Met name bij bouwprojecten in kleinere gemeenten is het bouwtechnische toezicht verbeterd sinds de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Dat concludeert het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in een onderzoek na twee jaar Wkb. Deze wet heeft sinds 2024 een deel van het toezicht geprivatiseerd en uit handen van gemeenten genomen.
Onderzoek legt schuld problemen bouwtoezicht vooral bij BKapp
Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) keek naar opbrengst van twee jaar Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb).
EIB deed het onderzoek in opdracht van waarborgfondsen Woningborg en SWK, die twee van de toegestane software-instrumenten leveren waarmee private kwaliteitsborgers kunnen werken. Beiden hadden volgens het EIB behoefte aan een ‘onafhankelijke analyse van de ervaringen van de betrokken stakeholders’. Opvallend is dat in het rapport kritiek wordt geuit op één van de vier overige instrumenten, de zogenaamde BKapp die wordt aangeboden door het Arnhemse bedrijf Apexion. Met deze app werken 24 bureaus die kwaliteitsborgers leveren.
BKapp
‘De zorgen over de kwaliteit van het bouwtoezicht lijken zich te concentreren rond één toegelaten instrument’, staat in het onderzoek. Dit instrument zou werken op basis van een algoritmische analyse van mogelijke bouwtechnische risico’s, waardoor kleine risico’s met in theorie grote gevolgen door de kwaliteitsborger buiten beschouwing worden gelaten. ‘De BKapp probeert kwaliteitsborging binnen de wettelijke kaders tegen een minimale prijs aan te bieden’, schrijft EIB. Dat zou volgens het rapport betekenen dat de kosten van een toetsing per bouwwerk met de BKapp minstens 1500 euro lager liggen dan bij een ander toetsingsinstrument.
Gemeenten missen ‘door de toepassing van het algoritme vaak belangrijke risico’s in het borgingsplan’, schrijft het EIB. ‘Overigens zijn er bij dit instrument ook kwaliteitsborgers die niet de minimale eisen van het instrument volgen en dus wel hoge eisen stellen aan de kwaliteitsborging.’
Race to the bottom
Om een ‘race to the bottom’ in de concurrentieslag tussen de instrumentaanbieders te voorkomen, bepleit EIB dat de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) minimumeisen invoert. ‘Het gaat hierbij om essentiële risico’s (hoge gevolgschade die achteraf moeilijk te herstellen zijn, zoals wapening in de fundering en verdiepingsvloeren) die minimaal in het borgingsplan moeten worden opgenomen en waarop moet worden gecontroleerd op de bouwplaats’, schrijven de onderzoekers.
De TloKB heeft tamelijk recent een waarschuwing gegeven aan Apexion, maar moest die waarschuwing uit het register halen na een rechterlijke uitspraak in een voorlopige voorziening. Dit besluit is genomen in afwachting van de behandeling van het beroep dat het bedrijf heeft ingesteld.
Kleinere gemeenten
Het Economisch Instituut voor de Bouw sprak voor het onderzoek met 14 bouwbedrijven, zes gemeenten, met vier instrumentaanbieders, met acht kwaliteitsborgers, evenals met brancheverenigingen, verzekeraars en met het ministerie van Volkshuisvesting (VRO) dat momenteel zelf werkt aan een eindevaluatie van de Wkb, die volgend jaar wordt gepubliceerd.
Ook na twee jaar is slechts beperkte ervaring opgedaan met het werken in het nieuwe stelsel. Er zijn 1400 bouwprojecten op de nieuwe manier afgerond. Ruim 70 procent van de grondgebonden nieuwbouwwoningen die onder de Wkb vallen wordt gebouwd in kleinere gemeenten, oftewel gemeenten buiten de G4 en G40. Vooral die kleinere gemeenten hielden voor de invoering van de nieuwe wet minder nauwgezet toezicht op de bouw dan de kwaliteitsborgers nu doen, schrijft het EIB. ‘Een belangrijk verschil met het oude stelsel is dat een kwaliteitsborger nu vanuit het borgingsplan effectief toeziet of aan alle Bbl-eisen wordt voldaan, terwijl gemeenten meer globaal keken naar de naleving van de Bbl-eisen’, aldus het rapport.
Kwaliteitsborgers komen gemiddeld 2,4 keer op een bouwplaats per bouwwerk. ‘De kwaliteitsverbetering van het toezicht die gepaard gaat met het systematischer bezoeken van de bouwplaats vindt dan ook met name plaats bij bouwwerken die in kleinere gemeenten worden gebouwd.’ Daarnaast ligt het gemiddelde opleidings- en ervaringsniveau van de private kwaliteitsborgers waarschijnlijk hoger dan bij de gemeentelijke toezichthouders.
De kosten
De totale kosten van het toezicht kunnen per woning uitgroeien tot 10.000 euro. Tegelijkertijd hoeven aannemers veel minder leges aan gemeenten te betalen. Bij grote bouwprojecten zorgt het stelsel daardoor voor lagere kosten. Dit geldt niet voor kleine bouwprojecten met maar een paar woningen. ‘Per saldo is het nieuwe stelsel, gemiddeld over alle woningen, licht duurder (50 euro per woning) dan gemeentelijk toezicht’, schrijven de onderzoekers.
Het EIB benadrukt dat het cruciaal is dat de TloKB hard sanctioneert als een kwaliteitsborger of instrumentaanbieder geen goed werk doet. Tot nog toe zou de TloKB zich juist terughoudend hebben opgesteld. Maar binnen een privaat stelsel blijft het risico op belangenverstrengeling ‘een belangrijk aandachtspunt’, staat in het rapport. Een scherp toezicht is volgens de onderzoekers nodig om de geloofwaardigheid van het nieuwe stelsel overeind te houden.
Klachten
Gemeenten klagen dat ze geregeld te weinig informatie krijgen bij een bouwmelding en daardoor niet goed het borgingsplan kunnen beoordelen dat een kwaliteitsborger heeft ingeleverd. Een oplossing kan zijn kwaliteitsborgers met hun dossier meer toegang te geven tot het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). ‘Wanneer de formats van instrumentaanbieders beter worden afgestemd op de digitale standaarden van het DSO, kan dit dossier eenvoudig namens de initiatiefnemer door de kwaliteitsborger worden ingediend.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.