaar.
Maar een leefbare wijk vraagt ook om structurele aandacht voor de sociale infrastructuur. Vraag bewoners wat zij waarderen aan hun buurt en zij noemen zelden alleen de kwaliteit van de bestrating of de hoeveelheid groen. Ze vertellen over de buurvrouw die een oogje in het zeil houdt. Over vrijwilligers die activiteiten organiseren. Over de vertrouwde gezichten bij de supermarkt. Over de plek waar mensen elkaar groeten en het gevoel dat iemand naar je omkijkt wanneer dat nodig is.
Onderzoekers van TNO, TU Delft en de Radboud Universiteit onderstreepten in publicaties eerder dit jaar al het belang van sociale cohesie voor veerkracht in de wijk. Tegelijkertijd schetst het SCP in de publicatie Sociale en Culturele Ontwikkelingen 2026 dat de sociale samenhang in Nederland grote verschillen kent tussen groepen en wijken. Door stapeling van problemen ervaren vooral mensen met lagere inkomens en praktische opleiding afstand tot overheid, instituties en soms ook tot elkaar.
In een tijd van woningtekort, vergrijzing, eenzaamheid, bestaansonzekerheid en maatschappelijke spanningen is samenleven geen zachte ambitie
Ontmoeting is bovendien minder vanzelfsprekend geworden. Werk, sociale contacten en vrijetijdsbesteding spelen zich vaker buiten de directe woonomgeving af. Veel inwoners kennen hun straatgenoten nauwelijks. Dat hoeft geen probleem te zijn, totdat spanningen ontstaan of mensen hulp nodig hebben. Dan blijkt hoe belangrijk sociale netwerken dichtbij huis zijn.
Sociale cohesie kan niet ontstaan zonder sociale infrastructuur. Dat zijn de plekken, organisaties, professionals en informele netwerken die ontmoeting mogelijk maken. Denk aan buurthuiskamers, ontmoetingsruimtes in (gemengde) wooncomplexen, sportverenigingen, community builders en bewonersbudgetten. Juist deze dagelijkse ontmoetingen versterken vertrouwen, betrokkenheid en veerkracht in een wijk.
Met een andere blik op gebiedsontwikkeling kunnen gemeenten en corporaties hier ruimte voor maken. Bekijk bij iedere investering in de wijk (een renovatie, een nieuw plein, vergroening, nieuwbouw of een ontmoetingsruimte in een complex) wat die investering doet voor het contact tussen bewoners. Nodigt de plek uit tot ontmoeting? Geeft zij bewoners ruimte om samen iets te organiseren? Brengt zij verschillende groepen dichter bij elkaar? En is er ook geïnvesteerd in de mensen die dat samenleven ondersteunen? Pas dan draagt een investering niet alleen bij aan beter wonen, maar ook aan beter samenleven.
In de praktijk van gemeenten, corporaties en het rijk merken wij dat dat investeren in sociale samenhang vaak wordt gezien als iets extra’s, iets dat kan zodra urgente fysieke opgaven zijn opgelost. Die volgorde moet om. In een tijd van woningtekorten, vergrijzing, eenzaamheid, bestaansonzekerheid en maatschappelijke spanningen is samenleven geen zachte ambitie. Het is een harde voorwaarde voor sterke, inclusieve en veerkrachtige wijken. De vraag is daarom niet of gemeenten, het rijk en corporaties zich investeringen in samenleven kunnen veroorloven. De vraag is of zij zich kunnen veroorloven om ze níét te doen.
Suzanne Smeets is opgavemanager Samenleven en Leefbaarheid bij Platform31, kennisorganisatie voor steden en regio’s.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.